Ondertussen op kantoor

Japke-d. Bouma geeft wekelijks onmisbare tips om te overleven op kantoor. Deze week: omgaan met de indrukwekkende collega tegen wie je niets durft te zeggen.

Je was net lekker bezig. Kijk jezelf shinen. Supergoeie brainstorm dit, met de collega’s lachend en ontspannen aan je lippen. Tot hij binnenkomt. En er alleen nog maar natte onzin en stomme poep uit je komt.

Ik weet niet hoe het met jou is, maar ik heb er altijd één: zo’n collega van wie je zó onder de indruk bent, dat je alleen maar slap kunt zwatelen als hij in de buurt is. Zo iemand van wie je kramp in je nek krijgt van het tegen hem opkijken. Zo iemand die je in een soort uittreedfase doet belanden waarin je boven je lichaam komt te zweven, en jezelf kunt horen praten. En dat er dan niets meer aan valt bij te sturen.

Het irritante is dat niemand met die collega hetzelfde probleem lijkt te hebben. Kijk hem lachen met de bitchy bitch. Kijk hem ontspannen overleggen met de stagiair. Iedereen kan met hem opschieten, behalve jij.

Mensen vragen me vaak: hoe ga ik met zo iemand om?

Wat níét werkt: denken dat het vanzelf overgaat. Want dat gaat het niet.

Ook al ken je hem honderd jaar en heb je inmiddels 150 man onder je, altijd zul je slappe knieën houden als hij iets tegen je zegt.

Wat ook niet werkt: joviaal doen, grappen maken of, helemaal dodelijk, improviseren. Wat je ook probeert, je ruggegraat zal altijd in natte spaghetti veranderen als hij iets tegen je zegt. Helemaal gevaarlijk is alcohol. Het laatste wat je wilt, is je misselijk makende onzekerheid mengen met overmoed.

Niet. Doen. Dus.

Wat voor mij altijd wél goed werkt: onversneden, eerlijke, fysieke pijn. Dus even heel hard op het puntje van je tong bijten als hij iets tegen je zegt. Eraf mag ook. Of vlak voordat je hem moet spreken, even een nietje in je arm rammen. Of de schaar goed diep in je bovenbeen, en dan een kwartslag draaien. Of je nagelriem inscheuren. Zonder dat het opvalt natuurlijk, dus altijd een verbandgaasje bij de hand.

Pijn is geweldig als je onzeker bent, een ijskoude douche. Het maakt je alert en je hoofd in één klap helder. Ook prima te gebruiken in andere situaties, trouwens.

Maar het allerbeste is natuurlijk: niets zeggen. Nooit, tegen deze man. Dus als hij iets vraagt, interessant terugkijken en weglopen. Staat nog onaantastbaar ook. Of, als je echt iets móét zeggen: hou het in ieder geval kort. Maar dan ook echt secondenwerk, staccato. Zonder euh en met een duidelijke punt. Niet uitweiden of denken ‘ik ben er bijna, ik kan me nu wel even een blik omhoog veroorloven, of een glimlach’. Nee. Zo snel mogelijk afronden, knikje naar zijn schoenen, stapje terug, draaien (niet vergeten te draaien!!) en maken dat je wegkomt.

Stuur hem anders een e-mail.

Het is zo belangrijk op kantoor je zwakheden te kennen.

    • Japke-d. Bouma