Sublieme film over de vreugde en pijn van de eerste liefde

Zonder de vloek van typecasting was een van de mooiste en veelzijdigste oeuvres binnen de hedendaagse Franse cinema misschien helemaal nooit ontstaan. Als jonge Frans-Tunesische acteur was Abdellatif Kechiche het zat dat hij alleen maar cliché-allochtonen mocht spelen in Franse films, zozeer dat hij zelf maar films ging maken. Zo ontstond vanaf zijn doorbraakfilm L’Esquive (2003) een reeks geëngageerde films, die met La graine et le mulet (2007) en Vénus Noire (2010) eigenlijk geen zwakke schakel kent.

De films van Kechiche zijn zowel episch – in lengte, stijl en aanpak– als uiterst precies, gedetailleerd en realistisch. Zijn films hebben ook een opmerkelijke, terloopse sensualiteit – of het nu gaat om eten of om de liefde. Kechiche vertelt verhalen waarin minderheden vaak een prominente rol hebben, maar hij is beslist meer dan een ‘documentair’ filmmaker die vooral de sociale werkelijkheid wil vastleggen. Zijn ambities gaan verder. Zijn films zijn heel persoonlijk en (heel Frans) een tikje filosofisch – hoe precies geobserveerd de sociale werkelijkheid ook is waarin hij zijn verhalen situeert. Zijn onorthodoxe werkwijze is sommige acteurs te veel, maar leidt wel tot films van grote intensiteit.

Al die elementen komen opnieuw samen in La vie d’Adèle. Chapitre 1 et 2 (fraai die ondertitel, hoewel er nu geen vervolgfilm is gepland). Dat geldt meer dan ooit voor de zintuiglijkheid van zijn stijl, maar ook voor precieze observatie van het dagelijks leven, de epische lengte (drie uur, er komt een televisieversie aan die nog een half uur langer zal zijn) en ook voor het sociale engagement – Kechiche draaide een deel van de film op de gay pride van Parijs. De film stelt oude vragen als: wat is liefde? En is liefde tussen mensen met een heel verschillende sociale achtergrond tegen het klassenverschil bestand?

Tegelijkertijd banaal als groots en meeslepend

De film is gebaseerd op een autobiografische graphic novel van striptekenaar Julie Maroh en vertelt de liefdesgeschiedenis van Emma die studeert aan de kunstacademie (Léa Seydoux) en Adèle (Adèle Exarchopoulos), die nog op de middelbare school zit als ze Emma ontmoet, haar eerste grote liefde. Wat volgt is tegelijkertijd banaal – een ontmoeting in de kroeg, obligate etentjes bij wederzijdse ouders – als groots en meeslepend: van de eerste blik op straat, tot de eerste kus, de eerste barsten in het wederzijdse verbond en de pijn van Adèle als de liefde hapert.

Beide actrices zijn subliem: La vie d’Adèle is de best geacteerde film die in jaren in de bioscoop te zien was, en sowieso een van de beste films ooit over de vreugde en de pijn van de eerste liefde. Misschien is de film net wat minder scherp en verrassend dan eerdere films van Kechiche, omdat hij zich thematisch wat meer op gebaande paden begeeft. Aan de andere kant: verhalen over de liefde houden nooit op.

    • Peter de Bruijn