‘Kinderen leren beter als ze een-op-een-begeleiding krijgen’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Leerkracht Joris Spekle van basisscholl De Bolster Drunen in onder meer nrc.next van gisteren.

De aanleiding

Basisschool De Bolster in het Noord-Brabantse Drunen begint in november met een experiment. Vier ochtenden in de week gaan ouders hun eigen kind les geven op school. Want ‘kinderen leren beter als ze een-op-een begeleiding krijgen en die kunnen leerkrachten niet bieden’ stond gisteren in onder meer nrc.next.

Waar is het op gebaseerd?

Leerkracht Joris Spekle, begeleider van het project, ziet zelf dat een-op-eencontact erg effectief is voor vakken als rekenen en taal. De directeur van de stichting waar de Bolster onder valt was het met hem eens. Hij had op werkbezoek bij de Stichting voor Landelijk Onderwijs aan Varende Kinderen gezien dat individuele begeleiding tot goede schoolprestaties leiden bij kleuters – meestal door een ouder geschoold.

En, klopt het?

Een-op-eenonderwijs is in de regel beter voor het kind, zegt Sjoerd Karsten, hoogleraar onderwijsbeleid aan de Universiteit van Amsterdam. Individuele begeleiding is de meest efficiënte manier van kennis opdoen, blijkt onder meer uit onderzoek van de Amerikaanse onderwijskundige Benjamin Bloom (1984). Dat lijkt ook te kloppen met de resultaten uit onderzoek naar thuisscholing. ‘Kinderen die thuisonderwijs gekregen hebben, onderscheiden zich in hun schoolvorderingen én in hun sociaal-emotionele ontwikkeling in positieve zin van hun op school onderwezen leeftijdgenoten’, schreef onderwijskundige Blok in het Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid in 2002. Dat komt doordat thuisonderwijs de mogelijkheid biedt tot individuele begeleiding. En dus tot „directe, probleem gestuurde feedback”, zegt Karsten. Een kind dat een onvoldoende voor een proefwerk wiskunde terugkrijgt, weet vaak niet meer welke denkfout het bij het maken van de sommen heeft gemaakt. Bij een-op-eenonderwijs kan de leraar een ‘denkfout’ sneller bijsturen.

Er is nog een reden waarom een individuele aanpak beter werkt. In een groep richt een leerkracht zich op de middenmoot, terwijl 20 procent het na één keer uitleggen al snapt en 20 procent het na drie keer nog steeds niet. Bij individuele begeleiding kan de eerste groep zich sneller ontwikkelen en mist de laatste groep leerlingen de boot niet.

Volgens sommige onderzoeken naar thuisonderwijs bedraagt de gemiddelde voorsprong van thuis onderwezen kinderen zelfs ‘meerdere leerjaren’. Toch, zegt Karsten, kun je uit die onderzoeken niet afleiden dat individueel onderwijs per se beter is. Thuisscholers zijn veelal hogeropgeleide ouders in welvarende westerse landen, die bijzonder gemotiveerd zijn als het gaat om de zorg voor hun kind, zegt Karsten. Hun kinderen zijn ‘bevoorrecht’ en het is niet gezegd dat die betere schoolprestaties alleen het resultaat zijn van de ‘een-op-een-aanpak’. Bovendien geven ouders daar les in de veilige omgeving van huis, niet op school.

Ouders betrekken bij het onderwijs verbetert de schoolprestaties (zie o.a. Hill en Tyson 2009; Menheere en Hooge 2010; Epstein 2011), nog een argument voor ‘ouderparticipatie’. Maar in die onderzoeken wordt in eerste instantie bedoeld: een veilige en stabiele omgeving creëren voor het kind, het stimuleren van de intellectuele ontwikkeling en het goede voorbeeld geven als ouder. Dat is niet hetzelfde als onderwijs geven, zegt Karsten.

In principe kan een hogeropgeleide ouder prima het maken van rekensommen of een taaltoets op basisschoolniveau begeleiden, zegt Karsten. Maar een ouder is niet hetzelfde als een didacticus, zegt ex-onderwijzer en ontwikkelingspsycholoog Steven Pont. Het risico bestaat dat de ouder meer gericht is op het resultaat (goed of slecht) terwijl een didacticus gericht is op het onderwijsproces (waar ging het mis). Ouders die gaan lesgeven zou je strakke kaders moeten meegeven, zegt Pont. Hij geeft het voorbeeld van een ‘dt’- fout. „Er zijn verschillende methodes waarop je dat onderscheid leert maken. Als een ouder teruggrijpt op eigen methodes in plaats van de methode die de leraar hanteert kan het kind bouwstenen missen in zijn ontwikkeling.”

Individuele begeleiding is niet altijd de beste oplossing. Kinderen leren meer sociale en emotionele vaardigheden van een groepsproces, zegt Pont. Hetzelfde geldt voor creativiteit. Pont: „Een kind moet af en toe ook de ruimte krijgen om op een afstandje van de grote mensenwereld te experimenteren. Zonder dat er een ouder bijstaat die zegt ‘dat had je beter zo kunnen doen’. ”

Conclusie

Het klopt dat voor het overbrengen van cognitieve vaardigheden als taal en rekenen individuele begeleiding de meest efficiënte lesmethode is. Maar de kwaliteit van het onderwijs hangt ook samen met de onderwijscapaciteit van de ouder. Dat hangt niet alleen af van zijn opleidingsniveau, maar ook van zijn inzicht in en consequentie in gebruik van lesmethode die een school hanteert. Daarom beoordelen wij deze stelling als grotendeels waar.

Ook een bewering langs zien komen die je graag gecheckt zou willen zien? Mail je suggestie naar de redactie via nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt.