Vol idealen, bedreigd, en nog maar zestien

Als strijder voor meisjesonderwijs in Pakistan overleefde Malala een aanslag van de Talibaan. Ze is kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede. En nu is er ook haar autobiografie.

Schilderij van Malala Yousafzai gemaakt doorJonathan Yeo, te zien in de Britse National Portrait Gallery. Foto AP

Gisteren was het een jaar geleden dat een jongeman met een baard de straat opstapte en een schoolbusje in de Pakistaanse stad Mingora aanhield. Een metgezel, met een zakdoek voor neus en mond, klom op de open laadklep aan de achterkant en vroeg: „Wie is Malala?” Toen een paar meisjes de kant van Malala Yousafzai uitkeken wist de man genoeg, haalde een pistool te voorschijn en schoot haar van vlakbij door het hoofd.

Daarmee nam het toch al turbulente leven van de toen vijftienjarige scholiere een nieuwe dramatische wending. Terwijl zij tussen leven en dood zweefde, ging haar naam de wereld over. Bijna iedereen leefde mee met het meisje, dat zich niet monddood liet maken door de Talibaan en met alles wat ze in zich had streed voor het recht van meisjes op onderwijs.

Met een grote dosis geluk overleefde Malala. De kogel bleek door haar linkeroogkas te zijn gegaan, haar linkerschouder in. Vitale hersengedeeltes waren net niet geraakt. Chirurgen in Peshawar, Islamabad en Birmingham wisten haar in de maanden daarna weer grotendeels op te lappen. Een deel van haar schedel bestaat nu uit een titaniumplaatje en ze heeft een gehoorapparaatje gekregen in haar linkeroor.

Op 12 juli van dit jaar, op haar zestiende verjaardag, vloog ze naar New York om een toespraak te houden voor de Verenigde Naties. „Laten we boeken en pennen gebruiken, het zijn onze krachtigste wapens”, hield Malala haar toehoorders, onder wie secretaris-generaal Ban Ki-moon, voor.

Sindsdien heeft ze de ene prijs na de andere ontvangen. Ze is een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede. Morgen wordt de winnaar bekendgemaakt. Het zou een bijna sprookjesachtige climax zijn: dapper, slim en ongewapend meisje triomfeert voor het oog van de wereld over barbaarse strijders, die slechts kille terreur en achterlijkheid hebben te bieden. Grootmoedig riep ze deze week in een gesprek met de BBC op tot vredesoverleg met de Talibaan „omdat dialoog de beste manier is om tegen oorlog te vechten”.

Malala Yousafzai heeft nu samen met de Britse journaliste en Pakistan-kenner Christina Lamb haar levensverhaal opgeschreven. Een autobiografie van een zestienjarige? Dat klinkt misschien niet opwindend. Maar het is een meer dan geslaagd project. Ik ben Malala is vlot geschreven en de lezer steekt niet alleen veel op over Malala maar ook over de onthutsende opmars van radicale moslims in Pakistan.

Malala komt uit Swat, een schitterende vallei vol boomgaarden in het noordwesten, die wordt doorkliefd door een kolkende rivier met steil oprijzende bergen aan weerskanten. Tien jaar geleden, voor de komst van allerlei fundamentalistische moslims, was het gebied geliefd bij toeristen.

Ze groeide op in Mingora, de hoofdplaats van Swat die de laatste jaren in rap tempo is gegroeid. Ze hoort tot de Pathanen, de grote etnische groep die zowel in het noordwesten van Pakistan als in Afghanistan rijk is vertegenwoordigd. De Pathanen staan bekend om hun trots, gastvrijheid en krijgshaftigheid – de meeste Talibaan zijn Pathanen – maar ook om hun repressieve houding jegens vrouwen. Die mogen nooit alleen het huis uit en veel Pathanen willen niet dat meisjes doorleren na de puberteit.

Vader als grote inspirator

Ook Malala’s moeder kan niet lezen of schrijven. Dé grote inspirator in Malala’s leven is haar vader Ziauddin Yousafzai. Uit het boek komt hij naar voren als een dynamische en onverschrokken figuur met een groot hart en een diepe belangstelling voor politiek en cultuur.

Anders dan bij de meeste, niet bijster intellectueel gerichte Pathanen was zijn droom al van jongsaf een eigen school op te zetten. Met vallen en opstaan, lukte dat, al leefde het gezin aanvankelijk in bittere armoede. Bij Malala’s geboorte had de familie Yousafzai geen keuken en geen badkamer. Haar moeder kookte hun eten op een houtvuurtje buiten.

Met ongebruikelijke vanzelfsprekendheid bood haar vader ook meisjes de kans zich te ontwikkelen, niet alleen op de basisschool maar, later, ook op een middelbare school. Malala bleek een vroegrijp en ambitieus meisje. Al op haar elfde verslond ze Anna Karenina en A brief history of time van Stephen Hawking. Meestal was ze de beste van haar klas, zoals we net iets te vaak lezen in haar boek.

