Het vrije verkeer van verhuizers en goederen

Waar is het vrije verkeer van personen, kapitaal, diensten en goederen in Europa voor uitgevonden? Wel, op zo’n grote interne markt zou alles makkelijker worden voor consumenten en bedrijven. Als Europeanen meer samen zouden werken, zouden mensen uit diverse landen bovendien meer begrip voor elkaar krijgen en nooit meer oorlog voeren.

Zo luidt de theorie. Wij besluiten dat het tijd wordt om die eens aan de praktijk te toetsen. Wij verhuizen van Brussel naar Wenen en vragen drie grote verhuisbedrijven om een offerte. Multicultureel gezin, multiculturele beroepen, multiculturele verhuizers – het kan bijna niet misgaan.

Vroeger had je één verhuizer. Die reed met je mee naar het andere land. Nadeel was dat hij de gewoontes daar niet kende. Hij strandde aan de grens, of had je nieuwe straat niet laten afzetten. Nu verhuisbedrijven net als banken en verzekeraars kriskras door Europa overnames hebben gedaan en partnerschappen gesloten, is dat probleem verholpen.

Helaas komen daar andere problemen voor in de plaats. De drie ‘expat relocation services’ hebben schitterende brochures vol met woorden als ‘tailor-made’ en ‘kwaliteit’, maar zitten niet op gezinnetjes te wachten. Zeker niet in de zomer. Eerst duurt het weken voor de offertes komen. Dan overschatten ze alle drie het volume huisraad met 30 procent, wat de prijs verhoogt. De überverhuizers nodigen ons, kortom, van harte uit om naar de concurrent te gaan. Maar de tijd dringt. Wij nemen bedrijf A.

Op de eerste dag van de verhuizing rijdt er een truck Vlamingen voor. Ze dragen T-shirts van een Vlaams verhuisbedrijf en spreken Vlaams, op één potige Georgiër na die Russisch en enig Duits spreekt. Mijn man spreekt vijf talen, maar geen Nederlands of Duits. Onze pan-Europese verhuizer weet dat: zij hebben samen onderhandeld en het contract getekend. Gelukkig duikt op de laatste verhuisdag een Georgiër op die ook Portugees spreekt. Dat doet de betrekkingen goed.

Wel zien wij een doos de truck ingaan met het woord ‘sun’ erop. De Vlamingen moeten in het Engels op elke doos de bestemming schrijven. Wat blijkt? De man bedoelde ‘Boy’s room’, maar kwam niet op het woord ‘boy’. Dus nam hij ‘son’, wat hij verhaspelde tot ‘sun’. Begrijpen de Oostenrijkers dit straks?

Wat kennen wij de interne markt slecht. Aan de andere kant staan ons Slowaken op te wachten.

Bratislava ligt een uurtje van Wenen; de lonen zijn er lager. Deze verhuizers zijn met hun eigen truck naar Brussel gereden om onze spullen te halen. Ze spreken Engels noch Duits. Zelfs correcte indicaties op dozen begrijpen zij niet. Een Slowaak houdt een stoel omhoog. Wij gebaren: ‘left’. De verhuizer loopt weg en mompelt zachtjes tegen zichzelf: ‘Left, left’. Na een dag komisch doen ontdekken we dat een deel van de inboedel niet is aangekomen. Die blijkt nog in Brussel te staan. Maar breng dat deze mannen maar eens aan het verstand.

Het bedrijf biedt aan onze spullen alsnog mee te geven als er toch een truck met extra ruimte naar Wenen gaat. We weigeren. Dit kan lang duren. Mijn halve kantoor zit erbij.

Het bedrijf vraagt ditmaal een Pool om onze spullen van Brussel naar Wenen te rijden. De man moet uit Polen komen, met zijn eigen busje. Vier dagen later staat hij op de stoep. Hij spreekt alleen Pools.

De rest doet er niet meer toe. Wij openen nog een fles om te vieren dat we zoveel hebben opgestoken. We weten nu dat de interne markt voor verhuisbedrijven geweldig is, omdat ze enorm kunnen besparen op de kosten. Mensen die binnen Europa willen verhuizen, kunnen echter maar beter het volgende doen: een truck huren en de dingen ouderwets zelf regelen.