Ook Obama winkelt naar hartelust in het recht

Dat Amerika met manschappen achter terroristen aan gaat, is bijzonder Helaas wordt daarbij vaak de Geneefse Conventie vergeten

Een MH-53E Super Stallion-helikopter van het Amerikaanse leger landt op het marineschip USS San Antonio in de Middellandse Zee. Foto AFP

correspondent VS

De Amerikaanse oorlog tegen terreur wordt tegenwoordig vooral in stilte gevoerd. Operaties zoals afgelopen weekend, waarbij Amerikaanse elitetroepen in Libië en Somalië toesloegen, komen bijna nooit meer voor. De acties moesten volgens bronnen bij het leger een signaal aan de wereld geven, na de recente aanval op het winkelcentrum Westgate in Nairobi. Obama ziet de strijd tegen terrorisme nog altijd als prioriteit, en hij is bereid manschappen in te zetten.

Als het de bedoeling was Amerika’s kracht te laten zien, dan zijn de acties maar half geslaagd. In Libië arresteerden commando’s de al jaren gezochte Al-Qaeda-leider Anas al-Liby. In Somalië moesten de Navy Seals zich onverrichter zake terugtrekken.

Somalië zou hebben geweten van de ophanden zijnde actie. Libië zegt volkomen verrast te zijn. Tot haar ongenoegen maakte de Libische regering kennis met twee aspecten van Obama’s oorlog tegen terreur: acties verlopen in het diepste geheim, het liefst zonder enig overleg. En Obama interpreteert het internationaal recht nadrukkelijk in zijn voordeel.

De Amerikanen arresteren de terreurverdachten zelden. Veruit de meesten worden vermoord met behulp van drones. Micah Zenko, als drone-expert verbonden aan de Council on Foreign Relations, berekende dat sinds 11 september 2001 buiten Irak, Afghanistan en Libië zo’n 3.700 terreurverdachten zijn gedood. In 2013 zijn bij drone-aanvallen 209 doden gevallen. Arrestaties zoals van Al-Liby komen vrijwel niet voor.

Al-Liby wordt ondervraagd op het marineschip USS San Antonio, op de Middellandse Zee. Hij heeft geen advocaat. Dit is volgens John Bellinger, jarenlang jurist voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, een schending van de Geneefse Conventies. Daarin staat dat een krijgsgevangene aan land moet worden vastgehouden.

Ernstig is volgens Bellinger, volgens zijn bijdrage aan het juristenblog Lawfare, dat de VS hun eigen recht schrijven. Al-Liby werd onder oorlogsrecht gearresteerd, maar zal in Amerika strafrechtelijk worden vervolgd. Het recht wordt zo een rommeltje, aldus Bellinger. „Voor drones geldt hetzelfde: als de regering wil dat critici en bondgenoten onze strijd tegen terreur steunen, zou zij beter moeten uitleggen welke wettelijke kaders ze gebruikt.”

Obama was voor hij president werd, uiterst kritisch over het „winkelen in het recht”. Ook de regering-Bush paste het recht toe zoals dat het beste uitkwam. Ook toen werden de Geneefse Conventies niet gerespecteerd. De omstreden terreurgevangenis Guantánamo Bay is daar tot op de dag van vandaag een bewijs van. Obama wil deze gevangenis sluiten, omdat die volgens hem immoreel en contraproductief is in de strijd tegen terreur.

Rechtsgeleerden verwijten Obama nu hetzelfde te doen. Het oorlogsrecht wordt even vergeten, zoals het recht op een goede behandeling voor krijgsgevangenen. Ook worden burgerrechten genegeerd, zoals het voorlezen van het recht voor verdachten om te zwijgen. Op die manier creëert Obama ver weg van het Amerikaanse en het internationale recht in feite iets als een mini-Guantánamo.

De ervaren computerexpert Al-Liby zou, zo hoopt de CIA, een rijke bron van informatie over Al-Qaeda kunnen zijn. Het internationaal recht, betoogde Amnesty International gisteren, doet er dan even minder toe.

    • Guus Valk