Het langverwachte Higgsdeeltje is nu eindelijk bekroond

Het Nobelcomité kon er niet omheen: Higgs en Englert delen prijs voor hun werk aan het Higgsmechanisme.

Peter Higgs (links) enFrançois Englert hebben gisteren de Nobelprijs voor Natuurkunde gewonnen. Foto’s anp en hollandse hoogte

Ja, het klopt met de verwachtingen: de Nobelprijs voor Natuurkunde 2013 is gisteren toegekend aan de Schot Peter Higgs (84) en zijn Belgische collega François Englert (80). De twee theoretisch fysici voorspelden in 1964 het bestaan van wat later het Higgsmechanisme en het Higgsdeeltje zouden gaan heten. En eigenlijk konden ze de prijs niet meer mislopen. Zeker niet nadat vorig jaar op 4 juli het Europees centrum voor deeltjesonderzoek Cern, bij Genève, bekend maakte dat het Higgsdeeltje met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid was gevonden.

Tijdens die bekendmaking in Genève waren ze er allebei: Higgs, een bescheiden fysicus die in Edinburgh een teruggetrokken leven leidt, en Englert, een al even ingetogen emeritus-hoogleraar uit Brussel. De intussen wereldberoemde Higgs kreeg bij binnenkomst een daverend applaus. Englert, altijd onbekend gebleven, werd nauwelijks herkend. Het bleef pijnlijk stil toen hij binnenstapte, herinnerde oud-Cerndirecteur Jos Engelen zich later.

Dat veranderde het afgelopen jaar. Maar vooral vroeg iedereen zich af: zouden Higgs en Englert die prijs nog met anderen moeten delen?

Higgs had zijn wiskundig formalisme dat een symmetrie in de natuur verbrak én een massief deeltje voortbracht (dat latere Higgsdeeltje dus) destijds beschreven op anderhalf velletje papier – op 19 oktober 1964 in Physical Review Letters. In een korte slotparagraaf, en in een artikel daarna, schetste hij welke rol het mechanisme zou kunnen spelen in de deeltjesfysica.

François Englert (80) en Robert Brout (die in 2011 is overleden) hadden toen in België eenzelfde concept al op andere wijze en haast even beknopt afgeleid (Physical Review Letters, 31 augustus 1964). Zonder de gevolgen voor de deeltjesfysica te duiden, maar wél eerder.

Het Nobelcomité heeft nu dus voor die twee publicaties gekozen. Daarmee liet het comité het artikel buiten beschouwing waarmee Tom Kibble (80), Carl Hagen (76) en Gerald Guralnik (77) een paar maanden later naar buiten traden (16 november 1964, Physical Review Letters).

„Dat vind ik voor Kibble wel wat zuur”, zegt Nobelprijswinnaar en theoretisch fysicus Gerard ‘t Hooft. „Hij is een echte gentleman; hij heeft zichzelf misschien ook wat minder geprofileerd. Maar ja, natuurkunde is mensenwerk en het toekennen van de prijs ook. Als het comité Kibble’s werk had willen belonen, had het zijn twee jongere medewerkers daarbij moeten betrekken. Dan zat je met vijf man, twee teveel voor de prijs die aan maximaal drie mensen kan worden vergeven. Het is spijtig, maar begrijpelijk.”

„Het lijkt me dat de juiste mensen zijn beloond”, zegt ook theoretisch fysicus Martin Veltman, die de Nobelprijs van 1999 met Gerard ’t Hooft deelde. En nee, hij vindt het „niet onredelijk” dat met de toekenning ervan is gewacht tot het deeltje eindelijk ook experimenteel was waargenomen. Want: „Het hád ook niet kunnen opduiken.”

Maar van Gerard ‘t Hooft hadden Englert en Higgs de prijs al eerder mogen krijgen. Het Higgsmechanisme is nauw verweven met het werk waarvoor ‘t Hooft zelf in 1999 de Nobelprijs won: het onder één noemer brengen van de elektromagnetische kracht en de zwakke kernkracht. „Zonder het Higgsdeeltje was dat onmogelijk geweest, dus ja, ik was er al vele jaren van overtuigd dat het móest bestaan.”

Wel is het terecht, vindt ’t Hooft , dat het Cern niet in de prijs meedeelt. Het Nobel-reglement staat het voor de natuurkundeprijs toe om een organisatie te belonen. Er was dus een opening om de duizenden fysici en technici te lauweren die meewerkten aan de bouw van de gigantische LHC-versneller bij het Cern, en van de bijbehorende meetopstellingen waarin het Higgsdeeltje zich vorig jaar liet kennen. „Maar het past bij de traditie dat enkelingen zijn bekroond”, zegt ’t Hooft. „En wat mij betreft blijft die traditie zo.”

Dat vindt ook Frank Wilczek, theoretisch fysicus bij het MIT in Boston, die in 2004 een Nobelprijs won voor zijn werk aan de sterke kernkracht – eveneens in de deeltjesfysica dus. „Als je je aan organisaties gaat wagen, kom je op een hellend vlak. Keuzes maken is belangrijk.”

„Terechte winnaars”, noemt hij Englert en Brout verder, ook al kwamen er destijds in 1964 misschien meer mensen op hetzelfde idee. „Zo is het nu eenmaal in het leven: bijdragen aan de wetenschap zijn analoog, maar een prijs is binair: ja of nee.”

François Englert zei gisteren op een persconferentie aan de Université Libre de Bruxelles gelukkig te zijn met de onderscheiding, maar te betreuren dat hij dit niet meer kon vieren met zijn overleden jeugdvriend en co-auteur Robert Brout.

Een e-boek met een Higgs-dossier, inclusief een interview met Peter Higgs en reportages over de experimenten op Cern, is te koop via nrc.nl/ebooks (2,49 €)

    • Margriet van der Heijden