PvdA noemt daling pensioenpremie essentieel

Voor de PvdA is het ‘essentieel’ dat de pensioenpremies zullen dalen als gevolg van de pensioenplannen van het kabinet. “Wij vinden dit heel erg belangrijk en maken ons er zorgen over”, zei PvdA-senator André Postema vandaag tijdens het debat over de pensioenplannen in de Eerste Kamer, meldt persdienst Novum.

Staatssecretarissen Weekers en Klijnsma voor aanvang van het debat in de Eerste Kamer. Foto ANP / Martijn Beekman

Voor de PvdA is het ‘essentieel’ dat de pensioenpremies zullen dalen als gevolg van de pensioenplannen van het kabinet. “Wij vinden dit heel erg belangrijk en maken ons er zorgen over”, zei PvdA-senator André Postema vandaag tijdens het debat over de pensioenplannen in de Eerste Kamer, meldt persdienst Novum.

Het kabinet stelt dat de premies omlaag zullen gaan, maar de pensioenfondsen beslissen daarover. Die zeggen dat premieverlaging niet mogelijk is.

Postema:

“Wij willen graag van de regering weten of er meer zekerheid kan worden geboden over de daling van de premies.”

De PvdA wil verder aanpassing van de bijspaarregeling waarmee de verlaging van de pensioenafdracht enigszins wordt verzacht.

Postema wilde niet zeggen of de PvdA de plannen nog steunt als de regering geen zekerheid kan bieden over de daling van de premies. Voor de oppositie is de onzekerheid over de premies een belangrijke reden om tegen de plannen te zijn. Zij vinden dat lagere pensioenopbouw ook lagere pensioenpremies moet betekenen.

Vooralsnog is er geen meerderheid in de Eerste Kamer voor de pensioenplannen, die inhouden dat de belastingvrije pensioenopbouw wordt verlaagd van 2,25 naar 1,75 procent. Volgens het kabinet is dat mogelijk doordat mensen later met pensioen gaan. De tegenstanders stellen echter dat jongeren straks een lager pensioen krijgen.

VVD positief over verlaging pensioenopbouw

De VVD is positief over het verlagen van de belastingvrije pensioenopbouw. Verlaging van de pensioenopbouw is volgens VVD-senator Willem Bröcker goed om te voorkomen dat het pensioen een nog groter deel van het loon opslokt. De VVD vindt wel, net als alle andere partijen, dat de verlaging van de pensioenopbouw (van 2,25 naar 1,75 procent van het brutoloon) ook moet leiden tot lagere premies. Bröcker pleitte voor een ‘transparante dialoog’ hierover met pensioenfondsen, meldt Novum.

De VVD is wel kritisch over de bijspaarregeling: “Wij zijn niet overtuigd van de toegevoegde waarde”, zei Bröcker.

Onze politiek redacteur Erik van der Walle twitterde eerder vandaag al dat de oppositie weinig ziet in de plannen:

Twitter avatar erikvderwalle Erik van der Walle CDA en D66 in Eerste Kamer laten niets heel van de pensioenplannen van het kabinet. Strekking: gaat kabinet puur om de bezuiniging.
Twitter avatar erikvderwalle Erik van der Walle Pijnlijk ochtendje voor stassen Klijnsma en Weekers in senaat. Na CDA en D66 zegt ook ChristenUnie niets te zien in pensioenhervorming.

Het CDA wil dat het kabinet de plannen voor verlaging van de belastingvrije pensioenopbouw van tafel haalt. D66 heeft er bezwaar tegen dat de plannen primair zijn bedoeld om op korte termijn geld op te leveren, en niet voortkomen uit een visie op de toekomst van het pensioenstelsel.

Hervorming levert miljarden op

Het pensioenplan behoort tot de grootste bezuinigingen die Rutte II wil realiseren. De hervorming van het pensioenstelsel levert vanaf 2015 structureel 1,5 miljard euro op en in 2017 eenmalig 3 miljard euro.

In de bezuinigingsplannen van het kabinet staat een lagere opbouw van de pensioenpremies centraal. Nu kan een werknemer nog 2,25 procent van zijn inkomen belastingvrij aan pensioen opbouwen. Het kabinet wil dit terugbrengen naar 1,75 procent. Doordat mensen langer doorwerken hebben ze meer tijd om voor hun pensioen te sparen, zo is de gedachte.

Petra de Koning en Erik van der Walle legden het gisteren in NRC Handelsblad uit:

“De bezuiniging komt tot stand omdat de aftrekbaarheid van pensioenpremies lager wordt. Daarvoor wordt het zogeheten Witteveenkader – waarin de aftrekbaarheid wordt geregeld – aangepast. Omdat mensen langer doorwerken – de AOW-leeftijd wordt in 2021 67 jaar – hebben zij meer tijd om voor hun pensioen te sparen, zo is de redenering. In 2015 leidt dat ertoe dat de maximale opbouwpercentage 1,75 wordt, in plaats 2,15 nu. Wie meer wil sparen kan dat doen, maar dat is niet meer aftrekbaar. Door die verminderde aftrekbaarheid stijgt bij alle werknemers het belastbaar inkomen. En dat leidt tot grotere inkomsten voor de fiscus. Daar komt nog bij mensen die meer dan 100.000 euro verdienen extra worden gekort. Voor het deel boven de ton mogen zij helemaal geen premie meer aftrekken.”

Lees hier meer over de hervorming van het pensioenstelsel.