Franciscus

Die nieuwe paus, Franciscus uit Argentinië, begint me steeds meer te interesseren. Hij ontpopt zich als een hoogst ongewone man op een hoogst lastige positie. Hij zet de ramen en deuren van zijn kerk wijd open, en doet daarin denken aan zijn fameuze voorganger paus Johannes XXIII, die van 1958 tot 1963 de katholieke kerk zó vernieuwend leidde dat ze er in Rome na zijn dood nog lang wakker van hebben gelegen.

Nee, ik verwacht geen wonderen van hem, maar het zou al heel wat zijn als hij de scherpste randen van het conservatisme van zijn kerk weghaalt. Een opener houding in zaken als euthanasie, homoseksualiteit, anticonceptie en de positie van de vrouw in de kerk. Waaraan herken je een charismatische vernieuwer het eerst? Misschien aan de informele manier waarop hij met zijn positie omgaat.

Zo beviel mij de manier waarop Franciscus reageerde op een verzoek om een interview door Eugenio Scalfari van het dagblad la Repubblica. Op een dag zei Scalfari’s secretaresse geschrokken: „Ik heb de paus aan de lijn. Ik verbind hem onmiddellijk door.” Scalfari reageerde perplex. „Waarom zo verbaasd” zei de paus. „U vroeg me in een brief om een persoonlijke ontmoeting. Ik wilde hetzelfde, dus bel ik om een afspraak te maken. Ik kijk even in mijn agenda: woensdag en maandag kan ik niet, maar zou dinsdag u uitkomen?”

Ze spraken af bij de paus thuis, een sober appartement in het Vaticaanse pension Santa Marta, waaraan hij de voorkeur geeft boven het pauselijke appartement in het Apostolisch Paleis. Scalfari is een afvallige, daarom zei Franciscus tegen hem: „Sommige van mijn collega’s vertelden me dat u me komt bekeren.” „Mijn vrienden denken dat ú me wilt bekeren”, antwoordde Scalfari. De paus lachte: „Zieltjeswinnerij is plechtige onzin, het slaat nergens op. We moeten elkaar leren kennen, naar elkaar luisteren en onze kennis van de wereld om ons heen verbeteren.”

Sommige uitspraken in dit jongste interview moeten ontzetting hebben veroorzaakt in conservatieve, roomse kringen.

„De leiders van de Kerk zijn vaak narcisten geweest, gevleid en opgejut door hun hovelingen. De hofhouding is de lepra van het pausdom.”

„Maar ze (de curie, het pauselijk bestuursapparaat) heeft een probleem: ze is Vaticaan-centrisch. (…) Deze Vaticaan-centrische visie verwaarloost de wereld om ons heen. Ik deel die visie niet, en zal alles doen om haar te veranderen.”

„Het eerste dat ik heb besloten was om een groep van acht kardinalen te benoemen die mijn raadgevers zullen zijn. Geen hovelingen, maar wijze mensen (…). Dit is het begin van een Kerk met een organisatie die niet alleen top-down is, maar ook horizontaal.”

Het gesprek wordt spannend als de paus Scalfari uitdaagt om als seculier denker zijn ‘belangrijke waarde’ te omschrijven. „Ik geloof in het Zijn”, antwoordt Scalfari vaag, „dat is het weefsel waaruit vormen en wezens voortkomen.” Dan zegt de paus: „En ik geloof in God. Niet in een katholieke God, een katholieke God bestaat niet, God bestaat. En ik geloof in Jezus Christus, zijn incarnatie. Jezus is mijn meester en mijn herder, maar God, de Vader, Abba, is het licht en de Schepper. Dat is mijn Zijn. Denkt u dat we veel van elkaar verschillen?”

Probeert hij ’m tóch nog te bekeren, dacht ik even. Het zij hem vergeven, want is er ooit eerder een paus geweest die beweerde dat God niet katholiek is?

    • Frits Abrahams