Voorspelbare bevingen? Negeren en wegmoffelen

Nog zestien jaar, en dan beleeft Nederland een aardbeving met een kracht van 5 op de schaal van Richter. Oorzaak: gaswinning in Groningen. Het valt heel precies uit te rekenen, constateert een voormalig NAM-ingenieur.

De gasboorlocatie van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) bij Bedum, iets ten noorden van de stad Groningen Foto Kees van de Veen

Gaswinningsbedrijf NAM en seismologen van het KNMI hebben jarenlang de aardbevingsrisico’s in Noord-Groningen genegeerd. Terwijl bewoners op de Groningse gasbel afgelopen januari hoorden dat er door gaswinning meer en zwaardere aardbevingen dreigen, hadden NAM en KNMI al in 2004 kunnen weten dat bevingen met een kracht van vijf op de schaal van Richter in het verschiet lagen.

Dat concludeert gepensioneerd ingenieur Adriaan Houtenbos op basis van eigen onderzoek. „De NAM en het KNMI hebben de bevolking misleid”, zegt hij, „en ook het Staatstoezicht op de Mijnen trok hierover niet tijdig aan de bel.”

Op het congres ‘Gerommel in de ondergrond’ brengt hij vanmiddag in Groningen zijn bevindingen naar buiten. Houtenbos werkte tot 2000 als afdelingshoofd geomatics bij de NAM en kritiseerde in 2007 de te rooskleurige voorspellingen van het bedrijf over bodemdaling door gaswinning.

Hoe weet u dat de bevolking is misleid over aardbevingsrisico’s?

„Dat baseer ik op gegevens en grafieken van de toezichthouders zelf. Het KNMI houdt het aantal aardbevingen sinds 1996 precies bij. Als je die bevingen rangschikt in groepen met een bepaalde zwaarte, slaat het patroon je klam om het hart. Elk jaar groeit het aantal bevingen met 16 procent ten opzichte van het tot dan toe geregistreerde aantal. Dit verdubbelt zich elke 4,7 jaar en vertienvoudigt elke 15,5 jaar.

„Met dit model zijn de aardbevingen als gevolg van gaswinning sinds de eeuwwisseling zo voorspelbaar als een klok. De deskundigen van NAM en KNMI moeten die voorspelbaarheid hebben gezien. Een maatschappelijk verantwoord opererend bedrijf meldt dat ook. Maar dit hebben ze tegenover de bevolking stil gehouden. Dat is een herkenbaar patroon bij de NAM.”

Op welk patroon doelt u?

„Het patroon van negeren en ontkennen, van bagatelliseren en frustreren, van wegmoffelen en verzwijgen. Zo ging het bij de bodemdaling als gevolg van gaswinning – al in 1986 was uit een proefschrift duidelijk dat de bodem uiteindelijk tweemaal zoveel zou dalen als voorspeld. En zo gaat het nu bij de aardbevingen. Neem de aardbeving op Tweede Kerstdag 1986, bij Assen. Toen het Drentse Statenlid Meent van der Sluis de beving in verband bracht met de gaswinning, werd hij met pek en veren besmeurd. Of het onderzoek van het Massachusetts Institute of Technology. De Amerikaanse wetenschappers meldden al in 1990 dat de gaswinning kans op aardbevingen met zich meebrengt, met een kracht tot hooguit 3 op de schaal van Richter. Deze bevinding werd doodgezwegen. En toen er na 1993 geen ontkennen meer aan was, sloeg de NAM aan het bagatelliseren.”

Waarom trok het Staatstoezicht op de Mijnen niet direct aan de bel? Dat is de waakhond.

„De toezichthouder heeft twee taken die elkaar bijten. Hij moet garanderen dat de schade door gaswinning de maatschappelijke aanvaardbare grenzen niet overschrijdt. Tegelijkertijd moet hij zorgen dat de schatkist er maximaal aan verdient. Dat kan je niet allebei tegelijk goed doen. De praktijk is dat de toezichthouder met de mijnbouwmaatschappijen spreekt als er grenzen worden overschreden. Maar hij trekt de vergunning om het gas te winnen niet in en informeert evenmin de burger die aan te veel risico’s wordt blootgesteld.

„De machtsverhoudingen zijn nu zo dat de mijnbouwbedrijven altijd aan het langste eind trekken. Begin dit jaar adviseerde het staatstoezicht uiteindelijk de gasproductie zo snel mogelijk en zo veel als mogelijk terug te schroeven. Maar dat is wel tien jaar later dan nodig. ”

Konden de bestuurders uit de regio niets ondernemen?

„Nee. Zij staan buitenspel, buiten het kringetje van NAM, KNMI, het Staatstoezicht op de Mijnen en de Nederlandse staat in de persoon van de minister van Economische Zaken. Als ze over lokale vergunningen moeten beslissen, baseren zij zich eenzijdig op informatie over nationale belangen van mijnbouwmaatschappijen en het Staatstoezicht op de Mijnen.”

Wat vertelt uw analyse over toekomstige bevingen?

„Bij het huidige productietempo kunnen Groningers de eerste klap boven 4 op de schaal van Richter dit jaar verwachten en de eerste boven 5 in 2029. [Daarbij kunnen mensen ernstig gewond raken: kasten vallen om, schoorstenen breken af, oude en zwakke gebouwen kunnen geheel of gedeeltelijk instorten.] En vergis je niet: het aantal bevingen blijft zo exponentieel stijgen als je vasthoudt aan deze productie. Dat vind ik ronduit benauwend.”

Minister Kamp beslist pas in december of hij minder gas gaat winnen. Hij laat nu aanvullend onderzoek doen.

„Ik ontzeg de Nederlandse staat niet het recht om belangen en risico’s tegen elkaar af te wegen. Maar ik heb er een hard hoofd in dat de onderzoeken de burger meer duidelijkheid zullen brengen. Zo zijn de onderzoekers voor hun informatie afhankelijk van de exploitant van het gasveld, de NAM, en die andere belanghebbende: de Nederlandse staat. En als je nagaat dat het gas de Nederlandse schatkist vorig jaar 14 miljard euro opleverde, sluiten de financiële consequenties een evenwichtige belangenafweging nagenoeg uit.”

Wat betekent dit voor Noord-Groningen?

„Tot nu toe ontbreekt een fysische verklaring voor de exponentiële toename van het aantal aardbevingen. We weten dus niet wanneer en in welke mate het terugschroeven van de gasproductie het aantal en de zwaarte van aardbevingen zal doen afnemen. In elk geval mag de gaswinning nooit ten koste gaan van de veiligheid van de Groningers en de leefbaarheid in het gebied. Als heel Nederland het gas gebruikt, moet ook heel Nederland de lasten daarvan dragen. De NAM en de Nederlandse overheid moeten de risico’s afdekken met een verzekering. Als het zoals nu daadwerkelijk misgaat, moeten gedupeerden daaruit gecompenseerd worden. De staat mag zijn burgers niet bewust blootstellen aan gevaar, en de NAM niet laten gokken met andermans huizen en bezittingen.”

    • Wubby Luyendijk