Retourtje Siberië voor een foto

Een expositie toont foto’s uit mode- en reisbladen Modefoto’s verouderen niet

Redacteur media

Ze kijkt haast schuw in de lens. Sylvia Kristel, in 1975 op het toppunt van haar roem na het uitkomen van de film Emmanuelle. Haar lippen zijn opgemaakt, maar haar mond wil niet verleiden. Een grijsblauwe sjaal bedekt haar hals.

De foto van C. Barton van Flymen is onderdeel van de expositie ‘Framed in Print, 40 jaar Nederlandse tijdschriftfotografie’, vanaf vandaag in het Amsterdamse museum Foam. Barton van Flymen maakte het beeld voor Nieuwe Revu, maar de foto haalde het blad niet. Dat coverde liever met een ontblote Kristel: de armen over de borsten, de lippen half open.

„Dat is wat deze selectie bijzonder maakt”, zegt samensteller Hans van Blommestein. „We kozen de mooiste foto’s, niet per se de foto’s die de redacties van toen de beste vonden.”

Samen met Bart Nieuwenhuijs doorgroef hij de fotoarchieven van vijf tijdschriftfotografen. De fotografen die ze selecteerden maakten uiteenlopend werk. Van de reisreportages van Peter van der Velde voor Avenue tot de naaktportretten van Bart van Leeuwen voor Playboy.

Ze hebben gemeen dat ze allen nog geen eigen boek hadden „terwijl ze er wel een verdienden”. Dat geldt zeker voor Boudewijn Neuteboom, grondlegger van de modefotografie in Nederland, naast Paul Huf. „Dat hij nog geen boek met zijn werk had, is alleen omdat de tijdschriften zelf als portfolio dienden. Dat was toen zo’n groot podium, de noodzaak tot een boek was er nooit”, aldus Nieuwenhuijs.

Gouden jaren

De expositie wordt vergezeld door een box met vijf boeken – Fotofolio – en omvat de gouden jaren van de tijdschriftfotografie in Nederland, vóórdat internet gemeengoed werd. In de jaren zestig tot en met negentig was het tijdschrift een venster op de wereld. Dat kon het ook zijn: adverteerders en dus geld en tijd genoeg. Zo kon Neuteboom naar Siberië reizen voor een shoot met bontmantels. En kon Nieuwenhuijs een week zoeken naar het juiste blauwe netje voor een culinaire shoot met ansjovis.

Het was ook de tijd waarin in de Nederlandse bladen sprake was van een fotografiecultuur, meent kunsthistoricus Frits Gierstberg: „Een min of meer gedeelde ambitie bij uitgevers, redacties, artdirectors en natuurlijk fotografen om een product te maken dat binnen het visuele domein betekenis en artistieke waarde kon hebben.” De samenstellers claimen geen volledig overzicht te geven van de Nederlandse tijdschriftfotografie. „Dan hadden we Eddy Posthuma de Boer en Ed van der Elsken ook moeten opnemen.”

Bij het zien van de foto’s valt op dat de meeste overeind blijven, ook na decennia. Terwijl de typografie en vormgeving gedateerd zijn, zouden veel foto’s ook nu nog in mode- of reisbladen kunnen staan. De techniek en de kledingsmaak mogen veranderd zijn, de sfeer die ze uitademen is modern.

Hans van Blommestein was artdirector van het vooruitstrevende blad Avenue. „We gaven de fotograaf veel vrijheid. Natuurlijk overlegden we over de insteek, maar de opdracht waarmee ik iemand op pad stuurde was heel breed.” Nieuwenhuijs, opgewonden: „Dat is nu wel anders. Een opdrachtgever geeft nu bijna altijd een schets: dit moet op de foto staan, in dit licht, met die achtergrond.”

Gebrek aan opvolgers

Dat leidt tot eenheidsworst, vinden ze. Van Blommestein: „Ik begrijp het ook wel. De budgetten zijn kleiner. Experimenteren is dan link.” Opvolgers van bladen als Avenue en Elegance zien ze niet op de Nederlandse markt.

Toch was niet vroeger alles beter. „Dat dat portret van Sylvia niet in Revu gepubliceerd werd, zegt genoeg. En ikzelf zou nu ook andere keuzes maken”, vertelt Van Blommestein. „De foto met de man bij Le Mont Saint Michel stond als éénkolomsfoto in Avenue. Nu zou ik hem een spread hebben gegeven.”