Met Jim naar de Poolcirkel in speels lo-fi knutselsprookje

Pas als je Dummy Jim hebt gezien, realiseer je je hoe eenvormig het Nederlandse bioscoopaanbod eigenlijk is. Het speelfilmdebuut van multimediakunstenaar Matt Hulse is op een bescheiden en authentieke manier verfrissend en niet in een vakje te stoppen.

Voor wie wil dat alles ergens op lijkt, is het waar gebeurde verhaal van de dove Schot James Duthie die in 1951 in z’n eentje naar de Poolcirkel fietste, iets wat de Franse knutselfilmer Michel Gondry kon hebben bedacht. Maar het lo-fi sprookje van Hulse is meer: een speelse mix van primitieve animatie, 16mm-beelden van de echte Dummy Jim, zoals Duthies bijnaam luidde, en een documentaire over een dorpstoneelgezelschap dat zijn leven op de planken brengt. Het is een film die je aan zou willen raken. De gebreide spencers van Jim pluizen van het doek af, de wolken lijken wel watten en het robuuste ouderwetse rijwiel van Jim staat klaar om op te stappen.

Dat Duthie doof was, weerhoudt Hulse er niet van om van de film een feest voor het oor te maken. Alles knarst en ratelt, en de folky soundtrack van The One Ensemble en Sarah Kenchington vlecht daar de licht ontstemde tonen van oude grammofoonplaten doorheen. De splitscreens en de kaders worden coördinaten op een filmische landkaart waar je alleen associatief de weg mee vinden kunt.

Dana Linssen