Spil in de theoretische fysica

Nico van Kampen (1921-2013)

Zondag is op 92-jarige leeftijd Nico van Kampen overleden, scherpzinnig fysicus.

Nico van Kampen

Tot een paar maanden geleden was theoretisch fysicus en emeritus-hoogleraar Nico van Kampen nog geregeld op de Universiteit Utrecht te vinden. Vaak rond lunchtijd, zegt zijn neef, theoretisch fysicus en Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft. „Dan maakte hij de kantine onveilig.”

Er schoven altijd mensen aan, want Van Kampen had veel verhalen en een kring van vrienden op het Instituut voor Theoretische Fysica in Utrecht. Vanaf 1955 was hij als hoogleraar aan dat instituut verbonden geweest. „En lange tijd was hij voor ons een soort goeroe”, zegt ’t Hooft. „Hij wist wat in het vak speelde, kende veel mensen en kon scherp analyseren. Zo was hij een spil in de theoretische fysica.”

Van Kampen kwam uit een ‘natuurkundige’ familie. Zijn oom was de beroemde fysicus Frits Zernike (1888-1966), die in 1953 de Nobelprijs won voor het ontwikkelen van de fasecontrastmicroscoop. In de familie werd daarna nog lang gedacht dat Van Kampen in de voetsporen van zijn oom zou treden, maar de volgende Nobelprijs kwam bij een volgende generatie terecht, bij neef ‘t Hooft dus (in 1999). Dat kan voor Van Kampen misschien wel eens lastig zijn geweest, zeggen mensen uit zijn omgeving, maar daarover liet hij zich niet uit.

Van Kampen, zeggen zij, was heel nauwkeurig en superkritisch, ook op zijn eigen werk in bijvoorbeeld de statistische fysica. Mede daardoor is zijn handboek Stochastic processes in physics and chemistry uit 1981 nog altijd in gebruik. De formuleringen erin en de opzet ervan zijn nog steeds een voorbeeld voor andere auteurs.

Maar zijn precieze, kritische geest werkte ook tegen hem. „Ontdekkingen in de natuurkunde worden vaak gedaan door mensen die iets uit hun mouw schudden”, zegt ’t Hooft. „Die iets durven geloven wat ze nog niet zeker weten.” En dat durfde Van Kampen niet.

Toen hij in 2002 het boekje Waanwetenschap schreef, toonde Van Kampen niet zijn eerdere oorspronkelijkheid en vernieuwende blik, maar vooral zijn zeer kritische zijde. Maar, zegt Henk Stoof die jaren met Van Kampen samenwerkte: „ collega’s zullen zich hem herinneren als de inspirerende, scherpzinnige, no-nonsense fysicus die hij allereerst was.”