De Malacosteus Niger

Bibi Dumon Tak en Fleur van der Weel storten zich op nachtdieren, na de gewone dieren in Bibi’s doodgewone dierenboek.

Er zijn plekken op aarde waar het licht nooit komt, waar het altijd nacht is, waar het duister heer en meester is. Daar, op die plek, woont de malacosteus niger. De wie? De malakostejus nieger: een diepzeevis die zo onbekend is dat hij nog geen gewone naam heeft. Nou ja, hij heeft er wel een, maar dat is een bijnaam. De Amerikanen noemen hem: stoplicht zweefkaak.

Haha, om je gek te lachen!

Hahaha...

Zo, uitgelachen? Goed, dan kunnen we verder.

Die zwarte rover met zijn uitschuifkaak en schubloze huid scheert als een schim door de diepzee. Niemand die hem ziet. Niemand die alarm slaat. Zelf kan hij alles juist heel goed bekijken. Als enig schepsel onder water kan hij namelijk rood licht maken, en hij kan het ook zien.

Dus wanneer hij op jacht gaat, schijnt hij zichzelf onzichtbaar bij. Als er dan in de rode lichtbundel voor zijn neus een garnaal opduikt, schiet hij er met zijn opengesperde kaken vol scherpe tanden op af.

Maar...

Omdat rood licht niet zo fel schijnt kan de heer Stoplicht Zweefkaak moeilijk aan een vrouwtje komen, of ze moeten elkaar toevallig tegen het lijf zwemmen, maar dat is lastig in dat oneindige waterheelal. Hij laat daarom af en toe ook een fel groen-blauw lichtje zien. Een sterretje onder water dat over grote afstand zegt: dames, ik ben hier. En dan maar hopen dat zijn signaal niet wordt opgepikt door de altijd hongerige reuzeninktvis.