Lezen en rekenen lukt Nederlanders uitstekend

Mbo’ers doen het goed. Maar volwassen allochtonen zijn vaak laaggeletterd. „Misschien heeft het te maken met hoe wij migranten begeleiden”, zegt minister Bussemaker.

Nederlandse volwassenen kunnen goed lezen en rekenen, vergeleken met volwassenen in andere ontwikkelde landen. Ook hun probleemoplossend vermogen is hoog. Dat blijkt uit een vandaag gepresenteerd rapport van de OESO, waarin 22 landen met elkaar worden vergeleken. Minister Bussemaker (Onderwijs, PvdA) reageert tevreden op de uitkomsten van het onderzoek. „Maar we moeten scherp blijven. Andere landen zitten niet stil.”

Dat volwassenen zo hoog scoren, komt natuurlijk omdat zij nog goed onderwijs hebben gehad.

Bussemaker: „Het Nederlands onderwijs is nog steeds goed. Ook de jongste volwassenen die zijn onderzocht, tot 24 jaar, doen het prima vergeleken met hun leeftijdsgenoten elders. Dat is een bevestiging van onderzoeken die onder scholieren zijn gedaan. Ook daarin scoort Nederland hoog op het gebied van reken- en taalvaardigheid.”

Is dat te danken aan de ingrepen van de politiek in het onderwijs?

„Niet alles komt door beleid. Maar je ziet dat deze prestaties wel degelijk te verbeteren zijn. Een land als Zuid-Korea deed het lang slecht, maar is nu aan een opmars bezig omdat de overheid er veel werk van maakt. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld stagneren de prestaties juist. Beleid kan dus effect hebben. Maar laten we niet vergeten dat dit vooral een prestatie is van de Nederlandse leraren. Die hebben het uiteindelijk gedaan.”

Opvallend zijn de goede prestaties in het mbo.

„Dat klopt. Nederlanders die een vierjarige mbo-opleiding hebben gedaan, scoren gemiddeld beter dan een kwart van de Amerikanen met een universitaire opleiding. Daar kan je toch trots op zijn. Het mbo wordt in Nederland vaak gezien als tweede keus, ook door ouders. Maar het blijkt dus dat je daar een prima opleiding kan krijgen.”

Allochtone volwassenen zijn zwaar oververtegenwoordigd in de groep laaggeletterden. Hoe komt dat?

„Dat is echt een minpunt op een verder mooie lijst. Je ziet dat allochtonen het ook in de Scandinavische landen, met eenzelfde verzorgingsstaat als bij ons, het minder goed doen dan elders. Misschien heeft het te maken met de manier waarop en de mate waarin wij en de Scandinavische landen migranten begeleiden. Daar moet nog verder onderzoek naar gedaan worden. Maar los van wat de oorzaak is, het moet beter.”

Hoe valt dat te bereiken?

„Wat we zien is dat met name meiden met een andere culturele achtergrond het goed doen in het onderwijs, beter dan jongens. Daar ligt dus echt een belangrijk aandachtspunt. Wat wellicht ook meespeelt is dat wij in Nederland relatief terughoudend zijn met het opleggen van discipline, het uitdelen van straf. Voor wie in een hiërarchische samenleving is opgegroeid, kan het moeilijk zijn om daarmee om te gaan. Ik zeg nu niet dat we speciale kostscholen moeten opzetten voor Marokkaanse jongens, maar dit aspect moet wel nader onderzocht worden.”

Welke gevolgen kan de opkomende digitalisering van het onderwijs hebben voor de lees- en rekenvaardigheid van leerlingen?

„Digitale hulpmiddelen kunnen het onderwijs beter maken, maar we moeten het wel kritisch in de gaten houden. Het moet een ondersteuning zijn van het traditionele onderwijs, geen vervanging. Dan gaan we de fout maken die we ook hebben gemaakt met het competentiegericht onderwijs: dat het om de vorm gaat en niet om de inhoud.”