Column

Marcel Kruisbanden

Ik bezocht het fonkelnieuwe, goudkleurige trainingscomplex van voetbalclub Vitesse in Arnhem, gevolgd door een cameraploeg van het programma Voetbal International ter promotie van mijn boek over Vitesse-icoon Theo Bos die eerder dit jaar overleed aan alvleesklierkanker. Ik had de opdracht gekregen zo naturel mogelijk te bewegen en te doen alsof er geen cameraploeg was, hetgeen best moeilijk was.

En dus liep ik met de handen in de broekzakken op en neer langs dat veld en over de tribunes. Best vreemd, ik was de enige die dat deed, maar het scheen er heel normaal uit te zien en dat was de bedoeling.

Na afloop sprak ik Theo Janssen, die het voorwoord in het boek had geschreven. Of beter gezegd: hij had het een paar weken eerder aan me gedicteerd op het terras van restaurant Delphi. Hij was toen gestopt met roken, iets waar hij helemaal geen last van had en wat hij iedereen kon aanraden. Ik weet nog dat ik door die vastberadenheid aan mezelf was gaan twijfelen, want ik rookte terwijl hij mooie zinnen sprak de ene na de andere sigaret.

Inmiddels waren de rollen omgedraaid.

Ik was gestopt met roken en hij was weer begonnen, hij deed het alleen niet meer in de buurt van camera’s.

„Omdat ze zeggen dat ik een boegbeeld ben.”

En boegbeelden van Vitesse roken niet, tenminste niet in het openbaar.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken is Theo Janssen een jongen die niet zo graag in de middelpunt van de belangstelling staat. De aandacht zoekt hem en is niet te stoppen. Laat een roedel schoolkinderen los in de buurt van een groep voetballers en ze rennen om onverklaarbare redenen op hem af.

„Moeten ze mij weer hebben”, zegt hij dan, vaak gevolgd door de toevoeging ‘schijtkinderen’, iets wat hij als boegbeeld natuurlijk ook niet mag vinden.

We spraken kort over het naderende einde van zijn carrière. Het leek hem wel mooi om er met ‘een knal’ uit te gaan. Dat Vitesse landskampioen werd bijvoorbeeld en dat hij er dan in de laatste wedstrijd met een rode kaart werd uitgestuurd omdat hij de scheidsrechter onderuitschopte, iets in die orde van grootte.

„En daarna laat ik niks meer van me horen.”

Gisteren moesten ze, de journalisten, hem weer allemaal hebben. Uit onderzoek in het ziekenhuis bleek dat hij de kruisbanden had gescheurd, waardoor hij lang uit de roulatie is. Het ideale scenario is nu: we horen een tijd niets van Theo Janssen, dan komt hij terug, dan komt ‘de knal’ en daarna horen we nooit meer wat. Want dit mag het einde natuurlijk niet zijn.