Cijfers En wat kosten die programma’s in Hilversum dan?

Verslaggever

Uitzendrechten voor een jaar eredivisievoetbal? 17 miljoen euro. Een jaar Radio 5? 16 miljoen euro. Programma’s over de samenleving, zoals De rijdende rechter en Je zal het maar hebben? 97 miljoen euro per jaar. Schrap deze drie en de bezuinigingen van de publieke omroep zijn rond.

De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) moet snijden. Maar waar geeft de omroep zijn geld eigenlijk aan uit? In totaal heeft de NPO dit jaar 833 miljoen euro te besteden. Het leeuwendeel daarvan, 423 miljoen euro, belandt bij Nederland 1, 2 en 3. Daar komt ruim 50 miljoen euro bovenop voor de makers van themakanalen en de kindertelevisie van Zappelin.

De NPO heeft zijn televisieprogramma’s ingedeeld in zes verschillende genres: nieuws, opinie, samenleving, expressie, kennis en amusement. Hoogste prioriteit voor de NPO heeft nieuws. Een kwart van het televisiebudget gaat naar de Journaals en sportverslaggeving.

Sport valt volgens de NPO dus onder nieuws, en niet onder amusement. Daardoor lijken de uitgaven aan amusementprogramma’s, zoals Wie is de Mol? en Raymann is laat, met 25 miljoen euro (6 procent van het tv-budget) laag. Wat de NPO alleen aan sport kwijt is, wil ze niet zeggen. De NOS wil ook geen getal noemen. Wel zegt Jan de Jong, algemeen directeur van de NOS, dat de kosten voor sportprogramma’s te vergelijken zijn met 60 eurocent per huishouden, per maand.

Programma’s over de samenleving zijn na nieuws de grootste kostenpost van de NPO: 23 procent van het televisiebudget, ofwel 97 miljoen euro. Dit zijn volgens de NPO programma’s over human interest en levensbeschouwing. De uitzendingen van de RKK, zoals Geloofsgesprek en Eucharistieviering, vallen daaronder. Net als Kruispunt en Over mijn lijk.

Kunstprogramma’s, Nederlandse dramaseries en buitenlandse fictie krijgen minder geld: er gaat eenvijfde van het omroepbudget (84 miljoen euro) op aan programma’s als Opium, Penoza en Moeder, ik wil bij de Revue.

Nog minder (63 miljoen euro) gaat naar het genre opinie, waar onderzoeksjournalistiek, documentaires en actualiteitenrubrieken toe behoren. Met programma’s als Nieuwsuur en Zembla wil de publieke omroep zich de komende jaren van commerciële zenders onderscheiden. Maar op dit moment gaat daar dus maar een klein deel (15 procent) van de televisiekosten naartoe.

Wat er overblijft van het budget is 47 miljoen euro voor programma’s over educatie, service en wetenschap, die de NPO onder kennis schaart. Ook een pijler die de NPO belangrijk vindt voor de toekomst.

Naast televisieprogramma’s is de NPO geld kwijt aan radio-uitzendingen. Die zijn veel goedkoper. Ze worden gemaakt van een kleine 100 miljoen euro, ongeveer vier keer zo weinig als het televisiebudget. Radio 1 is met 43 miljoen euro het duurst. Radio 2 en 3FM kosten elk 13 miljoen euro. Opvallend is dat het minder bekende Radio 5 met 16 miljoen euro na Radio 1 het duurst is.