De grachtengordel is niet Amsterdams maar internationaal

Geen huis in de Amsterdamse grachtengordel verkeert in oorspronkelijke staat, schrijft Pieter Vlaardingerbroek in De wereld aan de Amsterdamse grachten, het jaarboek 2013 van het Bureau Monumenten en Archeologie van Amsterdam. Als de oorspronkelijke huizen al niet zijn gesloopt, dan zijn ze wel veranderd, en meestal grondig.

Om dit te illustreren staat in dit jaarboek een stuk van de Herengracht bij de Paleisstraat twee keer afgebeeld. Een foto uit 2012 laat zien hoe het nu is, eronder staat een tekening uit het Grachtenboek van Caspar Philips uit 1767. Slechts twee van de zeventien huizen hebben in grote lijnen nog dezelfde gevel als in 1776. Een hiervan is het beroemde huis Bartolotti, maar zelfs aan de gevel van dit aan Hendrick de Keyser toegeschreven gave voorbeeld van Hollandse renaissance uit het begin van de 17de eeuw zijn dingen als bogen en dakkapellen veranderd. In 1776 hadden slechts zes van de zeventien huizen nog min of meer de oorspronkelijke gevels uit de eerste jaren na 1613 toen de aanleg van de grachtengordel begon, merkt Vlaardingerbroek op.

Het fascinerende gegeven dat het grootste deel van de bebouwing van de grachtengordel niet uit de 17de, maar uit latere eeuwen stamt, is slechts bijzaak in het rijk geïllustreerde De wereld aan de Amsterdamse grachten. Met vier artikelen van verschillende auteurs over de stijl van de architectuur, de herkomst van bouwmaterialen en de huisraad in de grachtengordel wil het jaarboek vooral laten zien wat het buitenlandse aandeel in de grachtengordel is. Dat blijkt groot, heel groot zelfs.

Zelf schreef Vlaardingerbroek, architectuurhistoricus bij het Bureau Monumenten & Archeologie Amsterdam, over de architectuurstijlen waarin de huizen aan de grachtengordel in de 17de en 18de eeuw zijn gebouwd. Die zijn allemaal van buitenlandse oorsprong. Zo was het Hollandse classicisme van onder anderen Jacob van Campen, de architect van het Amsterdamse stadhuis, gebaseerd op het maniërisme van de Italiaan Scamozzi. In de 18de eeuw waren de stijlen van de nieuwe grachtenpanden vooral afkomstig uit Frankrijk. Weliswaar gaven de Nederlandse metselaars en timmerlieden – hoogstens vijf procent van de huizen aan de grachtengordel is ontworpen door architecten – een eigen draai aan de Italiaanse renaissance en de Franse rococo, maar het zijn én blijven stuk voor stuk importstijlen.

Hetzelfde geldt voor de materialen waarvan de huizen zijn gemaakt. Eigenlijk komen alleen de bakstenen uit Nederland, schrijft Gabri van Tussenbroek in ‘Werelds bouwen’. De houten palen waarop Amsterdam is gebouwd, zijn afkomstig uit Scandinavië, de Oostzeestaten, Duitsland of Frankrijk. Het natuursteen komt uit de Ardennen, Frankrijk, Duitsland en Italië, lood en leisteen uit Engeland, ijzer uit Frankrijk en Zweden, albast uit Engeland en koper uit Zweden.

Hetzelfde geldt voor de huisraad van aardewerk in de grachtenpanden die de Amsterdamse stadsarcheologen Jerzy Gawronksi en Ranjith Jayasena hebben gevonden. Slechts een klein deel van de kommen, borden, koppen en kannen is in Nederland gemaakt. De rest komt uit landen in en buiten Europa.

Zo is de grachtengordel, het grootste 17de-eeuwse monument ter wereld, volgens Vlaardingerbroek, niet zozeer een Amsterdams of Nederlands monument, als wel internationaal cultuurgoed.

Bernard Hulsman

    • Bernard Hulsman