Waarom een slurper blijven steunen?

Aldel, een aluminiumsmelter in Noordoost-Groningen is gered. Door de provincie en de rijksoverheid. Voor nu. Maar waarom eigenlijk? Aldel, de afkorting van Aluminum Delfzijl, ligt vanuit de Randstad bezien in een uithoek. Vanaf de Duitse kant, aan de overzijde van de Eems, oogt het silhouet van de fabriek als een futuristische rariteit, zeker als het dak glinstert in de zon. Van dichtbij lijkt de plek de ideale dump voor een lijk in een Krimi, zeker als ‘t regent.

Aldel is één brok energie. In zijn eentje verbruikt de fabriek evenveel energie als alle inwoners van Rotterdam in één jaar, becijferde Het Financieele Dagblad enkele weken geleden. Die energiehonger doet Aldel stranden. De energieprijzen van concurrenten zijn om talloze redenen lager.

Aldel is een zusterbedrijf van Zeeland Aluminium Company, kortweg Zalco, in Vlissingen dat vorig jaar failliet ging. Zelfde verhaal. Excessieve energiekosten.

Zalco en Aldel deelden dezelfde eigenaar: Gary Klesch, een Amerikaan die in de jaren 90 van de vorige eeuw schulden opkocht van probleembedrijven (Eurotunnel, Fokker, Daf) in de hoop daar een slaatje uit te slaan. Nu leidt hij een industriële groep met kantoren in Moskou, Londen en Genève. Op zijn website omschrijft de Klesch Group zich als een langetermijninvesteerder met een opportunistische aanpak. Klesch is gespecialiseerd in het opkopen van industriële bedrijven waar anderen van af willen. De groep kocht Zalco van het Canadese aluminiumbedrijf Alcan (2007) en Aldel van de Brits-Nederlandse staalgroep Corus (2008).

Zalco heeft meer mensen (610) in dienst dan Aldel, waar volgens een brief van minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) aan de Tweede Kamer 320 mensen werken, en eenzelfde aantal bij toeleveranciers. Ook Zalco deed een beroep op de overheid om steun. Vergeefs.

Waarom krijgt Aldel die wel?

Zou het zijn omdat Groningen zich een verwaarloosde, vergeten regio voelt, die door de schade van aardschokken, NAM-boringen en gedaalde huizenprijzen in een opstandige stemming verkeert? En zou minister Kamp hebben gedacht: als ik de helft van een overbruggingskrediet van 8 miljoen euro garandeer en de provincie de rest, kost me dat nu niks? Geen escalatie. Geen boze Groningers. Dat is de praktisch-opportunistisch-politieke kant van de steun.

Maar er is ook de principiële kant. Dat is dat het marktgeoriënteerde ministerie van Economische Zaken voor de tweede maal binnen een jaar weer een stapje zet naar de industriepolitiek die vroeger zo gewoon was. Industriepolitiek waarbij de overheid kapitaal of garanties geeft aan bedrijven waar banen „op de tocht staan”. Vorig jaar garandeerde Economische Zaken de helft van een krediet van 50 miljoen voor de doorstart van autofabriek Nedcar in Born. Toen leidde Maxime Verhagen (CDA) het ministerie, maar nu staat daar de liberaal Kamp.

Inmiddels is er nog een dimensie die verder gaat dan de discussie over staatssteun: je geld of je banen? Minister Kamp is politiek verantwoordelijk voor het akkoord van energiebedrijven, ondernemersorganisaties en milieugroepen in de Sociaal Economische Raad voor duurzame alternatieve energie. Dit energieakkoord voorziet ook in extra steun aan de zogeheten energie-intensieve bedrijven, de slurpers à la Zalco en Aldel. Dat wij als consumenten en belastingbetalers (het merendeel van) de rekening krijgen... het is niet anders. Wie zou het anders moeten betalen?

Maar al die inspanningen in het akkoord (windenergiesubsidies, horizonvervuiling, isolatie, zonnepanelen) verdienen een beter resultaat dan steun aan slurpers. Zij horen thuis in landen met een ‘warmer’ energieklimaat: meer wind, meer waterkracht of zonneschijn.

Menno Tamminga en Maarten Schinkel schrijven in deze column over economische ontwikkelingen.

    • Menno Tamminga