Met alleen een lichtshow kom je niet meer weg

Terwijl de Amerikaanse trashmetalband Metallica het nummer And Justice for All speelt, bouwen een paar roadies op het immense podium een levensgroot beeld van Vrouwe Justitia. Aan het eind van het nummer dondert het beeld in elkaar en missen de vallende brokstukken op een haar na het drumstel. Eerder zijn de fans al getrakteerd op vuurballen, grafzerken die uit de vloer komen en doodskisten die boven het podium zweven. Lichtmasten dreigen ogenschijnlijk per ongeluk om te vallen en een roadie vat vlam.

Metallica weet dat je er met alleen een lichtshow al lang niet meer komt: een beetje rockshow kan tegenwoordig niet zonder theater, geavanceerde videoprojecties en pyrotechniek.

In de 3D-concertfilm Through the Never staat Metallica middenin een grote sporthal, omgeven door uitzinnige fans. Het rechthoekige podium, met videoprojecties op de vloer, draagt bij aan het 3D-effect. De musici spelen op alle hoeken van het podium en wisselen van plek zodat elke fan, ongeacht waar hij staat of zit, een glimp van zijn muzikale helden op kan vangen.

Zoals bij elk concert brullen fans de teksten mee, raken ze in vervoering en filmen ze druk met mobiele telefoons. Uit die filmpjes zou zomaar een concertfilm gemonteerd kunnen worden à la de Beastie Boys’ Awesome; I Fuckin’ Shot That!, waarbij de rapgroep vijftig fans het concert met camcorders liet filmen.

Een andere aanpak dan de doorsnee concertfilm, een genre dat in de jaren zestig opkwam – daarvoor had je ‘soundies’ en ‘scopitones’: korte (muziek)filmpjes, soms van optredens, die je in een filmjukebox kon bekijken. Dat voldeed niet meer toen popmuziek van amusement veranderde in drager van de tegencultuur. Een popconcert was niet langer een avondje uit, maar een eredienst met de muzikant als verlosser. Wie erbij was – Hyde Park, Woodstock, Kralingen – wist dat zijn leven voor altijd veranderd was: hij behoorde tot de ingewijden. Vandaar de concertfilm: zo was je er achteraf toch nog een beetje bij.

Concertfilms zijn onder te verdelen in documentaires en registraties: grote hits in de jaren zeventig waren Woodstock, Gimme Shelter en The Last Waltz. Die zetten de formule neer waarop nauwelijks gevarieerd werd: het concert vanuit meerdere camerastandpunten, camaraderie in de kleedkamer en nietszeggende interviews met bandleden. Pas in 1984 lieten regisseur Jonathan Demme en de Talking Heads zien dat er aan zo’n film best een concept ten grondslag kan liggen. Stop Making Sense begint met zanger David Byrne op een kaal podium en bouwt naar een climax door steeds meer bandleden, choreografie en lichttechniek toe te voegen.

Metallica is eerder geïnspireerd door The Song Remains the Same van monsterrockgroep Led Zeppelin, waar het optreden soms werd onderbroken door fantasiesequenties met bandleden. In Through the Never gebeurt net zoiets, nu met acteur Dane DeHaan als roadie die door een spookachtige stad dwaalt om een pakketje op te pikken. Die grimmige film in de film leidt af van het concert. Toch kan de Metallicafan tevreden zijn. Nu popmuziek weer gewoon amusement is, komen concertfilms bijna alleen nog op dvd uit. Maar in de bioscoop kan het geluid een stuk harder dan thuis.

    • André Waardenburg