Pensioenen: drie lessen uit slepend debat

Sommige beloften zijn te mooi om waar te zijn. In het persbericht van het ministerie van Sociale Zaken over de nieuwe inhoud van de werknemerspensioenen staat dat de gekozen oplossing minder gevoelig is voor de schokken op de financiële markten. Dat de risico’s en rendementen eerlijk over ouderen en jongeren worden verdeeld. Dat tegenvallers beter over de tijd worden gespreid. Dat de pensioenpremies, die in tien jaar meer dan verdubbeld zijn, stabiel blijven. Dat de pensioenwereld de ruimte krijgt om zijn 1.000 miljard beleggingen op lange termijn te investeren. Dat alle inspanningen van de pensioenwereld, die wordt bestuurd door afgevaardigden van werkgevers en vakbonden, gericht blijven op een pensioenuitkering die zijn koopkracht behoudt. En dat deze oplossing een breed draagvlak heeft.

Na veertig maanden impasse rondom een structurele keuze voor bestendige pensioenen had staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) lering moeten trekken uit het verleden. Als deze oplossing werkelijk het ei van Columbus is, dan was die wel eerder bedacht.

Het wantrouwen van burgers tegenover het pensioenstelsel is mede ontstaan doordat werkgevers, vakbonden én de pensioenwereld zelf te lang te mooie beloften hebben gedaan. Ook ons door de pensioen-wereld regelmatig opgehemelde systeem blijkt niet bestand tegen onze stijgende levensverwachtingen, tegen de schokken op de financiële markten, waar de kolossale pensioenvermogens zijn belegd, en tegen de historisch lage rente die volgde op de kredietcrisis, de eurocrisis en de aanhoudende economische crisis.

Les 1 van de afgelopen jaren moet zijn: ons pensioen is onzeker. Les 2 is: ons pensioen is door niemand gegarandeerd. En les 3 is: leg uit wat er gebeurt, maar beloof niets wat je niet kunt waarmaken.

Klijnsma kiest nu voor een pensioencontract dat nog het meest lijkt op een combinatie van het huidige pensioen en een interessant voorstel van werkgevers en vakbeweging van veertig maanden geleden. De concrete inhoud van het nieuwe pensioen moet nog worden uitgewerkt, maar zou in 2015 praktijk moeten zijn.

Kabinet en Kamers zijn nu aan zet. Werkgevers en vakbonden zijn weliswaar de beslissers in de pensioenwereld, maar regering en parlement bepalen de randvoorwaarden, zoals de fiscale subsidiëring. Zij toetsen ook of de oplossing het beste is voor de samenleving. De huidige veranderingen, zoals de fiscale versobering van pensioenen, waarmee de meerderheidsoppositie in de Eerste Kamer grote moeite heeft, ontnemen burgers het zicht op het complete beeld. Het antwoord op de terechte vraag van de burger ‘Wat betekent dit voor mijn pensioen?’ is nog net zo onduidelijk als veertig maanden geleden. Draagvlak is fijn, maar de beide kabinetten-Rutte hadden eerder knopen moeten doorhakken.