Raadsel

Hoe de misverstanden de wereld inkomen. Afgelopen vrijdagmiddag stond ik met mijn vrouw in de hal van bioscoop Tuschinski een bekertje cappuccino te drinken. We keken verbaasd naar de honderden mensen die de grote zaal uitstroomden. Zomaar, midden op de dag! Welke wonderbaarlijk attractieve film was daar gedraaid? Wat had ik nu weer gemist?

Ik vroeg het de buffetbediende. „Het heeft iets met Nexus te maken, een of andere spreker”, zei hij weinig eerbiedig, „wilt u nog wat te eten bij de koffie?”

Naast ons waren twee keurige jonge mannen, type gevorderde student, komen staan. „Ik heb weinig nieuws gehoord, jij?”, zei de een. „Ik ook niet”, zei de ander, terwijl hij aandachtig een mooi meisje bekeek dat langsliep – ze verraste hem in die ene seconde al meer dan de spreker die hele middag.

Opeens maakte zich een cameraploeg uit de menigte los, aangevoerd door een bekend televisiegezicht, namelijk dat van Eelco Bosch van Rosenthal, voormalig NOS-correspondent in de Verenigde Staten en nu verslaggever van Nieuwsuur. Hij stelde zich aan mij voor en vroeg: „Meneer Abrahams, kan ik u even vragen wat u er vanmiddag van vond?” Vanuit een ooghoek zag ik dat de cameraman zijn positie al innam.

Tot aan mijn dood – en indien mogelijk ook nog daarna – zal ik het blijven betreuren, dat ik toen niet de tegenwoordigheid van geest had om mijn gewichtigste gezicht te trekken en te zeggen: „Ik vond het een buitengewoon belangwekkende bijeenkomst. Er zijn mij inzichten deelachtig geworden waarvan ik de reikwijdte op dit moment nog niet helemaal kan overzien, maar die mijn wereldbeeld ongetwijfeld zullen veranderen. Wat ’n ongehoorde eruditie, wat ’n sprankelende eloquentie – en tegelijk toch zo helder en eenvoudig!”

In plaats daarvan zei ik sullig tegen Bosch van Rosenthal: „Wij zijn hier om gewoon naar de film te gaan.” Hij keek me even aan of hij het Witte Huis hoorde instorten, maar zei toen beleefd: „Ach, ik begrijp het, het is trouwens een hele goede film.” Daarna wendde hij zich tot iemand die zijn middag dankzij Nexus heel wat wetenschappelijker had besteed. Hij liet me achter met een groot raadsel: hoe wist hij naar welke film ik van plan was te gaan? Er draaiden er wel drie, vier. Had Bosch van Rosenthal telepathische gaven en, zo ja, waarom werkte hij dan nog steeds bij Nieuwsuur?

’s Avonds bracht internet uitkomst. Het Nexus Instituut, een culturele denktank, had in Tuschinski een bijeenkomst belegd rond de filosoof en wetenschapper Nassim Taleb, schrijver van de bestseller The Black Swan, waarin hij onder meer de bankencrisis voorspelde. Voor 40 euro kon je een lezing en een masterclass van hem volgen. Later in de middag vertoonde Nexus Margin Call, de eerste speelfilm over de bankencrisis.

Natuurlijk, die film had Bosch van Rosenthal bedoeld! Ik schaamde me diep. Hoe kon ik verdedigen dat ik daar alleen maar was om Behind the Candelabra met Michael Douglas als Liberace te zien?

Op de NOS-site zag ik nog enkele flarden van Taleb in Tuschinski. Hij maakte een nogal zelfvoldane indruk. Ze hadden destijds geen fuck van zijn boek begrepen, zei hij. „Sorry”, verontschuldigde hij zich voor dat ‘fuck’, „dat komt door de emotie. U kunt het eruit halen.”

Emotie? Na al die lezingen over de hele wereld? Maar misschien had ik te veel Liberace gezien – ook zo’n showman die nooit zonder ‘fuck’ kon.

    • Frits Abrahams