Pensioenen: laat ouderen niet graaien ....

De meeste jongeren maken zich niet druk om hun pensioen. Dom. Oudere generaties zijn bezig hen te bestelen, menen twee vakbondsvoorzitters en een econoom.

Illustratie Tomas Schats

De toekomst van ons pensioenstelsel ligt in handen van de leden van de Eerste Kamer. Vandaag bespreken zij het pensioenplan van het kabinet, dat de staatskas 3 miljard euro moet opleveren. Wie even rekent, ziet dat dit geld rechtstreeks uit de pensioenspaarpotten van met name jongeren komt.

We hebben in Nederland een van de beste pensioenstelsels ter wereld – nog wel. Dit komt doordat we in ons werkzame leven genoeg geld sparen voor later.

Het kabinet wil dit veranderen, door pensioenpremies die mensen belastingvrij mogen sparen verder te verlagen. Na de eerste verlaging van 2,25 procent naar 2,15 procent willen ze naar 1,75 procent. Als je uitgaat van 42 werkjaren, dan is dat een verslechtering van 22 procent.

Dit tellen we op bij de verschuiving van de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar. Een jonge verpleegkundige kan volgens de huidige regels nog uitkomen op een goed pensioen, van 70 procent van het laatstverdiende salaris. Maar als de kabinetsplannen doorgaan, bouwt deze verpleegkundige een pensioen op dat in totaal 27 procent lager zal zijn.

In de praktijk zal het pensioen voor veel jongeren nog slechter zijn. Want voor wie zal er tot z’n 67ste onafgebroken werk zijn? Werkgevers geven steeds vaker onzekere contracten, waardoor de meeste werknemers veel minder, of zelfs helemaal geen pensioenrecht opbouwen.

Uit cijfers van het grootste pensioenfonds in ons land, ABP, blijkt dat de gemiddelde gewerkte tijd nu 29 jaar is. Diezelfde werknemer uit ons voorbeeld komt in dat geval nog maar uit op een pensioen dat circa 50 procent van het laatste salaris zal zijn. Noem dat gerust een halfpensioen, met name voor deelnemers van het ABP en PFZW, de twee grootste pensioenfondsen in Nederland.

En dan hebben we nog niet meegewogen dat onze pensioenen steeds minder waard worden. Ze worden al lang niet meer ieder jaar aan de inflatie aangepast. Alleen al het ABP heeft een ‘indexatie-achterstand’ van 11 procent.

De AFM concludeert, net als de meeste pensioendeskundigen in ons land, dat het kabinet met zijn pensioenberekeningen de zaken veel te rooskleurig voorstelt. Het kabinet informeert het publiek oneerlijk over de gevolgen die het pensioenplan heeft voor jongeren. Het had eerlijk moeten zijn over de langetermijneffecten. Mensen die straks 70 worden, de jongeren van nu, moeten langer doorwerken voor een lager pensioen – een pensioen waaraan ze naar verwachting ook nog eens netto minder gaan overhouden.

Gelukkig is het nog niet te laat. De oppositie in de Eerste Kamer kan het plan tegenhouden. Wij hopen dat de senatoren het pensioen van jongeren niet beschouwen als politiek ruilmiddel. En dat zij de basis van een goed pensioen voor de jongeren van nu en de gepensioneerden van straks overeind houden. Van een halfpensioen kan niemand rondkomen.

    • Peter de Haan
    • Corrie van Brenk