Proces Egyptische oud-president Morsi begint volgende maand

Morsi op een archieffoto uit oktober vorig jaar. Hij spreekt hier met legerleider en toenmalig minister van Defensie Abdul Fatah al-Sisi. Foto AP/ Egyptian Presidency

De afgezette Egyptische president Mohammed Morsi zal op 4 november voor het eerst voor de rechter moeten verschijnen. Hij staat terecht vanwege het aanzetten tot moord op tegenstanders in zijn periode als president. Dat maakte een Egyptische rechtbank vandaag bekend, schrijft persbureau AP.

De 62-jarige Morsi zou zijn aanhangers hebben aangezet ten minste tien mensen te doden, hij zou geweld hebben gebruikt en zou onwetmatig tegenstanders van zijn regering hebben vastgehouden en gemarteld. Met Morsi staan ook veertien andere leden van de Moslimbroederschap terecht. Onder hen enkele naaste medewerkers en belangrijke personen binnen de partij.

Morsi, de eerste democratisch gekozen president in Egypte, werd op 3 juli van dit jaar afgezet door het leger en wordt sindsdien op een onbekende plek vastgehouden. Sinds zijn afzetting is het al maanden onrustig in Egypte. Meerdere keren zijn er pro-Morsi-demonstranten slaags geraakt met tegenstanders van de oud-president en vaak liep dit uit op een bloederig slagveld.

Zaak vanwege dodelijk geweld vorig jaar

Dit geweld is niet dat waarvoor Morsi nu terecht moet staan. In deze zaak gaat het om een van de dodelijkste periodes onder zijn leiding. Minstens honderdduizend mensen verzamelden zich vorig jaar op 4 december buiten het presidentieel paleis in hoofdstad Kairo om te protesteren tegen een decreet dat Morsi had uitgevaardigd dat zijn besluiten moest beschermen tegen rechterlijk toezicht en een veel betwiste conceptgrondwet die heel snel was aangenomen door de regering.

De dag erop vielen islamistische groeperingen en aanhangers van Morsi demonstranten aan die op dat moment een zitprotest hielden buiten het presidentieel paleis. Het leidde tot straatgevechten waarbij ten minste tien mensen omkwamen. Tegenstanders beschuldigden Morsi ervan afhankelijk te zijn van georganiseerde bendes om het protest onder controle te krijgen. Functionarissen van de Broederschap ontkenden het gebruik van geweld. Aanhangers zouden slechts het paleis hebben verdedigd.