Nederland in 2050

Wie beleid ontwikkelt, moet naar de toekomst kijken. Naarmate die toekomst verder weg is, wordt voorspellen lastiger. Twee planbureaus doen het toch. Een denkoefening in onzekerheid.

Tekst Arjen Schreuder Illustratie Rhonald Blommestijn

„Het doen van wetenschappelijke uitspraken over de toekomst is een hachelijke zaak”, luidt de eerste zin van de vandaag verschenen studie Welvaart en leefomgeving. Zo is het. Er zijn veel trends die gedurende tientallen jaren consistent zijn, maar er zijn ook onbekende ontwikkelingen, „zwarte zwanen”, die redelijke verwachtingen in de war schoppen: de opkomst van internet, de aanval op de Twin Towers, de populariteit van de anticonceptiepil, de val van de Muur, de kredietcrisis.

Toch presenteren onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) samen met het Centraal Planbureau (CPB) een educated guess naar hoe de wereld en Nederland er in 2050 uit zullen zien. Zij spreken zelf van een „horizonscan”. PBL-onderzoeker Ton Dassen: „Niemand weet hoe de toekomst eruit ziet. En hoe verder weg, hoe onduidelijker het beeld wordt. Toch is het van belang om toekomstverkenningen te maken. Daar kunnen ministeries hun beleid op baseren. Ze zijn daartoe zelfs verplicht, bijvoorbeeld bij de aanleg van een snelweg of een dijk. Je kunt onze studie zien als een denkoefening in onzekerheid.”

Niet alle voorspellingen zijn even spectaculair. Het aantal inwoners van Nederland zal de komende dertig jaar groeien en daarna stabiliseren. Dat geldt ook voor het aandeel ouderen. We zullen gemiddeld een jaar of zeven ouder worden, en deze gewonnen levensjaren in betere conditie doorbrengen. Daardoor kunnen we allemaal langer doorwerken, en blijven pensioenen betaalbaar.

Hoopgevend is ook de bevinding dat de arbeidsproductiviteit en daarmee het inkomen van de Nederlanders al bijna tweehonderd jaar groeit, ondanks enkele diepe crises, zoals de Tweede Wereldoorlog.

„Blijkbaar is het mogelijk dat landen na een enorme crisis binnen afzienbare tijd weer aanhaken bij de wereldwijde groei”, schrijven de onderzoekers. Ton Dassen: „Een crisis leidt altijd tot verschuiving van macht. De vorm van de samenleving verandert. Maar het inkomen blijft meestal stijgen, mits de bakens op tijd worden verzet. Nederland heeft dat in het verleden door het polderen altijd op tijd kunnen doen.”

De onderzoekers hebben ook enkele mogelijke „trendbreuken” beschreven: „ontwikkelingen waarvan het voorstelbaar is dat ze gebeuren”. Dat zijn pas echt spannende voorspellingen: dat we in 2050 gemiddeld 120 jaar oud zullen worden; dat het huidige verkeerssysteem obsoleet zal zijn geworden door de introductie van een zelfsturende en oneindig veel efficiënter rijdende auto; dat een technologische doorbraak leidt tot een veel grotere opslag van duurzaam opgewekte elektriciteit en fossiele brandstoffen definitief overbodig maakt; en dat de klimaatverandering na een periode van relatieve traagheid alsnog versneld toeslaat.