Ik rij en red de wereld

Amerika is het land van grote auto’s die benzine slurpen Maar nu verwacht de overheid, vooral in het progressieve Californië, veel van elektrische wagens Is er inderdaad reden voor optimisme?

Infographic Roland Blokhuizen

correspondent vS

Mary Jones, een 25-jarige moeder uit Los Angeles, moet er nog aan wennen: autorijden is oké. Zonder schuldgevoel kan ze onderweg genieten van de publieke radio-omroep in haar ruime Toyota RAV4EV en gebruikmaken van de speciale carpoolstroken. Ook ‘nul-emissie-auto’s’ mogen deze ‘rijbaan voor goede mensen’ gebruiken, ontdekte Jones.

„Nul emissie!” roept ze uit, wachtend op het einde van de onderhoudsbeurt in de garage. „Ik rij en red de wereld.”

Dat zegt ze met maar een beetje ironie. Als Californiër heeft Jones zo’n dwingend milieubewustzijn dat ze jarenlang geen auto wilde bezitten: nogal onhandig in Amerika’s ultieme autostad Los Angeles.

Maar net als steeds meer Californiërs is zij „gered”, zegt ze, door de snelle ontwikkeling van de Electric Vehicles (EV’s): ‘groene’ auto’s die door het gewone elektriciteitsnet worden opgeladen. De prijzen van EV’s dalen in de VS terwijl de nieuwe technologie steeds grotere afstanden toestaat.

Drie jaar terug werden een paar honderd EV’s verkocht. Vorig jaar al 52.000, en dit jaar zal het nog meer zijn. In augustus werd al een record geboekt: meer dan 11.000 EV’s gingen de weg op, bijna de helft meer dan dezelfde periode vorig jaar.

Van alle EV’s wordt een derde verkocht in San Francisco en Los Angeles. Van de 6.440 zogenoemde public electric vehicle charging stations (oplaadpunten) zijn er ruim tweeduizend aan de Westkust te vinden. In de steden daar zorgt een mix van hoge inkomens, progressieve opvattingen, belastingvoordelen en overheidssubsidie voor vruchtbare grond om ‘groene’ auto’s aan de man te brengen. Fabrikant Chevrolet had dat door: een nieuw model wordt alleen in Californië en buurstaat Oregon aangeboden. Mary Jones: „Mijn vriend en ik konden dit alleen doen door de aanmoediging van de overheid.” Ze aait haar RAV4E. „Hij is zo stil.”

Elektrische racewagens

De Californische groeicijfers voeden het enthousiasme van de Democraten die er aan de macht zijn, van de milieubeweging en van Elon Musk, wiens bedrijf de elektrische Tesla ontwierp. Musk denkt zelfs dat EV’s „in korte tijd” de helft van de automarkt zullen vormen.

Maar kenners plaatsen kanttekeningen bij de juichverhalen over de Fiat 500e en Chevy Volt. Om de hooggespannen verwachtingen van Musk kan Mike Omotoso wel lachen, als expert elektrisch en hybride vervoer bij de adviesfirma LMC Automotive in Detroit. „Het enthousiasme is er”, zegt hij. „Een kleine groep pioniers trek de portemonnee om groen te rijden. Een statussymbool.” Maar dat is verre van voldoende om een deuk te slaan in de Amerikaanse automarkt. „Niet nu en ook niet binnen vijf jaar”, aldus Omotoso. Want de autobranche is vanzelfsprekend nauw verweven met de machtige oliesector; zonder ruwe olie geen benzine, zonder benzine geen autobranche.

De Verenigde Staten zijn nog altijd de grootste afzetmarkt van auto’s ter wereld. Jaarlijks worden er zo’n 5,5 miljoen passagiersauto’s verkocht. Het aantal hybride en elektrische auto’s groeit, en in 2015 komt er mogelijk een ‘Formule E’-race naar Los Angeles: elektrische racewagens in Hollywood. Maar het blijft een groen sprookje in de progressieve kuststeden. Van alle auto’s in de Verenigde Staten is 0,3 procent puur elektrisch. Hybride wagens: dit jaar 3,6 procent.

