Wederopstanding van het kunstrijden? ‘Een begin’

Het kunstrijden in Nederland is afgezakt naar een bedenkelijk niveau. Tijd voor verandering, vindt voormalig Nederlands kampioene Joan Haanappel. Een Canadese toptrainster moet uitkomst bieden.

Foto ANP

Vraagje. Wat hebben Paul de Leeuw, Sylvia Tóth, Tom Okker, Paul Litjens, Ria Visser en Hans van Zetten gemeen? Antwoord: hun sympathie voor Joan Haanappel en haar strijd tegen de verloedering van het Nederlandse kunstrijden. Zij flankeerden de voormalige kunstschaatsster gisteren in Dordrecht bij de presentatie van haar reddingsplan.

De artiest, de voormalige zakenvrouw, de oud-tennisser, de oud-hockeyer, de oud-schaatsster en de turncommentator vormen het comité van aanbeveling. Niet vanwege hun kennis van kunstrijden, wel vanwege hun oprechte opvatting dat die sport in Nederland een reanimatie verdient. Zoals het nu gaat, is het niks en wordt het niks, delen zij de zorg van Haanappel. Tijd voor actie.

Buiten de KNSB om. Als het om kunstrijden gaat, neemt Haanappel de schaatsbond al jaren niet meer serieus, de aanwezigheid in het sectiebestuur van insiders als oud-bondscoach Willy van Veen en voormalige Nederlands kampioen Karen Venhuizen ten spijt. Dat ligt aan de dominante cultuur van het langebaanschaatsen, weet Haanappel uit ondervinding.

Zij trad ooit toe tot het bondsbestuur om kunstrijden uit de marginaliteit te halen. Vergeefse moeite, ervoer Haanappel, die gefrustreerd aftrad met het heilige voornemen een zelfstandige bond voor het kunstrijden op te richten. Dat plan sneuvelde door weigering van sportkoepel NOC*NSF om een kleine, nieuwe sportbond te accepteren. Waarna Haanappel, gesteund door voormalig olympisch kampioene Sjoukje Dijkstra, de opgerichte Stichting Kunstrijden Nederland (SKN) omvormde tot een steunfonds voor het kunstrijden.

Haanappel heeft een plan bedacht om Nederlandse talenten op te leiden. Zelf zegt ze pathetisch „een begin te hebben gemaakt met de wederopstandig van het Nederlandse kunstrijden”. Vier keer per jaar haalt Haanappels stichting de Canadese toptrainster Manon Perron voor een trainingskamp van één week naar Nederland.

De coach achter Joannie Rochette, de bronzenmedaillewinnares van de Winterspelen in Vancouver (2010), gaat de nationale kampioenen Michelle Couwenberg (vrouwen), Florian Gostelie (mannen) en Thomas Kennes (junioren), aangevuld met de acht grootste Nederlandse talenten tussen elf en veertien jaar, onder handen nemen. In nauwe samenspraak met hun coaches, want op die manier is volgens Haanappel een terugkeer van Nederlanders op olympisch niveau denkbaar.

Dat wordt de eerste stap van het reddingsplan. De tweede kan zijn om talenten op kosten van SKN een trainingsstage bij Perron in Canada aan te bieden. Haanappel heeft veel vertrouwen in Perron, een trainster van het type ‘niet lullen maar poetsen’. Want ze maakte gisteren duidelijk dat het trainingskamp alleen voor de allerbesten is weggelegd. Haanappel: „De talenten wordt afgerekend op inzet, motivatie, discipline en resultaten.”

Haanappel heeft zich heilig voorgenomen het kunstrijden er weer bovenop te helpen. „Je moet ergens beginnen”, zegt ze. „Laten we er eerst voor zorgen dat er geen Nederlandse talenten verloren gaan. Want dat is de laatste decennia op grote schaal gebeurd. Omdat er geen structuur, maar vooral geen geld was. Je kind laten kunstrijden kost al gauw vijftienduizend euro per jaar, een bedrag dat veel ouders niet kunnen opbrengen.”

Hoeveel geld Haanappel tot haar beschikking heeft, weigert ze te zeggen – „ik praat niet over geld.” Ze heeft een paar goede donateurs, van wie Sylvia Tóth er met haar foundation één van is. „Door die steun ben ik op jaarbasis verzekerd van een vast bedrag. Maar dat is niet genoeg. Er is aanzienlijk meer geld nodig om het Nederlandse kunstrijden te redden.”

Daarvoor trekt ze ook zelf de portemonnee, zei ze vorig jaar in deze krant.„Ik ga door tot ik niet meer kan. Mijn man en ik stellen de erfenis beschikbaar aan SKN. Want ik wil de talentbegeleiding in Nederland geregeld hebben voor ik onder de zoden ga.”

    • Henk Stouwdam