Opinie

    • Margriet Oostveen

1000 Borsten Beurs

‘Ik heb al mijn borsten nog”, mompelde ik gisteren een paar keer verontschuldigend in de Eusebiuskerk in Arnhem, waar nu en dan met montere belangstelling in mijn decolleté werd getuurd.

Tussen pilaren met de tekst ‘Jezus Christus het licht der wereld’ organiseerden ziekenhuizen uit de regio hier de ‘1000 Borsten Beurs’. Betaald door de Stichting Pink Ribbon, zeg maar het moderne licht in duisternis, waar ze kankerbewustwording graag dwingend opleuken. Het evenement was dan ook aangekondigd als ‘een informatieve entertainmentbeurs over borsten en borstkanker’. Aangezien, zoals bekend, alle vrouwen dromen van entertainment met roze champagnelimonade en cupcakes, kreeg iedereen bij binnenkomst roze champagnelimonade plus cupcake. En een grote paarse tas voor hebbedingetjes van het kankerfront.

Er waren pruiken van ‘Haar 2’ (‘Voor als het even tegenzit’). Mutsjes voor kale hoofden, verkocht onder borden met ‘Let us put a smile on your face’ en ‘Look good... Feel better’. En ondergoed van het merk ‘Sensiform’, voorzien van zakjes voor de siliconenkipfilets (‘Je voelt dat ’t goed zit’).

Oncologisch verpleegkundige Jeroen-Martijn Plette stond samen met coach Inge Hidding coachingstrajecten voor ex-kankerpatiënten te verkopen, getiteld ‘Levenskunst’. Ik vroeg met welk probleem mensen het vaakst aanklopten, qua levenskunst. „Ze willen alleen nog maar gelukkig zijn”, zei Jeroen-Martijn. Maar natuurlijk. Lag dat soms aan de lach-of-sterfcampagnes van Pink Ribbon? „Nou”, zei Jeroen-Martijn. „Gewone kankerpatiënten klagen wel dat het alléén nog over borstkanker gaat.” Wel goede business, zei ik. Jeroen-Martijn, royaal: „Ja joh. Er is heel veel geld te verdienen aan kanker.”

Liesbeth Sillem (57), een voormalig tuinarchitect die sprekend leek op Jenny Arean als ze boos keek, was haar borsten in 2006 kwijtgeraakt. Over de siliconenkipfilets van daarna zei ze: „Die dingen – ze kunnen zo zwéterig zijn, ze gaan zo irritéren. Dus dan gooi je ze uit. En dan gaat altijd nét de deurbel.” Wat Pink Ribbon dan weer niet vertelt, zei Liesbeth wél: „Je bent niet zomaar plat – daar zitten deuken.” Ze keek er nog steeds vies bij.

Een vriendin van Liesbeth ontwierp daarom een korte cape voor haar. Behaaglijk, snel om te gooien en geen deuk te zien. Nu stond Liesbeth ze in haar kraampje te verkopen: een succes met de wat dwarse merknaam ‘NéNé’. Niet helemaal in lijn met het warme ja-gevoel van Pink Ribbon, leek me. Liesbeth keek me doordringend aan en zei met haar keurige dictie: „Ik kóts van Pink Ribbon. Je bent je borsten kwijt, en zij komen met een tijdschrift met alleen maar mooie tieten.” Ik schoot in de lach – Jenny Arean. Liesbeth riep uit: „En dan dat stomme roze stríkje!” Maar toch, zei Liesbeth. Zij was ook „heel erg tegen” de Postcodeloterij – tót ergens een natuurpark gered moest worden. „Toen ik acht jaar geleden kanker kreeg, toen was er níets.”

Toen begon de modeshow, waar pronte veertigers en vijftigers hooggehakt rondliepen in luxueus rood en paars protheseondergoed, op ‘Single ladies’ van Beyoncé. Iedereen straalde. En dit was geen luid en zuurstokroze stralen, maar het zachtere, van glanzende ogen. Dat leek toch vooruitgang.

    • Margriet Oostveen