House is vijfentwintig en beleeft via de VS nu een nieuwe jeugd

Dat house in Nederland dit jaar zijn vijfentwintigste verjaardag viert, is een mijlpaal om meerdere redenen. Het is de viering van een subculturele stroming die uitgroeide tot een muzikale categorie; het is de viering van de maatschappelijke trend van nachtenlang dansen – en wellicht ook de viering van een bloeiende exportsector, de grootste van ons culturele aanbod.

Het begon eind jaren tachtig met feestjes in verlaten loodsen in het havengebied en onder viaducten bij de snelweg. Nederland maakte kennis met ‘house’, genoemd naar houseparty’s in Amerika waar de repetitieve bonkmuziek voor het eerst werd gedraaid. De subcultuur alhier bleek rijp voor het partygevoel, dat al snel werd vertaald naar kleding, drugs en sociaal gedrag. Bij house hoorde een kostuum van wielrenbroekje, wijd shirt en stevige schoenen, om uren op te dansen, al dan niet na gebruik van de nieuwe partydrug xtc, tijdens een nacht die kon duren tot de volgende avond, dankzij de zojuist uitgevonden ‘afterparty’.

Belangrijk nieuw aspect was het succes van de dj – tot dan een redelijk anonieme dubbelrol voor de glazenhaler. Dj’s werden de sterren van de house. Ze draaiden op meerdere feesten per nacht en creëerden een eigen mythologie: de dj draaide niet zomaar wat platen, hij vertelde ‘een verhaal’, en nam je mee ‘op reis’. Die reis duurde een uur of vijf, zes.

Nederland bleek verrassend goed in house. Goed in clubs, zoals de internationaal befaamde RoXY in Amsterdam, maar ook de Waakzaamheid in Koog aan de Zaan en Parkzicht in Rotterdam. Dj’s begonnen eigen muziek te maken, en voor het eerst in de geschiedenis werd Nederland de bakermat van nieuwe stromingen: zoals het meedogenloze ‘hardstyle’ en ‘gabber (in het buitenland ‘gabba’ genoemd). Er ontstonden bovendien partyorganisaties die steeds grotere feesten gingen organiseren, met ID&T als beroemdste voorbeeld.

En net toen je kon denken dat dance na twintig jaar zo’n beetje geconsolideerd was, bleek er sprake van een stroomversnelling. Via Amerika, waar de dancedraak pas vier jaar geleden wakker werd, boomerangt het genre nu keihard terug naar West-Europa. De Nederlandse dj is populairder dan ooit. Want het zijn vooral Hollandse meesters als Tiësto, Armin van Buuren en Afrojack met hun slimme cross-over van pop en dance, waar de Amerikanen warm voor lopen. Met als nationale bijvangst dat in Nederland het feestgedruis weer oplaait, de dj’s internationaal uitwaaieren en de sector groeit. Zodat zich, nu house vijfentwintig wordt, plotseling een nieuwe jeugd aftekent.