Orgels zijn niet stoffig

Kerken lopen leeg Daardoor hoort niemand meer orgelmuziek Met hippe combinaties strijden organisten tegen hun stoffige imago

Het negentiende-eeuwse orgel van de Domkerk in Utrecht. Foto Hollandse Hoogte

verslaggever

Met stokken zo dik als beenderen slaat de slagwerker op een trommel. De harde klappen worden weerkaatst door de wanden van de Domkerk in Utrecht – in de lege, donkere ruimte klinkt iedere slag vijf seconden door. Boven improviseert de organist op het instrument uit de jaren twintig van de negentiende eeuw.

Welkom op het festival Connecting Arts, dat het orgel wil ontdoen van zijn stoffige imago. Dit was nog maar de repetitie, zegt artistiek leider en organist Reitze Smits (56). „De slagwerker mat net 138 decibel. Ze konden het buiten horen.”

Van vrijdag tot en met zondag zijn er concerten in vier kerken en in Museum Speelklok. Maar het zijn geen gewone orgelconcerten: iedere keer moet er iets speciaals gebeuren. Steeds klinkt het orgel samen met andere instrumenten. Of met videokunst. Of het concert wordt gekoppeld aan een wijnproeverij.

„Je combineert de zintuigen”, legt Smits uit. „We linken muziek aan smaken. Bach gaat heel goed samen met een Elzasser rieslingwijn.”

Kan het orgel het niet alleen? Misschien niet. Orgelconcerten trekken een klein publiek. „Bovendien is muziek voor orgel solo vaak wat minder toegankelijk. Je hebt heel specifieke muziek voor ons instrument, die wordt door violisten vaak al niet begrepen. Er is een groep geïnteresseerde kenners, maar die groep groeit niet.”

Begrafenis van je oma

De organist – ernstige blik, baardje in grijstinten – wijt het aan de ontkerkelijking. Smits: „Het orgel heeft een negatief imago omdat het wordt geassocieerd met de kerkelijke sfeer, veel mensen hebben daar een afkeer van. Bovendien wordt het vaak verkeerd gebruikt. Als je naar zo’n EO-programma als Nederland zingt kijkt... Dat is toch niet de manier waarop je met zo’n instrument om moet gaan? Wij laten zien dat er een rijke orgelcultuur is. Het moet niet het instrument zijn dat je alleen maar kent van de begrafenis van je oma.”

Connecting Arts richt zich daarom bewust op jongeren „Op mensen die het orgel helemaal niet kennen. Kijk eens naar de grote steden: daar is soms de helft van de inwoners allochtoon. In een schoolklas kan het zijn dat niemand weet wat een orgel is, laat staan hoe het klinkt. Ik merk dat mensen het vaak fantastisch vinden als ze voor het eerst orgel horen. Het probleem zit ‘m in hoe je het overbrengt.”

Voor de programmering van het festival haalde hij wel inspiratie uit de kerkcultuur: kerkdiensten mixen kunstdisciplines. Orgelmuziek wordt afgewisseld met gesproken woord. Katholieke kerken zijn vaak versierd met beelden en schilderingen.

Bach met elektronica

De orgels zelf zijn ook een attractie. Smits’ ogen glimmen als hij vertelt over het orgel van de Martinikerk in Groningen, zijn persoonlijke favoriet. Geen instrument waaruit je zo veel klankkleuren kunt halen. En Nederland is wereldberoemd om zijn orgels, zegt Smits. Die moeten we koesteren.

Hij maakt zich zorgen. „Als het blijft gaan zoals het gaat, dan zijn we de verbinding over vijftig jaar kwijt. In de kerkgemeentes die nog wel kerkgangers trekken, hoor je alleen maar pop en gospel.Gelukkig zie ik ook positieve ontwikkelingen. Een jonge organist geeft bij ons concerten waarin hij Bach mixt met elektronica; hij creëert als organist én dj nieuwe muzikale structuren. Dat is de toekomst.”