Niemand is altijd gelukkig

Iedereen die twee seconden alleen is, pakt zijn toestel en begint te ‘appen’. Volgens Philip Huff verdringt dat alles delen het besef om ook verdrietig te mogen zijn.

De Amerikaanse komiek Louis CK was twee weken geleden te gast in de latenightshow van Conan O’Brien. De Emmy en Grammy-winnaar legde O’Brien in een impromptu tirade van vijf minuten uit waarom zijn dochters geen mobiele telefoon krijgen. Korte samenvatting: telefoons maken niet zozeer ongelukkig, ze voorkomen dat je leert hoe je ongelukkig kunt zijn – en dus hoe je moet leven. CK’s tirade ontplofte op internet, maar ook de oude media pikten zijn verhaal op: CK haalde diverse nieuwsuitzendingen in Amerika en verschillende columnisten schreven een antwoord op zijn aanklacht.

De overduidelijke ironie is dat Twitter en Facebook en tablets en laptops en smartphones CK’s tirade tegen die communicatiemiddelen verspreidden zoals de wind bladeren, maar er zijn enkele dieperliggende tegenstellingen te ontwaren in zijn klaagzang die interessanter zijn. Tegenstellingen die wat zeggen over onze tijd.

Ten eerste: Het publiek lacht de hele tijd terwijl CK vertelt wat er mis is met de communicatiewijzen van smartphones, terwijl zijn verhaal niet echt grappig is, noch de inhoud noch de toon, maar juist droevig en stemmig. CK stelt dat er in het leven een ‘forever empty’-gevoel is, het besef dat het ‘allemaal zinloos is’ en ‘je altijd alleen bent’. Dat gevoel overvalt mensen weleens in de auto, zegt hij. En in plaats van het te omarmen, zijn mensen bereid hun telefoon te pakken, iemand een Whatsapp of Kikberichtje te sturen of op te bellen en in die handeling iemand aan te rijden en twee levens te verwoesten: dat van degene die ze aanrijden en dat van henzelf. En waarom? Omdat ze dus moeite hebben om even alleen te zijn. Met dat gevoel.

Elke blik op de wereld bevestigt en bewijst ons dat CK een verre van willekeurige hypothese of zelfs een holle frase verkondigt; iedereen die twee seconden alleen zit in een café, pakt zijn toestel en begint te ‘appen’ of zijn Facebookfeed te kijken of, het laatste ding, Tinderfoto’s te keuren en met vreemden te flirten. Men trekt zich steeds vaker terug in een bubbel van digitale lauwheid in plaats van open te staan in een offline wereld van echte warmte en koude.

CK’s onderliggende these is dat de mobiele telefoon ons vermogen voor empathie – een woord dat hij zelf gebruikt – ondermijnt. Empathie is een modewoord. Het is nog geen honderdvijftig jaar oud. Plato kende het niet, Aristoteles niet, en Schopenhauer en Nietzsche evenmin. Maar het betekent zoveel als ‘inlevingsvermogen’ en daar weten de oude denkers wel veel van. Het gaat erom dat je de emoties van anderen kunt invoelen. En dat is natuurlijk een oud verschijnsel: Nietzsche schrijft in De geboorte van de tragedie over de Griekse tragedie, waarin de held zelfbewust en krachtig handelt, maar ook snapt dat hij zich soms moet voegen naar het lot dat het leven voor hem heeft weggelegd: eenzaamheid. Het ervaren van de warmte en de koude, dus.

Facebook en de dating-app Tinder zijn voornamelijk een parade van vakantiefoto’s, huwelijksaanzoeken, festivals. Ik heb het al vaker gezegd: wat we online delen is een Facebook-profiel van ons zogenaamde geluk, een eendimensionaal leven. Dat delen verdringt bijna het besef, het recht dat je eigenlijk moet hebben om de helft van de tijd verdrietig te zijn of te balen. In ieder geval dat je het de ruimte moet geven. Niemand is altijd gelukkig. Dat betekent dus dat jijzelf en anderen om je heen de helft van de tijd verdrietig moet kunnen zijn.

In zijn langgerekte, welsprekende aanklacht begint Louis CK over een Bruce Springsteenliedje dat een keer op de radio kwam toen hij in de auto zat. Hij kan niet op de titel komen. Bruce klonk heel ver weg, zegt hij, eenzaam, alleen, vol wanhoop – en alsof hij zich door dat verdriet heen moest zingen.

„Zo klinken alle liedjes van Bruce”, zegt Conan O’Brien, en het publiek lacht.

CK zegt dat hij naar dat liedje luisterde en zijn verdriet voelde en het hem liet raken, als een vrachtwagen. Hij liet het komen, stopte, en voelde het verdriet. En daarna verdween het weer. En voelde hij de kracht van zijn geluk. Het is komisch, dat Conans publiek hier zo hard om moet lachen. Ze bewijzen zo bijna de these dat ze niet kunnen omgaan met hun emoties. CK wil zijn angst en zijn verdriet delen en wij lachen. We ‘vinden dit leuk’. Maar: niet alles wat waar is, is om te lachen.

Het tweede contrast met betrekking tot CK’s tirade gaat dus om die inhoud: in een cultuur met een constante stroom van likes, Happinez Magazine, Whatsapp en Ik hou van Holland is er steeds minder ruimte voor het tragische. Bij een ander, maar ook bij onszelf. Maar: het leven is uiteindelijk niet te rechtvaardigen en kan af en toe behoorlijk waardeloos zijn. Dat hoeft geen nihilistische constatering of grondregel te worden. Bruce Springsteen, bijvoorbeeld, gebruikt het als de basis van zijn muziek. En dat is de kunst van verbinding, van hoop, van hard werken en wellicht overwinnen. Louis CK gebruikt de wetenschap als fundament van zijn humor van genadeloze relativering: hij wijst op ons op de tragiek van ons bestaan. En hoe we daar mee om (moeten) gaan. En hij gebruikt het inzicht als basis om zijn dochters (voorlopig) een mobiele telefoon te verbieden. Dat geeft de warmte en de koude van het leven meer ruimte.

Want ruimte in je blik voor verdriet kan ook de basis zijn voor een nieuwe verbinding met elkaar. Een verbinding die dieper en verder gaat dan korte, nietszeggende app-berichtjes of het wezenloos staren naar vakantiefoto’s van vrienden van vrienden. Het kan er ook in liggen dat we onszelf en ons verdriet in de elkaar zien en (terug)herkennen. En we op die manier nader tot elkaar komen. Zonder pushbericht.