Bij de Amerikaanse divisie van Nissan zijn ze van plan om voort te bouwen op het sprookje. De Japanse fabrikant concentreert zich op Texas, de staat die juist bekendstaat om een voorliefde voor gas guzzlers: benzine slurpende pickuptrucks en SUV’s. Maar in Dallas is de verkoop van elektrische Nissans in een jaar vervijfvoudigd. Texas heeft na Californië de meeste openbare oplaadpunten voor iedereen met een creditcard en een EV. Een nieuwe stunt: iedere Texaan die vóór 31 maart 2014 een Nissan Leaf aanschaft, mag een jaar lang gratis opladen bij deze ‘Freedom Stations’ in Dallas en Houston.

Het zijn de eerste stapjes, zegt Mike VanNieuwkuyk. In Detroit is hij de auto-expert bij marktonderzoeker J.D. Power. Snel somt hij de te nemen horden van de elektrische auto op: „De aanschafkosten zijn hoog, het bereik is beperkt, het opladen duurt lang en de wagens zijn klein.”

Volgens VanNieuwkuyk willen de meeste Amerikanen milieubewust leven en rijden. Maar voor een gemiddeld gezin uit Florida ligt de EV niet voor de hand. „Bij de keuze van een voertuig draait het om economische afwegingen, niet het milieu”, zegt hij. De 2014 Ford Focus kost 16.000 dollar; de 2014 Focus Electric is ruim 35.000 – meer dan twee keer zo duur. Je moet heel veel kilometers maken om dat verschil goed te maken. Bovendien dalen de EV’s snel in waarde. In een jaar zijn ze slechts de helft van de nieuwprijs waard. Dat EV’s vlug optrekken en een onnavolgbare reactiesnelheid hebben, is mooi, maar een argument voor een drukbezet middenklassegezin is het niet.

1 op 23

„Er zijn meer elektrische auto’s dan benzinestations”, juichte de website Clean Technica. Dat was appels vergelijken met peren. De juiste vergelijking is die tussen oplaadstations en benzinepompen: 1.700 versus 130.000. „De infrastructuur is er nog niet”, zegt Mike Omotoso. „Zolang mensen niet overal en vlot kunnen opladen, heb je een probleem.”

Hij herinnert zich een plan van de milieubeweging: elk Shell-, BP- en Texaco-station zou een oplaadpunt moeten krijgen. „Succes. Ze gaan toch niet de concurrent bij de voordeur welkom heten.” Omotoso vergelijkt de groeistuipen van de elektrische markt met de begintijd van hybride wagens, twaalf jaar geleden. Ook toen trokken consumenten de wenkbrauwen op. Maar terwijl de emissienormen strikter werden en de benzineprijzen stegen, zagen de autofabrikanten zich gedwongen om te investeren in hybride voertuigen. De wagens met ‘gemengde’ motoren werden zuiniger en het aanbod werd gevarieerder. De aanschafprijs daalde. Omotoso denkt dat de benzineprijs zal blijven stijgen. De kosten van batterijen zullen dalen. Zodoende voorspelt hij dat het aandeel van hybride wagens zal groeien naar 7 procent in 2018. EV’s kunnen meeprofiteren en wellicht 1 procent voor hun rekening nemen.

In het land van de gewantrouwde overheid speelt de overheid overigens een onmisbare rol in de technologische vernieuwing en ‘vergroening’ van de autobranche. Het federale belastingvoordeel voor EV-eigenaren is met 750 dollar de moeite waard. Californië, de enige staat met eigen, strenge uitstootnormen, doet daar nog eens 2.500 dollar bovenop. In 2025 moet elke nieuwe auto in de VS ten minste – omgerekend – 1 op 23 rijden. Het is aan de autofabrikanten hoe ze dat doen. Zij kunnen aan de emissiestandaard voldoen door benzineslurpers te combineren met groene auto’s zoals de Leaf en Volt – zolang de mix maar voldoet. VanNieuwkuyk is blij dat Washington de innovatie aan Detroit overlaat. „Het herstel is kwetsbaar. We hebben de harde hand van de overheid niet nodig. Laat het aan de markt over.”

Toyotadealer Ray Ramirez bespeelt die markt vakkundig. De RAV4EV is zo gewild dat hij er maar één heeft om proef te rijden. En die is op pad, zegt de verkoper met spijt in zijn stem. Maar voor de bezoekende journalist kan hij wat regelen. Een nog niet wegklare RAV4EV start zonder een geluid te maken en Ramirez somt op hoeveel je kunt besparen – „eigenlijk zijn het geschenken” – door éven door te bijten en 50.000 dollar (36.000 euro) neer te tellen. Dat is wat Mary Jones deed. Ze bloost: „Nu hou ik van rijden.”

    • Diederik van Hoogstraten