Vice-president rechtbank Amsterdam wil dat rechter werkt als juridische huisarts

Rechterlijke conflictbeslechting kan een stuk eenvoudiger. De vice-president van de Amsterdamse rechtbank Sjouke Rullmann pleit vandaag in een interview met NRC Handelsblad voor een systeem waarin de rechter werkt als een juridische huisarts.

“De manier waarop wij het nu doen, met dagvaardingen, deurwaarders en uitwisseling van pleitnota’s, is voor sommige zaken te zwaar en te duur. Ik vind dat de rechter gewoon spreekuur moet houden. Partijen trekken bij binnenkomst van de rechtbank een nummertje en wachten op hun beurt. Of ze maken een afspraak. Iemand met een conflict kan de rechter ook vragen de andere partij op te roepen.”

‘Je hoeft echt geen twintig wetboeken te bekijken’

Rullmann was de afgelopen tien jaar voorzitter van het team dat alle kort gedingen – spoedeisende geschillen - in de hoofdstad behandelt. Ze behandelde sinds 2003 zo’n vierduizend zaken. In een bijzondere zitting van de rechtbank wordt ze morgen uitgezwaaid. Met name bij familieconflicten en sommige ordemaatregelen – zo’n derde van het aantal kort gedingen – komt een spreekuur volgens de vice-president van de Amsterdamse rechtbank van pas.

“Nu wordt er een kort geding opgetuigd over de vraag of moeder het paspoort van het kind aan vader moet afstaan zodat hij met het kind op vakantie kan. Door goed te luisteren en hoor en wederhoor toe te passen is zo’n zaak voor een rechter vaak eenvoudig op te lossen. Het sluit ook meer aan bij het idee van de dorpsoudste onder de boom. Een wijze magistraat die conflicten beslecht. Als je een kind voorlopig moet toewijzen bij een scheiding, hoef je echt geen twintig wetboeken te bekijken.”

Storend

In het interview zegt Rullmaan ook dat ze het “erg storend” vindt dat media zich vrijwel volledig richten op het strafrecht.

“Een groot deel van onze rechtspraak gaat over civiele conflicten. Ik vind het van groot belang dat mensen weten wat daar gebeurt. We hebben het immers over een van de drie pijlers onder de rechtsstaat, daar drijft onze democratie op. Het is ondenkbaar dat de bevolking niet wordt geïnformeerd over wat er in grote delen van het parlement gebeurt. Dat zou toch ook voor de derde staatsmacht moeten gelden?”