Brand in textielfabriek Bangladesh eist levens

Bij een hevige brand in een textielfabriek even buiten de Bengaalse hoofdstad Dhaka zijn gisteren tenminste negen mensen om het leven gekomen en vijftig gewond geraakt.

Het incident onderstreept de precaire omstandigheden waaronder honderdduizenden arbeiders in de Bengaalse textielindustrie werken.

De brand in de plaats Gazipur bij Dhaka brak uit op een naaiafdeling van het bedrijf Aswad Composite Mills. Het merendeel van de circa 3.000 werknemers bevond zich op het moment dat het vuur begon al buiten het gebouw. Binnen waren op dat moment slechts 170 mensen.

Onder de afnemers van de fabriek bevonden zich volgens het Franse persbureau AFP het Amerikaanse GAP, het Britse Next, het Zweedse H&M en het Franse Carrefour.

Lage lonen en de bereidheid volgens critici een loopje te nemen met de veiligheidsvoorschriften hebben Bangladesh tot een van de goedkoopste plaatsen in de wereld gemaakt voor de productie van kleding. Het land is de op een na grootste exporteur van kleding ter wereld.

Vorige maand kwam het tot grote stakingen in de textielbranche. Ze eisten dat het minimumloon, nu nog zo’n 30 euro per maand, zou worden verhoogd tot 73 euro. Na vijf dagen gingen de fabrieken weer open, nadat de fabrikanten met ingang van november een nog nader te bepalen loonsverhoging hadden toegezegd en de autoriteiten hadden gedreigd met het onderdrukken van de stakingsacties.

Wereldwijd trokken de slechte arbeidsomstandigheden in de Bengaalse textielindustrie de aandacht, toen in april van dit jaar ruim 1100 mensen de dood vonden door de instorting van een groot fabriekscomplex in Savar. In november vorig jaar kwamen bovendien 112 mensen om bij een grote brand.

Op een bijeenkomst in Genève vorige maand werd een aantal grote Westerse kledingbedrijven het niet eens over een compensatiefonds voor slachtoffers van rampen in Bengaalse textielfabrieken.(Reuters, AFP, BBC)