Scenario 2 Wat er in Nederland kan gebeuren

1Economie

Nederland is de meest open economie ter wereld en sinds de 17de eeuw een van de vijftien rijkste landen. Het nationaal inkomen stijgt sinds 1820 constant, alleen onderbroken door de recessie in de jaren 30 en de Tweede Wereldoorlog. Nederland kan blijven groeien als het profiteert van nieuwe technologie en de verbeterde gezondheid van met name oudere werknemers. Maar de groei kan ook stagneren door onze gerichtheid op diensten. Zulke economieën groeien minder snel dan industriële.

2Bevolking

De bevolking groeit van 16,8 miljoen nu naar 17,8 miljoen in 2060. Ruim een kwart van de bevolking is straks 65-plusser, nu is dat 16 procent. De levensverwachting stijgt met ongeveer zeven jaar en komt in 2060 op 87,1 jaar voor mannen en 89,9 jaar voor vrouwen. Wellicht worden we zelfs gemiddeld 100 jaar in 2050.

3Huishoudens

Het aantal eenpersoonshuishoudens groeit naar 44 procent in 2060. Dat was in 1960 nog maar 14 procent. Daardoor blijft de behoefte aan woningen groeien. Tot 2040 zijn 1 miljoen extra woningen nodig. Dat moeten dan wel andere zijn dan de gezinswoningen die de babyboomers straks achterlaten als zij sterven.

4Netwerksamenleving

De kloof tussen hoog- en lager opgeleiden wordt groter. Verwante groepen zoeken elkaar in de informele netwerksamenleving vaker op, met uitsluiting van anderen. Maar het vertrouwen van mensen in elkaar, in de politiek en in rechters is de laatste jaren hoger dan in de verzuilde samenleving. Of dat zo blijft?

5Steden

De steden blijven groeien en het platteland loopt leeg. Ook ouderen blijven in de stad, zij gaan niet ‘drentenieren’. De steden in de Randstad moeten naar elkaar toe groeien om te profiteren van de voordelen die een agglomeratie biedt. Door thuiswerken is minder behoefte aan kantoorruimte. Ook winkels in binnensteden komen leeg te staan, door webwinkelen en megastores aan de rand van de stad. Het autogebruik vermindert. Luchtvaart en scheepvaart blijven groeien. Schiphol is kwetsbaar als één van de vier grote Europese luchthavens, door de oostwaartse verschuiving van het zwaartepunt in de mondiale economie.