Auteur schenkt Rijks keramiek

De Britse kunstenaar Edmund de Waal schenkt een keramische installatie aan het Aziatisch paviljoen van het Rijksmuseum.

In het Rijksmuseum wordt vandaag een werk onthuld van de Britse kunstenaar Edmund de Waal, keramist en schrijver van De haas met de amberkleurige ogen (2010), zowel een biografie van zijn joodse familie als een cultuurgeschiedenis van een collectie Japanse knopen (netsuke). Het boek werd onverwacht een internationale bestseller. De Waal schenkt nu het werk An idea (for the journey) aan de jubilerende Vereniging van Vrienden der Aziatische kunst (VVAK), die een groot deel van haar collectie tentoonstelt in het Aziatische paviljoen van het museum. De Waal (1964), die een half-Nederlandse vader heeft, werd bekend door zijn boek, maar is nu ook als kunstenaar veelgevraagd. Op dit moment exposeert hij nieuwe installaties in galerie Gagosian in New York. De Waal geeft vandaag ook een lezing in Amsterdam op een symposium van de VVAK. Via Skype beantwoordde hij eerder al enthousiast en precies vragen vanuit zijn Londense atelier.

Waarom schenkt u aan de VVAK?

„Ik voel me verbonden met Amsterdam. Als kind kwam ik vaak in het Rijksmuseum als ik bij Nederlandse familie logeerde. Het was er donker en stoffig, gehuld in een rembrandtesk duister. Ik herinner me dat ik porselein uit Azië zag, in een ongelooflijke hoeveelheid. Het was nog steeds cargo van de VOC. Maar de collectie van het VVAK is fantastisch, klein, en van zeer hoge kwaliteit. Vooral de collectie kakiemon porselein is ongeëvenaard. Nu wordt die collectie voorbeeldig tentoongesteld, met veel licht en ruimte eromheen. Nu zie je hoe levendig en grappig keramiek is.”

Uw werk komt bij de ingang van het Aziatische paviljoen. Staat het daar goed?

„Dat is de beste plek, tussen Azië en Europa in. Op die grens bevindt zich mijn werk. Oost en west beïnvloeden elkaar al zo lang, de geschiedenis is verrukkelijk ingewikkeld. Keramist Shoji Hamada staat bijvoorbeeld te boek als hoeder van de Japanse traditie maar hij studeerde omstreeks 1920 wel drie jaar in Engeland. Beeldhouwer Isamu Noguchi was ook een kind van twee culturen, Japans en Amerikaans. Noguchi maakte in de jaren 50 in zijn Japanse studio een kamer van klei, hij bedekte alle muren ermee. Zo ben ik weer op het idee gekomen om met mijn porselein installaties te maken.”

Waarom koos u dit werk voor het Rijks?

„Het bestaat uit 24 porseleinen vaasjes in twee vitrines. De hoeveelheid echoot de indruk die het museum vroeger op mij maakte. Voor de vitrines zit matglas. Dat maakt de objecten vaag. Hoe dichterbij je komt, hoe minder je ziet. Het is alsof je een herinnering ervaart. De installatie is ook een gesprek met elementen van Aziatische kunst waar ik van hou. Vanzelfsprekend is dat porselein, maar het gaat ook om schaduwen, die in de Japanse cultuur zo aanwezig zijn. Dit werk is een lofzang op schaduw.”

    • Bianca Stigter