Meer reclame kan wel/niet

Hoe moet het verder met de publieke omroep? Nu gaat de discussie over 100 miljoen bezuinigen, maar wat echt telt: komen we ooit van dit bestel af?

Foto ANP, bewerking fotodienst NRC

Omroepbestuurders hebben het druk deze week. Gisteren moesten ze hun afkeer uitspreken over een brief van staatssecretaris Dekker, waarin hij meer reclame bij de publieke omroep een interessante optie noemt. Morgen gaan ze demonstreren op het Malieveld tegen voorgenomen bezuinigingen. Donderdag spreekt de Kamer over de publieke omroep.

Meer eigen inkomsten door meer reclame. De politiek gelooft er in, de omroep niet. Nu mag het niet van de Mediawet, want de publieke omroep moet zich onderscheiden van de commerciële zenders. Maar die wet kan worden aangepast, liet staatssecretaris Sander Dekker (Media, VVD) al weten. Meer reclame kan de publieke omroep 35 tot 46 miljoen euro per jaar extra opleveren. Nu verdient de STER jaarlijks circa 200 miljoen euro. Adviesbureau Boston Consulting Group (BCG) publiceerde vorige week zijn onderzoek naar alternatieve inkomstenbronnen van de publieke omroep. Het genoemde bedrag zou de extra bezuiniging compenseren op de landelijke publieke omroep die het huidige kabinet wil doorvoeren vanaf 2017.

Zou het kabinet kiezen voor zo’n commerciëlere publieke omroep, dan leidt dat zonder twijfel tot meer protesten van RTL, SBS en anderen. Wat hen betreft zou alle reclame juist moeten verdwijnen van de publieke omroep. Een dergelijke maatregel is een aantal jaren terug in Spanje al ingevoerd. De Kamer vindt verder dat de distributeurs meer moeten betalen aan de publieke omroep. Ziggo, UPC en KPN betalen nu 11,4 miljoen per jaar.

Is er nog genoeg geld om een ‘brede’ omroep te zijn, van en voor iedereen? Of heeft Dekker eigenlijk liever een smalle omroep met uitsluitend programma’s die de commerciëlen niet maken? Een omroep met leden of met een andere maatschappelijke verankering?

Het kabinet weet het niet precies. Tot nu toe is de omroep vooral geschikt als bezuinigingspost. De vorige regering schrapte 127 miljoen euro bij de landelijke omroepen. Met slim politiek spel wisten de omroepverenigingen een deel van de mediabezuinigingen van in totaal 200 miljoen af te schuiven op de Wereldomroep en de omroeporkesten. De huidige regering slaat de landelijke omroepen nogmaals aan, nu voor 45 miljoen. Ook verdwijnen het Mediafonds (tv-series, documentaires) en de religieuze omroepen.

Een visie op de publieke media heeft staatssecretaris Dekker voorlopig uitbesteed aan externe adviseurs. Er lopen drie onderzoeken: het reeds opgeleverde BCG-onderzoek naar alternatieve inkomsten; een onderzoek naar samenwerking tussen regionale en landelijke omroepen; en het belangrijkste onderzoek naar de toekomst van het bestel.

Omroepmedewerkers verbazen zich over die volgorde: eerst bezuinigen en daarna nadenken over taak, functie en organisatie. Maar die bezuiniging is al ingeboekt, de coalitie weigert die te schrappen en de onderzoekers zijn al aan het werk.

Een commissie van de Raad voor Cultuur onder leiding van Inge Brakman (oud-voorzitter Commissariaat voor de Media) moet voor 31 januari adviseren over een nieuw bestel. De belangrijkste vraag: wat kan en moet de publieke omroep doen, gegeven de „nieuwe financiële realiteit” en de snelle veranderingen in het medialandschap, om zijn maatschappelijke functie te blijven vervullen? De commissie kijkt naar innovatie, organisatie, programmering en samenwerking tussen omroepen en pers.

Is een radicale wijziging van het bestel mogelijk? Kan de commissie-Brakman bijvoorbeeld voorstellen dat omroepen productiehuizen worden? Die mogen dan intekenen op een uitzendschema, net als commerciële partijen. Een programma van RTL op Nederland 3 bijvoorbeeld, zoals Matthias Scholten van RTL Nederland laatst opperde; of Nieuwsuur verzorgd door NRC Handelsblad?

De kans dat het kabinet het advies van deze commissie volgt, lijkt groter dan bij vorige onderzoeken. In de eerste plaats is de staatssecretaris zelf voorstander van hervorming van het bestel. „Dat er keuzes gemaakt moeten worden, is evident”, stelt Dekker in zijn adviesaanvraag.

Er moet ook wel wat gebeuren, want de omroepen krijgen simpelweg minder budget. Als er niets verandert, stelde adviesbureau BCG vorige week, dalen de inkomsten verder. Televisiereclame neemt af, programmabladen verkopen slechter, topvoetbal gaat mogelijk naar de commerciële omroepen.

De grootste drijfveer voor veranderingen is echter de digitalisering en alle gevolgen op het mediagebruik van consumenten en de internationalisering van de markt. Dankzij internet is er geen schaarste meer. Bedrijven als Netflix, HBO, Apple, Google en Amazon bereiken gemakkelijk Nederlandse kijkers en luisteraars. Dat zijn vooral Amerikaanse programma’s en dat laat ruimte voor Nederlandse televisie van Nederlandse aanbieders.

Die kijker en luisteraar wil tv en radio steeds vaker consumeren waar, wanneer en hoe hij zelf bepaalt. Ouders van jonge kinderen kunnen nog maar moeilijk uitleggen dat Sesamstraat nog niet is begonnen. Of erger, al is geweest. Je pakt toch gewoon je tablet, papa, en drukt op een knop?

Voor hen betekent het niets dat de NTR Sesamstraat uitzendt. En de TROS de programma’s van de Efteling. Of RTL. Toch hebben de oude omroepverenigingen nog veel macht in Hilversum en Den Haag. Er lopen nog steeds sterke lijnen tussen Mediapark en Binnenhof, een erfenis uit de hoogtijdagen van de verzuiling.

Het is de vraag of de commissie-Brakman zich heel stellig gaat uitspreken over de organisatie van Hilversum. Ook al is dat misschien beter voor de kijker.

    • Jan Benjamin