‘Een groomer weet welke meisjes kwetsbaar zijn’

De nationale politie heeft grote moeite door te dringen in „de verborgen wereld” van online misbruik. Met vijftig man doet de politie onderzoek.

Over de zedenzaak in Cuijk wil commissaris Walter van Kleef niet te veel zeggen. Maar dat de verdachte acht jaar doorging met digitaal kinderlokken zonder dat hij werd gepakt, noemt hij wel „opvallend lang”. Hij vervolgt: „Dit is een erg grote zaak. Excessief.” Van Kleef is landelijk projectleider zeden van de nationale politie.

Waarom ging het misbruik zo lang door?

„In dit soort zaken melden zich weinig meisjes. Ze schamen zich. Achteraf denken ze: wat heb ik gedaan? Ze hebben misschien eerst hun truitje opgetild. Dat is vervolgens verder gegaan. Ze zijn vaak ook bang. De drempel om te melden is heel hoog. Vaak zijn het ouders die ermee komen.”

Was deze aanhouding een toevalstreffer?

„Het is meestal een toevalstreffer, omdat wij veelal afhankelijk zijn van meldingen. Het duurt vaak lang voordat ouders de zaak melden. Wij kunnen actief surveilleren op internet, maar het is een utopie om te denken dat wij alles kunnen zien. Daarvoor is het internet veel te groot. Dit is geen zichtbaar delict, zoals een overval op een tankstation of een inbraak in een woning. Dit is een verborgen wereld waar wij niet bij zijn.”

Hoe speurt u naar internetpedo’s?

„Bij een melding moeten we eerst nagaan of er echt iets is gebeurd. De computer wordt uitgelezen. Er blijken filmpjes te zijn gemaakt. Daarop zie je meer slachtoffers. Je hebt geen idee wie de meisjes zijn. Maar je bent verplicht hen op te sporen. Het onderzoek richt zich op de vraag wat er precies is gebeurd.”

Hoe vaak komt dit voor?

„We hebben geen absolute getallen. We zien de top van de ijsberg. Er gaat een groot deel van onze capaciteit in zitten. We hebben bijna achthonderd zedenrechercheurs en die doen zaken als incest, verkrachtingen, internetporno en sekstoerisme. Nu zijn er vijftig met grooming bezig.”

Zou u lokpubers willen inzetten om pedo’s te betrappen?

„Ik ben blij dat dit momenteel een onderwerp van de politiek is en dat er serieus werk van wordt gemaakt. Je kunt als politie niet altijd hetzelfde blijven doen. De wereld verandert en ons instrumentarium zal mee moeten veranderen.”

Is er een profiel van dit soort mannen?

„Er bestaat geen eenduidig beeld. Het zijn meestal volwassen mannen tussen de dertig en vijfenveertig jaar. Ze zitten niet allemaal eenzaam op zolder, wel gaan ze meestal hun eigen gang. Hun sociale contacten beperken zich vaak tot internet. Het zijn vaak vreemde snoeshanen. Maar soms zit er ook een vader tussen van wie je denkt: hoe is dat mogelijk?”

Hoe gaan ze te werk?

„Ze pakken de meisjes helemaal in. Ze doen zich voor als een leuke jongen van zeventien en geven het meisje het gevoel dat ze speciaal is. Zelf geven ze zich pas bloot als ze hun slachtoffer hebben geïsoleerd en ze het idee hebben dat het meisje van hen is. Omdat het meisje helemaal verliefd is. Of omdat ze bang is voor dreigementen en chantage. Dan pas zeggen ze dat ze geen zeventien zijn maar eigenlijk een vent van dertig. En dat ze dat niet eerder hebben gezegd, verklaren ze vervolgens met tranentrekkende verhaaltjes.”

Waarom gaan meisjes daar op in?

„Wat bezielt meisjes om verder te gaan, als ze eenmaal hebben ontdekt dat ze niet chatten met met een jongen van zeventien maar met een man? Daar verbaas ik me over. Het heeft ermee te maken dat het een kwetsbare groep is. Meisjes van elf tot vijftien jaar vaak. Die bovendien soms problemen thuis hebben. Of eenzaam zijn. Die bovendien seksueel nieuwsgierig kunnen zijn, niet braaf, niet vies van spelletjes. Daar komt bij dat de mannen de meisjes selecteren. Een groomer heeft snel in de gaten welke meisjes kwetsbaar zijn, en vatbaar voor toenadering.”

Wat kunnen we ertegen doen?

„Er moet nog veel meer voorlichting komen. Op scholen bijvoorbeeld. En met een theatervoorstelling zoals wij in het noorden hebben laten maken, Iets dat niemand weet. En sommige ouders moeten hun naïviteit afschudden. Ze moeten het gesprek met hun kinderen aangaan. Dat is moeilijk. Ik weet het. Ik heb ook twee kinderen in de puberleeftijd gehad. Ouders moeten veel alerter zijn. Wij zien het verdriet als zo’n zaak gaat rollen. Ouders kunnen niet bevatten wat hun lieve meisje achter haar computer allemaal heeft uitgespookt, onder hun eigen dak, één etage hoger. Dat is een enorme teleurstelling.”

    • Arjen Schreuder