Eerste Kamer bewijst eigen rol

Het ‘nee’ van een meerderheid van de Eerste Kamer tegen het pensioenplan van het kabinet was gisteren onverbiddelijk. Daarmee heeft het ongeluk dat je al van mijlenver aan kon zien komen, zich inderdaad voltrokken. Het kabinet-Rutte dat over een krappe meerderheid in de Tweede Kamer beschikt, maar in de Eerste Kamer acht zetels tekort komt, zag zijn eerste grote bezuinigingsplan getorpedeerd worden.

Het kabinet heeft gegokt en verloren. De voornemens om het sparen voor pensioen fiscaal minder aantrekkelijk te maken kregen dit voorjaar in de Tweede Kamer alleen de steun van de coalitiepartijen VVD en PvdA. Een belangrijk element in de kritiek van de overige partijen was een vernietigend advies van de Raad van State. Dit hoogste college had het kabinet geadviseerd het voorstel „nader te overwegen”. Met het voorstel werd vooruitgelopen op andere wijzigingsplannen in de pensioensfeer, waardoor onduidelijk was wat de effecten op langere termijn zouden kunnen zijn. De Raad vroeg zich zelfs af of het nog wel mogelijk zou zijn via een reguliere gelijke jaarlijkse opbouw een adequate pensioenvoorziening te realiseren.

Het kabinet heeft de kritiek van de Raad van State geheel terzijde geschoven. Dat kon het doen in de wetenschap dat in de Tweede Kamer een meerderheid bestond voor de voorstellen die deel uitmaakten van het regeerakkoord. Maar het getuigde wel van hoogmoed. Meer oog voor de fundamentele kritiek van de Raad van State had wellicht een deel van de Senaat milder gestemd.

Staatssecretaris Weekers (Financiën, VVD) moet nu gaan werken aan aanpassing van de plannen, die dan eerst weer aan de Tweede Kamer moeten worden voorgelegd. Ongetwijfeld zal nu wél met de kritiek van de Raad van State rekening worden gehouden. Met meer oog voor de politieke verhoudingen had het kabinet zich veel kostbare tijd kunnen besparen.

Ondertussen heeft de Eerste Kamer zich weer eens gemanifesteerd als noodrem. „Ondeugdelijke wetgeving” was het terugkerend begrip in het debat van gisteren. Hoewel ook politieke motieven een rol speelden in de opstelling, is het toezien op consistente en uitvoerbare wetgeving een kerntaak van de Eerste Kamer, die minder beheerst wordt door de waan van de dag.

Oppositiepartijen uit de Tweede Kamer voeren nu overleg met het kabinet om een meerderheid in de Eerste Kamer voor de begroting 2014 zeker te stellen. Mocht deze ‘bonusformatie’ slagen, dan draagt dit het gevaar in zich dat een deel van de Eerste Kamer gereduceerd wordt tot politiek stemvee. Een Senaat die zichzelf serieus neemt, toetst wetgeving op zijn merites. Die is geen stempelaar van een politiek akkoord.