Na 2007 raakte de vallei in de greep van radicale moslims. Indringend beschrijven Malala en Lamb hoe dat in zijn werk ging. Grote gangmaker was de 28-jarige Maulana Fazlullah, een man die de middelbare school niet had afgemaakt en die vroeger de stoeltjeslift over de rivier bediende. Zijn nummer twee was een man die vroeger in de bazaar snacks verkocht vanaf een bakfiets.

Via de radio, al spoedig Radio Mullah gedoopt, maande Fazlullah de mannen baarden te dragen en te stoppen met roken. Televisies waren volgens hem haram, strijdig met de islam. Bij een deel van de bevolking sprak zijn boodschap aan.

Scholen opgeblazen

Zijn aanhangers werden elke maand brutaler. Eerst vielen ze huizen binnen op zoek naar tv’s, cd’s en video’s. Daarna verboden ze vrouwen de bazaars te bezoeken. Tegenstanders werden steeds vaker vermoord, antieke boeddhistische overblijfselen in de buurt kort en klein geslagen. En het duurde niet lang of ze eisten de sluiting van meisjesscholen. Sommige scholen werden maar vast opgeblazen. Tegen die tijd hadden ze ook veel politiebureaus ingenomen en patrouilleerden gewapend in de stad. Ze zetten eigen rechtbanken op. Ook Malala’s vader ontving dreigbrieven en zag zich genoopt tot concessies.

De Pakistaanse regering en het machtige leger keken lang de andere kant uit. Velen, ook Malala en haar vader, verdachten de strijdkrachten, of althans een deel, ervan onder één hoedje te spelen met de fundamentalistische strijders. Niet zo’n gekke gedachte want het was ook de Pakistaanse geheime dienst die de Afghaanse Talibaan op grote schaal had geholpen. „Het leek wel of het hele land was gek geworden”, schrijft Malala.

De toestand in Swat bleef gespannen maar, in het voetspoor van haar vader, schuwde Malala kritiek op de Talibaan niet. Inspiratie putte ze ook uit het optreden van oud-premier Benazir Bhutto, die eind 2007 was vermoord, kort na haar terugkeer naar Pakistan.

Dagboek en praatprogramma’s

Al op haar elfde was Malala voor het eerste geïnterviewd door een Pakistaanse zender. „Hoe durven de Talibaan me mijn fundamentele recht op onderwijs te ontnemen”, zei ze. Op initiatief van de BBC begon ze onder het pseudoniem Gul Makai (Korenbloem) in het Urdu een dagboek over haar ervaringen in Swat. De eerste aflevering was getiteld ‘Ik ben bang’. Het dagboek werd door velen gevolgd. „Ik begon te beseffen dat een pen en de woorden die daaruit vloeien nog veel krachtiger kunnen zijn dan machinegeweren, tanks of helikopters”, schrijft ze.

In 2009 begon het leger eindelijk een grote schoonmaakoperatie waarbij het in Mingora tot hevige gevechten kwam. Maar definitief verslagen waren Fazlullah en zijn mannen, die zich inmiddels Pakistaanse Talibaan noemden, allerminst. Vanuit de bergen bleven ze acties uitvoeren.

Het was duidelijk dat ook Malala en haar vader potentiële doelwitten waren. Desondanks bleven beiden zich uitspreken voor onderwijs. En vooral Malala, dat unieke fenomeen – een Pathaans meisje dat zich welsprekend in het openbaar tegen fundamentalistische strijders durft uit te spreken – werd steeds vaker gevraagd voor praatprogramma’s op televisie en radio. Als eerste kreeg ze eind 2011 ook de nationale vredesprijs van Pakistan uitgereikt.

Maar al die aandacht maakte haar een steeds belangrijker doelwit voor de Talibaan. Iets wat Malala en haar vader heel goed beseften. Haar vader opperde om zich een tijdje gedeisd te houden. Maar Malala wees dat van de hand. „We kunnen onze campagne toch niet verloochenen”, hield ze haar vader voor.

Na de aanslag belandde Malala met haar familie in Birmingham. De Pakistaanse regering bezorgde haar vader een baan als onderwijsattaché op het Pakistaanse consulaat. Ze hebben er een huurhuis maar verlangen allemaal terug naar Swat, dat ze zo plotseling moesten verlaten. „Ons huis voelt groot en leeg”, schrijft Malala. Ze spreekt van een luxe huisarrest. Maar de Talibaan hebben gezegd haar alsnog te willen doden. Terugkeer is voorlopig geen optie. Het is de prijs die Malala, haar ouders en broers betalen voor hun strijd voor het recht op meisjesonderwijs.