Verhalen uit het echte leven

Soulzanger Gregory Porter maakte zijn eerste cd voor platenlabel Blue Note Hij speelt nog steeds met muzikanten die hij ontmoette in Harlemse pubs Dit weekend begint zijn tour door Nederland

Gregory Porter in Lantaren Venster in Rotterdam. Foto Andreas Terlaak

Redacteur Muziek

Een smoezelig papiertje naast de bel, een gammele lift naar boven. Op de derde verdieping in het New Yorkse studiocomplex auditeren dansers en musici voor een musical. Nog hoger bevindt zich de roemruchte Sear Sound Studio met de klassieke studio C in huiskamersfeer: parketvloer, oosterse tapijten, een vleugel en planten voor een hoge raampartij. Jazzreus Gregory Porter, wiens bebaarde gezicht om nooit onthulde redenen altijd nauw omsloten is door skicap en pet, zingt met grote intensiteit en een rijke, diepe stem in de microfoon. De zanger stuurt zijn baritonstem, die zijn diepte ooit door een zware bronchitis heeft gekregen, met een heldere dictie behendig door buikberoerende, lage noten.

Over de inhoud van het liedje dacht hij lang na: als personificatie van een soort Superman van de jazz schiet hij door de lucht als een vrouw om hulp roept na misbruik door een man. De ik-persoon biedt een schouder, en uiteindelijk ook liefde. „After I have saved you, and gathered al the pieces of your heart. That’s when it starts. Then you gain your confidence. And leave your innocence and vulnerability with me.

„Ik heb hiermee geworsteld”, zegt Gregory Porter, een dag na de cd-opnames in het buurtcafé van zijn wijk Bedford-Stuyvesant in Brooklyn. „Want ja, ik schiet haar manmoedig te hulp. Maar ik wil daar heus niet mee uitsluiten dat zij een sterke vrouw is. Heus, ik denk daar gelijkwaardig over. Er huist echter een mechanisme in mij: al op de speelplaats hielp ik meisjes die op hun knieën vielen. En toen al waren er genoeg die helemaal niet geholpen wilden worden.”

Moddervet of skinny

De opnames gingen goed, knikt de zanger. De helft van zijn album met veertien liedjes staat inmiddels op band. Steeds weer zingt hij de liedjes op ander manieren – „moddervet of skinny” – in. Het toont maar hoe opnames slechts ‘snapshots’ zijn, die de volgende dag weer anders zouden klinken.

Na twee albums op een klein label maakt Gregory Porter, de Amerikaanse zanger die in 2010 uit het niets leek te komen met een Grammy-nominatie voor beste jazzvocalen, zijn entree bij het bekende jazzlabel Blue Note. Hij toont zich er danig van onder de indruk. Meteen begint hij over platenbaas Don Was die gisteren kwam luisteren en bemoedigende woorden sprak. En dat hij als tiener al tweedehands platenwinkels langs ging; alles wilde hij hebben van dat label van de groten in de jazz. „De hardbop, de bebop; ik hoorde er de gospeltraditie, de zwarte kerk van mijn grootvader in terug.” Hij bedacht: „Als ik het ooit tot dát niveau schop, wil ik dat weten bij het schrijven van liedjes.”

Porter laat bij elk concert zowel zijn soulvolle als bezielde zangkwaliteiten zien. Opzwepend of romantisch zwierend. „Soms wil men veel energie, soms wil men juist melodisch en rustig”, zegt Porter. „Al ik eenmaal weet welk publiek ik voor me heb, en als er dan niets in de weg zit van communicatie met de mensen, als dat gebeurt, mán – wauw.”

Jazz, soul, funk en gospel vervloeien bij de zanger, die ooit professioneel footballspeler zou worden maar door een schouderblessure de sportdroom moest opgeven. Porter maakt geen keuze tussen genres, en mengt en verbindt middels vocale kracht en souplesse. „Als ik iets dieps en persoonlijks wil zeggen komt het er lyrisch uit, met vocalen aan de piano. Heb ik een echt statement te maken, met een politiek randje, dan moet het met een sterke beat en wat blazers. Komt er iets slims poëtisch uit dan beweegt het in een organische vorm, begrijp je.”

Steeds weer water

Nu de nieuwe cd Liquid Spirit af is, valt op hoe Porter de lijn doortrekt van zijn vorige cd Be Good: meeslepende, van gospel en soul doordrenkte jazz waarin klanken uit het verleden weerspiegelen, en uptempo liedjes als Free. Porter toont affiniteit met zangers als Bill Withers en Nat King Cole. Nog steeds speelt hij met muzikanten die hij ontmoette bij jamsessies in St Nik’s pub in Harlem, zoals pianist Crawford.

Porters werk wordt steeds weer verbonden door het thema water. Letterlijk, als in de cd- titels Water en Liquid Spirit, maar ook in zijn teksten komt water steeds weer voor. „Ik weet niet wat het is”, zegt hij. „Maar ja, metaforisch prikkelt water mijn verbeelding. In het reizen, bewegen, de liefde en noodzaak, in verandering.

Ook al schrijft hij veel verdriet van zich af, zoals over zijn vader die hij amper kende en het verlies van zijn moeder op zijn 21e, altijd heeft optimisme in Porters liedjes de overhand. „Zie je die wandschildering met die jonge mensen”, wijst hij in Brooklyn. „Allemaal gestorven. De buurt was een van de gevaarlijkste van New York. Een paar blokken verder zie je er nog een: een klein jongetje ving de kogel van een drugsdealer. Ik kwam hier zeven jaar geleden uit Californië wonen. Ik groette de mensen op straat, mijn broer had hier een koffietentje. ‘Wat lach je nou’, kreeg ik dan te horen. Je moet jezelf beschermen hier. In het liedje voor mijn zoon zeg ik: ‘He told the meek that they should try, to use the sword to smite the lie, that being kind is for the weak.’”

Ook in When Love Was King, een jazzballade die begint als sprookjesvertelling voor zijn zoontje, heeft zijn optimisme de overhand. In het nummer vervlecht hij herinneringen aan zijn moeder en de wensen voor zijn jongen. „Ik houd van verhalen uit het echte leven. En tegelijk wens ik mijn zoon toe dat racisme, economische en financiële zorgen hem bespaard blijven. Hij zal hopelijk begaan zijn met anderen, zoals mijn moeder dat was. Zij was zó onbaatzuchtig en barmhartig, ze gaf alles weg wat we konden missen. Mijn beste schoenen kon ik uittrekken voor een arme jongen met grote gaten in zijn schoen. Als kind vond ik dat vreselijk. Nu vind ik dat goud.”

Gregory Porter speelt zaterdag op het So What’s Next Festival in Eindhoven, zondag in de Rotterdamse Doelen, maandag in het Concertgebouw in Amsterdam, dinsdag in de Groningse Oosterpoort en woensdag in De Vereeniging in Nijmegen.

    • Amanda Kuyper