Dronken? Niet in onze wereldstad

Ligt het lot van Amsterdamse kroegbazen straks in handen van particuliere zuipschuiten? De gemeente doet alles om de druk te halen van snelkookpan Centrum.

Als je in een Amsterdams café al niet meer uit volle borst mag meezingen met de muziek, waar dan wel? Foto ANP

Als je in een Amsterdams café al niet meer dronken mag zijn, waar dan nog wel? En als je daar ook al niet meer uit volle borst mag meezingen met de muziek, waar dan wel? Burgemeester Van der Laan liet deze week weten dat vanaf 1 november veertien opsporingsambtenaren zich in het Amsterdamse uitgaansleven zullen storten om de Drank- en Horecawet uit 1967 te handhaven (art. 20, lid 6: „Het is verboden in een slijtlokaliteit of horecalokaliteit of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert”). Later kondigde hij aan dat vanaf volgend jaar ook geluidsoverlast harder zal worden aangepakt, volgens het principe three strikes, you’re out: de ondernemer verliest bij de derde overtreding zijn vergunning.

Logisch dat de horeca vooral over de eerste maatregel klaagt: hoe kunnen zij elke bezoeker controleren op diens kennelijke staat? Ogenschijnlijk komt hun lot straks in handen te liggen van particuliere zuipschuiten, die nu eenmaal liever een café opzoeken dan een melkboer. De woordvoerder van de burgemeester suste dat de controles vooral bedoeld zijn voor kroegbazen die comazuipende jongeren blijven schenken. En over de aangekondigde strijd tegen geluidhinder zei ze: „Het wordt steeds drukker in de stad, het blijft alleen leefbaar als we allemaal een beetje inschikken.”

Zo passen deze maatregelen in een hele reeks, bedoeld om druk te halen van de snelkookpan die de Amsterdamse binnenstad is. De mogelijkheid voor coffeeshophouders om na gedwongen sluiting in het centrum een zaak te openen in de periferie, de aanmoedigingen voor het ontwikkelen van hotels in lege kantoorgebouwen aan de randen van de stad, het strengere toezicht op het water – het hoort er allemaal bij.

Bureau Onderzoek + Statistiek maakte vorig jaar een rapport over de Drukte in de binnenstad, met een vergelijking tussen 2001 en 2012. In die tijd nam het aantal inwoners van het Centrum toe met 6,5 procent naar bijna 85.000, het aantal bezoekers steeg relatief nog sneller. Belangrijkste gegevens in dit verband zijn dat ‘drukte’ het meest genoemde negatieve aspect van de binnenstad werd, dat het aantal mensen dat nog van ‘gezellige drukte’ sprak sterk is afgenomen, en dat 99 procent van alle Amsterdammers buiten de Singelgracht, en nog altijd 53 procent van alle Nederlanders in de afgelopen twee jaar een bezoek hebben gebracht aan de binnenstad.

De verlichting voor de binnenstad zal dus niet van spreiding komen. Elke gast van het Hampton by Hilton Inn in de Bijlmer gaat toch op zoek naar het Anne Frankhuis en de grachten, en winkelt altijd liever in De Negen Straatjes dan in de Amsterdamse Poort.

Dat is het dilemma voor het stadsbestuur: meer bezoekers leveren meer geld op. Ze zullen altijd de binnenstad blijven opzoeken. Als je de binnenstad desalniettemin aantrekkelijk wil houden voor bewoners en bezoekers, zit er niets anders op dan de mensen in de openbare ruimte flink te dresseren. Three strikes, you’re out.