De allerlekkerste ui ter wereld

Op de terugweg besloten we eens niet langs Nice te gaan, maar die leuke kronkelweggetjes door de bergen te nemen, recht omhoog, naar Turijn. Dan zouden we de volgende dag via de tunnel van Fréjus Frankrijk binnensteken ter hoogte van Grenoble en dan hup via Lyon weer naar boven.

In Italië en Frankrijk hebben ze tolwegen. Dan moet je om de zo veel tijd een keertje 16 euro afreken, of 21. Ach, je maakt een hoop kilometers en het rijdt flink door. Die schijttunnel bij Fréjus kost echter 40 euro. Goed, twaalf kilometer is lang, maar je staat wel eerst een half uur te wachten. Ze permiteren zich nogal wat, daar bij Fréjus.

Het bezoekje aan Turijn was die veertig extra euro’s gelukkig meer dan waard geweest. Je hoort eigenlijk nooit iemand over Turijn, maar het is een prachtige, statige stad, met brede allees en mooie architectuur. Turijn was vanaf de tweede helft van zestiende eeuw de zetel van het huis van Savoye. Het is zelfs tijdelijk de hoofdstad van Italië geweest, toen Victor Emmanuel II – een Savoyetelg – gekroond werd tot koning van een verenigd Italië in 1861.

We aten in een modern restaurantje dat was aangesloten bij de Slow Food-beweging. Ze deden er aan fusion en daar leent de Italiaanse keuken zich niet echt voor, helaas. Eén gerecht is me, naast de ovenverse breadsticks van pizzadeeg, wel bijgebleven. Het bestond uit even grote blokjes rauwe tonijn als watermeloen (die leken dus verdomd veel op elkaar) en ijs van ui. Niet zo maar een ui. De allerlekkerste ui ter wereld: de cipolle di Tropea. Deze Calabrische rode ui is zo zoet dat je er je tanden in zou zetten als in een appel. En je kunt er dus ook ijs van draaien.

Of salsa alle cipolle van maken. Niets fusion, gewoon uit De Zilveren Lepel. Uiensaus. Die wordt traditioneel gegeten met gegrilde vis of Noord-Italiaanse würstel. Dus hou het daar dan ook maar bij.

Smelt de boter en fruit de ui op laag vuur (ong. 15 minuten). Pureer het mengsel. Meng de dooiers en basilicum erdoor en breng op smaak met zout en peper.

    • Joël Broekaert