Regeren van ijsschots naar ijsschots

Typisch de werkelijkheid: als je haar even de tijd geeft, vertoont zij coïncidenties die een beetje cineast op de montagetafel zou laten sneuvelen. Neem Henk Krol. Vorige week werd de tribuun van de ouderen ontmaskerd als een charlatan die in zijn jaren in het bedrijfsleven niets gaf om de pensioenen van mensen die van hem

Typisch de werkelijkheid: als je haar even de tijd geeft, vertoont zij coïncidenties die een beetje cineast op de montagetafel zou laten sneuvelen. Neem Henk Krol. Vorige week werd de tribuun van de ouderen ontmaskerd als een charlatan die in zijn jaren in het bedrijfsleven niets gaf om de pensioenen van mensen die van hem afhankelijk waren. Maar juist in diezelfde week was de ouderenpartij 50Plus die hij in de Tweede Kamer aanvoerde, eventjes dichter bij de macht dan ooit. 50Plus was namelijk een van de zeven ‘constructieve oppositiepartijen’ die vorige week meepraatten met de minister van Financiën over de begroting voor volgend jaar. Dat Henk Krol zelf niet aanschoof, kwam door een van de wonderlijke onderhandelingswetten waarop Den Haag het patent heeft. Een parlementariër zegt na een rondje praten nooit: ik wil nog even nadenken. De juiste formule luidt: ik moet terug naar mijn fractie voor overleg. Dat werkt natuurlijk niet wanneer de hele fractie al aan de onderhandelingstafel zit, daarom houden tweekoppige fracties altijd iemand ‘thuis’. Ook SGP-leider Kees van der Staaij praat dezer dagen niet mee; zijn fractiegenoot Elbert Dijkgraaf moet in zijn eentje voor zijn partij de steun voor grote gezinnen in de begroting van 2014 binnenslepen. Norbert Klein van 50Plus haakte vorige week al af. „Het woord ouderen is niet één keer gevallen”, mopperde hij.

Krol was een outsider in Den Haag, geen archetypische politicus

De affaire-Krol leent zich op het eerste gezicht goed voor een potje ouderwets klagen over politici die recht praten, maar krom doen. Maar Krol was een outsider in Den Haag, geen archetypische politicus. Zijn val zal zijn partij meer pijn doen dan de politiek als geheel. Veel harder wordt er geoordeeld over het onoverzichtelijke onderhandelingsspel dat de overblijvende middenpartijen met elkaar voeren. Dáár zie je pas wat voor ‘zooitje’ het is in Den Haag. Wie doet het nu met wie, en waarom hebben ze eigenlijk alweer ruzie? Mensen „met belangstelling voor politiek” laten weten dat ze dit gedoe niet meer volgen.

Het is ook ingewikkeld. De onderhandelingen gaan over de begroting voor volgend jaar, maar intussen ook over andere onderwerpen, zoals ontslagrecht of pensioenen. Het woord ‘tussenformatie’, vorige week populair, is weer uit – al hoor je soms nog iets als ‘naformatie’. De partij die een echte koerswijziging wilde afdwingen, is daar niet in geslaagd. Het CDA is niet meer in gesprek, en wordt in de coalitie nu afgeschilderd als één pot nat met PVV en SP: ‘echte’ oppositie: tégen, wat je ook probeert.

In werkelijkheid is het niet uitgesloten dat CDA en SP in de komende maanden elk voor zich het kabinet op een of ander punt (hervorming sociale zekerheid, belastingplan) aan een meerderheid in de Eerste Kamer helpen. Maar dan omdat de plannen hoe dan ook hun kant op komen. Verder houden deze partijen, ook om electorale redenen, zoveel mogelijk afstand tot het kabinet.

De regeringspartijen VVD en PvdA lijken zich bij die onzekerheid te hebben neergelegd. Ze geven zich tot nu toe niet over aan de ‘vriend’ die iets van hen wil, Alexander Pechtold van D66. Hij slaagde er wel in een ‘breder’ gesprek af te dwingen (niet alleen over de begroting). Maar sinds het CDA afhaakte, is de coalitiebelangstelling voor GroenLinks gegroeid. Een rol voor die partij is immers de beste garantie dat het kleine D66 niet helemaal de baas kan spelen tegenover de coalitie.

De aanpak van het kabinet lijkt op een poging om een zee over te steken door van ijsschots naar ijsschots te springen. Hulp die de volgende sprong makkelijker maakt, is welkom. Maar er is geen hoop op vaste grond onder de voeten. Men heeft er geen vertrouwen in dat er een partij is die vaste grond te bieden heeft. Het enige wat rest, is regeren met de moed der wanhoop. In de hoop dat een enkele missprong tussendoor niet fataal zal zijn.

    • René Moerland