Jij blinkt uit in lezen, dus dit stuk is een eitje

Gisteren verscheen een groot onderzoek naar vaardigheden van mensen in 24 landen Voor het eerst kunnen landen onderling vergeleken worden Nederland behoort steevast tot de top

Deze pagina staat vol cijfers en percentages uit een groot onderzoek onder 166.000 volwassen. De bron is een circa 500 pagina’s tellend rapport vol grafieken, cijfers en voetnoten.

Schrikt dat je af?

Nergens voor nodig. Want uit het onderzoeksrapport blijkt juist dat Nederlanders enorm goed kunnen rekenen en begrijpend kunnen lezen vergeleken met andere landen. We scoren in elk lijstje een plek in de top-3 of top-5, samen met Japan en de Scandinavische landen. Italië en Spanje bungelen steevast onderaan de lijst.

Het rapport werd gisteren gepresenteerd door de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking (OECD). Zij onderzocht in 24 landen welke vaardigheden volwassenen hebben, hoe mensen die vaardigheden gebruiken op hun werk en welke invloed dat heeft op hun carrière – en daarmee de economie van het land. Wie namelijk goed is in bijvoorbeeld rekenen, begrijpend lezen en problemen oplossen zal effectiever werken en meer geld opbrengen.

Jan van Ours, hoogleraar arbeidseconomie aan de Universiteit van Tilburg spreekt van een belangrijk rapport. Het is de eerste keer dat de vaardigheden van mensen in zo veel landen zijn onderzocht met dezelfde test. Landen kunnen dus voor het eerst onderling worden vergeleken. Van Ours: „De OECD heeft een meetinstrument gecreëerd. Op basis van deze resultaten zal de minister van Onderwijs in slecht presterende landen ter verantwoording kunnen worden geroepen.”

Dat is al eerder gebeurd bij de zogeheten PISA-test die de vaardigheden en kennis van vijftienjarigen toetst, en die al jaren door de OECD wordt afgenomen. En ook hier eindigt Nederland steevast hoog in de lijsten.

Dat Nederlanders voortdurend goed scoren verbaast Van Ours niet. „We zijn veel beter dan we denken. We zeuren wel vaak over onze studenten, of zeggen dat leerkrachten van het basisonderwijs niet kunnen rekenen. Maar in vergelijking met andere landen doen we het dus heel goed.” Waar dat precies aan ligt, is niet makkelijk te zeggen. Van Ours: „Wij geven in Nederland bijvoorbeeld zo’n 5,6 procent van ons bruto binnenlands product uit aan onderwijs. Amerika geeft met 7,2 procent veel meer uit. Toch scoort Nederland goed, en Amerika slecht.”

Van Ours: „Zo’n lijst heeft ook consequenties voor keuzes van werk en studie. Als een Nederlandse student vakken gaat volgen op een onbekende, Spaanse universiteit heeft dat dus weinig zin, daar zal hij niet meer kennis opdoen dan op zijn eigen universiteit. Of hij moet naar een topuniversiteit gaan.”

De aanleiding van het onderzoek is de veranderende wereld: opkomende technologie en globalisering vragen andere vaardigheden van mensen dan pakweg twintig jaar geleden, toen niemand nog bij je sollicitatie vroeg of je goed met de computer overweg kon.

Dat we die vaardigheden nu wél nodig hebben, is niet verrassend: in het rapport staat ook dat mensen met betere vaardigheden betere baankansen hebben, een hoger salaris, en rapporteren ook een betere gezondheid en politieke interesse. En het uurloon van iemand die goed is in begrijpend lezen ligt 60 procent hoger dan iemand die er niet goed in is. Ook maakt het rapport duidelijk hoeveel van de onderzochte mensen overgekwalificeerd zijn voor hun baan (21 procent) en wie een baan heeft waar ze onvoldoende vaardigheden voor hebben (13 procent).

Alarmerend zijn niet alleen de lage scores van Italië en Spanje, bij ten minste 7 procent van de mensen tussen de 15 en 65 ontbreekt het aan de meest elementaire computervaardigheden, zoals het gebruik van een muis.

Wat dankzij het rapport nu ook inzichtelijk is: hoe goed of slecht landen erin slagen de vaardigheden van hun inwoners te trainen door onderwijs. Zuid-Korea blijkt een aansprekend voorbeeld: 55 tot 65-jarigen scoren zeer laag op de vaardigheden, terwijl de jongeren tussen de 16 en 24 jaar zo goed scoren dat ze nét onder Japan staan in de top-3. Voor Finland geldt hetzelfde.

Dat is nou precies het fijne nieuws volgens het rapport: vaardigheden zijn te trainen. Ze zijn aangeleerd, en kunnen dus verbeterd worden.

    • Charlotte van ’t Wout