In de bioscoop is het dringen voor de animatiefilm

Vier 3D-animatiefilms tegelijk in roulatie: de herfstvakantie nadert. Nog niet zo lang geleden kon zo’n film haast niet mislukken, nu dreigt het aanbod de vraag te overtreffen. Zelfs bij Pixar wordt men nerveus.

Wie aan het eind van het jaar de toptien van best bezochte films bekijkt, moet niet vreemd opkijken als daar drie of vier animatiefilms tussen staan. Dat is niet alleen in Amerika zo, ook in Nederland staat Despicable Me 2 in 2013 vooralsnog bovenaan, ver voor Verliefd op Ibiza. Het immens succesvolle vervolg op Despicable Me haalde over de hele wereld al bijna 900 miljoen dollar op, niet gek voor een film met een budget van 76 miljoen. Alleen Toy Story 3, de enige animatiefilm die door het plafond van 1 miljard dollar ging, verdiende meer.

In Hollywood gold 3D-computeranimatie voor kind en/of gezin lang als een filmgenre waarmee je bijna niet kon verliezen: er waren gewoon niet genoeg hoogwaardige animatiestudio’s om de hongerige markt te bedienen. Toch is door het groeiende aanbod die luxepositie nu weg. Zo moest DreamWorks Animatie onlangs na het floppen van Rise of the Guardians voor het eerst personeel ontslaan, Turbo faalde deze zomer in Amerika door een teveel aan animatie in de bioscoop.

Het maakt de gevestigde studio’s voorzichtig. Pixar liet onlangs weten The Good Dinosaur pas in 2014 uit te brengen, waardoor ook de releasedatum van Finding Dory, het vervolg op Finding Nemo, een jaar opschuift. Pixar, onderdeel van het Disneyconglomeraat, stelde alleen maar de best mogelijke film te willen afleveren, maar het aandeel Disney ging meteen omlaag. Ingewijden wijzen erop dat het al een tijdje rommelt bij Disney en Pixar. Het recente ontslag van de oorspronkelijke regisseur van The Good Dinosaur, meestal geen goed teken, volgt op dat van Brenda Chapman (Brave). Bij Cars 2 nam John Lasseter, baas van Pixar, laat in het productieproces zelf de regie over. Dat hielp niet: Cars 2 staat te boek als de zwakste Pixarfilm. Ook Oscarwinnaar Brave en Monsters University vielen een tikje tegen.

De concurrenten, waaronder DreamWorks (Shrek, Madagascar), Sony (De Smurfen, Cloudy with a Chance of Meatballs) en Fox Animation (Ice Age), wrijven zich in hun handjes, en de bij Pixar ontslagen Brenda Chapman liet na haar overstap naar DreamWorks vilein weten de werksfeer daar wél buitengewoon prettig te vinden. Maar al die studio’s, en Pixar sinds kort eveneens, zijn ten prooi gevallen aan sequelitis, de Hollywoodziekte om louter vervolgdelen te maken. Dat blijkt veilig en lucratief, maar als een product in stijl en ideologie al te uniform wordt, dreigt verveling. En dat punt nadert. Hoewel in animatie alles kan, gebeurt er steeds minder: personages hebben vrijwel allemaal grote ogen, verhalen grijpen terug op versleten sprookjes met weeë moraal, en een underdog in de hoofdrol die tegen de klippen op gelooft in zijn droom lijkt haast verplicht.

Europese en Russische animatie kan dan verfrissend zijn. Eenieder die Ernest & Célestine, Le magasin des suicides of L’Illusionniste zag, weet dat de Europese animatie meer artistieke risico’s neemt, donkerder van toon is en zich onderscheidt met alternatieve animatiestijlen. Nuttig als tegenwicht voor de monotone middelmaat in computeranimatie waaraan de jeugd komende herfstvakantie in de bioscoop wordt onderworpen, al zou het ook fijn zijn als de techniek wat minder armoede uitstraalde, met het Nederlandse Sprookjesboom, de film als dieptepunt. Nu is de keus voor kinderen vaak beperkt tot hamburger of zuurdesembrood.

    • André Waardenburg