Elegante ‘Così van tutte’ zonder Brüggen

Al 32 jaar is het Orkest van de Achttiende Eeuw synoniem aan oprichter/dirigent Frans Brüggen. Het orkest werkte in de jaren negentig geregeld met gastdirigenten, maar de strijdkreet bleef lange tijd: zonder Brüggen geen orkest. Het besef dat opheffing het nekken van een decennialange klankcultuur en dus culturele kapitaalvernietiging zou betekenen, daalt pas recentelijk in. Met de broze gezondheid van Brüggen zelf gaat het overigens goed; hij dirigeert weer en hoopt komend voorjaar bij zijn eigen orkest drie concertprogramma’s te leiden.

Het orkest realiseerde in 2011 mét Brüggen een reeks succesvolle opvoeringen van Mozarts Entführung aus dem Serail. Dirigent Ed Spanjaard stond toen standby en leidt deze maand een tournee met Così fan tutte – in eenvoudige maar prettige semi-scenische regie van Jeroen Lopes Cardozo en dus met de gebruikelijke vermommingsoutfits (stofjassen, pruiken, Turkse kniebroeken en plaksnorren).

De verwikkelingen tussen de licht ontvlambare Fiordiligi en Dorabella en de hun trouw beproevende vrijers Ferrando en Guglielmo zijn goed voor een opeenvolging van vertwijfelde en opgewonden prachtaria’s en -ensembles. Spanjaard verleidt het orkest tot alert, fraai spel en ranke cantilenes, waarbij in solistische bijdragen de klasse van orkestmusici opvalt.

Datzelfde geldt voor Capella Amsterdam: slechts twaalf zangers sterk, maar fors van klank.

Sopraan Lenneke Ruiten is een stralend zingende Fiordiligi van internationale klasse, alleen in de laagte wens je meer diepte. Sopraan Ilse Eerens is als Despina precies zo snaaks als gewenst, net als karakterbas David Wilson-Johnson als Don Alfonso.

Ook bij de heren geen zwakke plek: André Morsch ontwikkelt zich de laatste jaren steeds verder als ruime, karaktervolle operabariton en Anders Dahlin is zo’n tenor voor wie slanke lijnen van een sportieve elegantie vanzelf lijken te komen.

Gelukkig overweegt het orkest van Mozart traditie te maken. In 2015 Don Giovanni?

    • Mischa Spel