Hongaren bouwen stadions met hulp uit Nederland

De premier houdt zo veel van voetbal dat in Hongarije veel stadions verrijzen. De knowhow komt uit Nederland.

Het nieuwe voetbalstadion voor de voetbalacademie, bijna in de achtertuin van de premier, staat er al. Het nieuwe onderkomen voor Ferencvaros, de bekendste club van Hongarije, is in aanbouw aan de rand van het centrum van Boedapest. Debrecen in het oosten heeft er een gekregen, dus krijgt Szombathely in het westen er ook een. En straks, als kers op de taart, een nieuwe voetbaltempel voor de wedstrijden van het Hongaarse nationale team, in de hoofdstad natuurlijk.

De Hongaarse premier Viktor Orbán is een voetbalfanaat en zijn land zal het weten. De regering investeert fors in nieuwe stadions. Niet dat er sprake is van capaciteitsproblemen: de tribunes van de verouderde stadions zijn vaak grotendeels leeg.

Nederland hoopt te verdienen aan de Hongaarse bouwdrift. De ambassade in Boedapest grijpt de interland Nederland-Hongarije van morgenavond in Amsterdam aan voor een verkapte handelsmissie van Hongaren naar Nederland.

Hoge ambtenaren gaan naar Nederland om kennis te maken met Nederlandse stadionverlichting, grasmatten, crowd control, architecten en beveiliging. De KNVB tekent een memorandum of understanding met de Hongaarse voetbalbond MLSZ, een soort vriendschapsakkoord over kennisuitwisseling.

Ondertussen hopen de Hongaarse voetbalfans op een cadeautje van het Nederlands elftal, dat al geplaatst is voor het WK in Brazilië. Met Roemenie en Turkije strijdt Hongarije nog om de tweede plaats in groep D die rechts geeft op het spelen van play-offs.

De verwachtingen voor WK-plaatsing zijn laag gespannen. „Misschien maken we nog een kansje als jullie lui zijn en niet al te hard lopen”, zegt Dániel Róna, een jonge politicoloog uit Boedapest en fan van MTK Boedapest. Hij komt nog naar het stadion en gaat zelfs mee naar uitwedstrijden. Onder zijn vrienden is hij een uitzondering. Hongaren hebben zich van de nationale competitie afgewend. Róna: „We zijn gewoon niet goed in voetbal.”

Het nationale elftal heeft zich al sinds 1986 niet meer geplaatst voor een EK of WK. Voetbalfans zijn gedesillusioneerd door de slechte prestaties van de afgelopen halve eeuw en door matchfixing-schandalen die vrijwel alle clubs betroffen. De grootste was bij Reac, waar zowel het gehele team als de coach en eigenaar betrokken bleken te zijn. Hongaarse clubs spelen in Europees verband geen rol van betekenis, in tegenstelling tot clubs uit buurland Roemenië.

Zo niet premier Orbán, die voetbal vergelijkt met het nationale gerecht goulash. Je moet ingrediënten blijven toevoegen om een smakelijk resultaat te krijgen, zegt hij. Naar de praktijk vertaald: wie goed voetbal wil, moet investeren, in jeugdopleidingen en faciliteiten. Hij doet beide.

Het stadion waaraan wordt gebouwd in Felcsút, het dorpje waar de premier opgroeide en woont, hoort bij de door hem in 2006 opgerichte Puskás Academie, een jeugdopleiding voor voetballers. Als Orbán zin heeft, trapt hij er zelf een balletje. Of zit hij met een zakje zonnebloempitten langs het veld, binnenkort op een tribune met 3.500 zitplaatsen.

Zelfs voetbal is in Hongarije politiek. Dat bleek al tijdens de campagnes voor de verkiezingen in 2010. Het stond al lang voor de verkiezingen vrijwel vast dat de rechts-conservatieve partij Fidesz zou winnen en Viktor Orbán premier zou worden. Zijn voetballiefde is bekend. Hij speelde zelf vroeger als voetballer in de tweede divisie.

Daarop anticiperend besloten vrijwel alle grote Hongaarse ondernemingen, zoals de OTP Bank en energiebedrijf MOL, zijn lievelingsclub Videoton te sponsoren. In 2011 werd de club voor het eerst landskampioen. Videoton is sindsdien de rijkste club van Hongarije en voert de nationale competitie aan. De nauw aan Videoton gelieerde Puskás Academie heeft een hoger budget dan de meeste clubs en speelt sinds dit jaar ook in de hoogste divisie. Toch werd Videoton in juli al uitgeschakeld in de eerste ronde van de Europa League, door Mladost Podgorica uit Montenegro. Orbán zei in een reactie dat het verlies voelde als „een schot door zijn long”. En: „Ik spuugde een week later nog bloed.”

De regering-Orbán heeft het fiscaal aantrekkelijk gemaakt voetbal te sponsoren. Orbáns openlijke afkeer van Erwin Koeman zou in 2010 hebben bijgedragen bij aan diens voortijdige vertrek als bondscoach.

Aanvankelijk werd de stadionbouw in één adem genoemd met de in Hongarije ingevoerde werkverschaffing. Om ervoor te zorgen dat ze actief blijven, worden mensen met een werkloosheidsuitkering op straffe van een lagere uitkering sinds 2011 gedwongen werk te accepteren. Het idee om langdurig werklozen stadions te laten bouwen, is inmiddels losgelaten. Grote bouwbedrijven profiteren.

Wie goed contact met Orbán wil, kan dat het beste via voetbal proberen, smoezen diplomaten. De premier geldt als een stijfkop, wiens vertrouwen niet gemakkelijk gewonnen is. De wedstrijd van morgen geldt als een mooie gelegenheid voor wat subtiele voetbaldiplomatie. Orbáns aanwezigheid in Arena staat nog niet vast. Maar nu het voor Hongarije om elk punt spant, kan hij moeilijk wegblijven.