Van Totti leert hij een leider te zijn

De middenvelder van AS Roma, morgen met Oranje actief tegen Hongarije, is niet nog lang niet uitgeleerd. „Ik moet stappen maken, vooral buiten het veld.”

Met enige verontwaardiging bestrijdt Kevin Strootman dat hij een onomstreden speler zou zijn in de selectie van bondscoach Louis van Gaal. „Ik moet het gewoon weer elke keer laten zien, net als alle andere spelers. Als ik niet presteer, verlies ik mijn plaats.” De middenvelder van AS Roma is neergestreken in Noordwijk, waar het Nederlands elftal zich voorbereidt op de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Hongarije van morgen.

Een uurtje later, op de persconferentie van Van Gaal, lijkt de bondscoach Strootmans woorden te onderschrijven. Iedereen, aldus Van Gaal, moet zich nog moet bewijzen om mee te gaan naar het WK in Brazilië. „Buiten Arjen Robben, Robin van Persie en Kevin Strootman”.

Het tekent de status van de pas 23-jarige Strootman in de selectie van het Nederlands elftal. Wie er ook goed in vorm is, de Ridderkerker is er onder Van Gaal altijd bij. Hij speelt altijd in de basis en is na Van Persie en Robben de derde aanvoerder van Oranje.

En bij zijn club gaat het ook al crescendo. Tegen alle verwachtingen in staat AS Roma, waar Strootman het middenveld bezet met de Italiaan Daniele de Rossi en de Luxemburgse Bosniër Miralem Pjanic, na zeven wedstrijden zonder puntverlies bovenaan in de Serie A. In de afgelopen twee seizoenen waren de Romeinen nog respectievelijk zevende en zesde geworden. Vorige week was Roma in Milaan thuisclub Inter de baas: 0-3.

AS Roma was niet Strootmans eerste keus. De linkspoot had gehoopt op een club uit Engeland of Spanje. „Italië is geen absolute top. Maar Roma wist me toch te overtuigen. Ik heb van tevoren met Van Gaal gebeld, die was positief. Ook Mark van Bommel en Maarten Stekelenburg raadden het me aan, ook al had Maarten er zelf niet zo’n gelukkige periode gehad.”

Zelfs binnen Italië kunnen de giallorossi moeilijk worden bestempeld als topclub. Landskampioen werd Roma pas drie keer, Europees kwam de club de laatste jaren niet ver. Toch huisvest Roma een van de grootste voetballers die Italië heeft gekend: Francesco Totti, 37 jaar inmiddels, cultheld van beroep. Hij is begonnen aan zijn 22ste seizoen in het geel-rood en speelde 537 competitiewedstrijden, waarin hij 230 keer scoorde.

Uit bij Inter was Totti vorig weekend gewoon weer de uitblinker, met twee doelpunten. Na afloop had de schaduwspits lovende woorden over voor zijn Nederlandse ploeggenoot. Strootman is de reden dat het elftal stabieler is dan in voorgaande jaren, zei Totti. De waardering is wederzijds. Strootman: „Totti doet niet alleen nog mee, hij steekt er gewoon nog bovenuit.”

In Totti ziet Strootman ook een voorbeeld van een speler die zowel binnen als buiten het veld een boegbeeld is, zegt hij. „Ik ben derde aanvoerder, maar Van Gaal heeft gezegd dat dat meer iets is voor de toekomst. Ik moet nog stappen maken, vooral buiten het veld. Op het veld coach ik veel, daarbuiten ben ik juist niet iemand die anderen corrigeert.”

Met zijn 21 interlands is Strootman zelf al een van de meer ervaren internationals. Een nog jongere generatie sluit aan bij Oranje. Deze keer zit de negentienjarige linksbuiten Memphis Depay, die Strootman nog kent van PSV, voor het eerst bij de selectie. „Ik probeer Memphis dan een beetje uit te leggen wat de bedoeling is. Dat zit in de kleinste dingen: waar je je moet melden bijvoorbeeld. Zelf heb ik dat uitgelegd gekregen door spelers als Mark van Bommel, Wesley Sneijder en Nigel de Jong.”

Het gebrek aan ervaring zal het Nederlands elftal op het WK nog opbreken, wordt weleens beweerd. Zelf ervaart Strootman het verschil tussen de Serie A en de eredivisie. „Het is harder. Fysieke duels zijn belangrijker. En er spelen minder jongeren. In de eredivisie krijgt een achttienjarig talent een kans, in Italië wordt hij eerst een paar jaar uitgeleend.”

Toch ziet Strootman het niet als een bezwaar dat de gehele Oranje-verdediging in Nederland speelt. „Ze hebben in Oranje weinig tegendoelpunten gehad. Ik weet wat er dan gezegd wordt, dat de landen waartegen we speelden niet zo veel voorstellen. Maar andere toplanden zaten soms ook in makkelijke poules, en die kregen meer doelpunten tegen.”

In Italië is Strootman „completer” geworden, zegt hij. Hij valt niet op door een uitmuntende techniek of door veel ballen af te pakken. Maar met zijn uithoudingsvermogen, inzicht en drive is hij zowel verdedigend als aanvallend van waarde. Elke lichting van Oranje heeft één ‘breker’ nodig, een man die duels wint – zoals Johan Neeskens in de jaren zeventig en Jan Wouters in de jaren tachtig en negentig. Op basis van zijn nu al indrukwekkende cv kan Strootman eenzelfde grote toekomst tegemoet gaan. Maar verder kijken dan het volgende WK wil Strootman niet, zegt hij. En, met een glimlach: „Zo groot als Totti zal ik niet worden.”

    • Derk Walters