Het boek dat je geneest van Facebook

Dave Eggers schrijft in zijn nieuwste boek over het fictieve bedrijf The Circle dat een mix lijkt van Facebook, Google en Twitter. De auteur veegt de vloer aan met de verslaving aan alles wat digitaal is. Want hoeveel willen we vrijgeven van ons leven en hoe vrijwillig is dat?

Dave Eggers op Twitter: 2 tweets, 3 jaar oud. Dave Eggers op Facebook: 1 pagina met 1 foto, 0 status updates en 26.979 likes. Dave Eggers op YouTube: ‘Dave Eggers runs away when questioned about Zeitoun.’

Het is een schrale sociale media-oogst voor de populaire Amerikaanse schrijver, bekend van Wat is de wat en Zeitoen.

Maar Eggers is er trots op. Sociale media moeten gewantrouwd worden, is de boodschap van zijn nieuwe spraakmakende roman The Circle, een verzonnen verhaal over een beangstigende werkelijkheid. In een interview over het boek zegt Eggers in The New York Times: „Ik denk dat we al verwikkeld zijn in een doorlopend en belangrijk onderzoek naar hoe technologie ons beïnvloedt. Maar misschien dat fictie daar een ander licht op kan werpen.”

In het boek komt een jonge vrouw te werken bij het technologiebedrijf The Circle dat een combinatie lijkt van Facebook, Google, en Twitter. Ze krijgt daar niet alleen te maken met een hoge werkdruk, maar staat ook onder druk om haar persoonlijke leven te delen. ‘Geheimen zijn leugens’ en ‘Priacy is diefstal’, zijn de slogans van het bedrijf. Het boek leidde in Amerika al voor publicatie tot discussie, dankzij een zorgvuldig opgebouwde mediastrategie, maar vooral ook om het onderwerp, en diens boodschapper.

Inschikkelijke verslaving

Drie weken voor het boek in de boekwinkels zou verschijnen, kwam zakenkrant The Wall Street Journal al met een lovende recensie. Het boek „heeft de potentie om te veranderen hoe de wereld zijn inschikkelijke verslaving ziet aan alles wat digitaal is.” Twee weken later plaatste The New York Times een voorpublicatie, met een apocalyptische aanbeveling van een eindredacteur: „Het maakte de incidentele fantasieën weer in me wakker dat ik met mijn gezin naar het bos moet verhuizen en van het land moet leven, hoewel ik weet dat we het daar nog geen dag volhouden.”

Maar na de eerste lof in de gevestigde media klinken er andere geluiden. Over welke technologische utopie heeft Eggers het eigenlijk? Het besturingssysteem van Apple, de likes van Facebook, de tweets van Twitter, de data van Google, het kopersgedrag op Amazon? Volgens een financieel blogger van persbureau Reuters begrijpt Eggers niets van Silicon Valley, de geboorteplaats van al deze technologie. Technologiebedrijven willen consumenten niet dwingen informatie te delen, maar willen alleen iets creëren dat door veel mensen wordt gebruikt. „Eggers preekt voor een groep mensen die al collectief hebben besloten dat sociale media gevaarlijk zijn.”

Eggers laat zich er op voorstaan dat hij weinig aan feitenonderzoek heeft gedaan voor The Circle. Hij heeft nooit een techcampus bezocht. Hij zegt dat hij het boek niet heeft gelezen van een voormalig Facebook-werknemer die hem nu van plagiaat beschuldigt. Dat gebrek aan feitelijke grondslag valt uit de toon bij eerdere boeken van Eggers, zoals Zeitoen, het waargebeurde verslag van de orkaan Katrina. Dat verhaal berust op onderzoeksjournalistiek en Eggers richtte vervolgens een organisatie op die mensen helpt hun verhalen over mensenrechtenschendingen te publiceren.

Nostalgische technofoob

Ondanks de technische fictie zijn Eggers’ vragen helder: hoeveel willen we vrijgeven van ons leven en hoe vrijwillig is dat? Het antwoord komt toevallig genoeg van een andere bekende Amerikaanse schrijver, die bijna tegelijk een boek over hetzelfde thema publiceert. Jonathan Franzen, schrijver van Vrijheid en De Correcties ageert in zijn non-fictie werk Het Kraus-project fel tegen alles wat hip en nieuw is. „Wat we allemaal kunnen doen is ons overleveren aan de coole nieuwe media en technologieën, aan Steve Jobs en Mark Zuckerberg en Jeff Bezos, en hen laten profiteren ten koste van onszelf.” Net als Eggers wordt Franzen in Amerika nu uitgemaakt voor nostalgische technofoob, bang voor technologie omdat het vroeger zoveel beter was. „Geniet van je ivoren toren”, wenst schrijver Salman Rushdie hem nog als vriendelijkste criticus toe op Twitter.

The Daily Beast neemt het op voor beide schrijvers. Hipsters met anti-internetsentiment noemt de website Franzen en Eggers. In een tijd waarin Amerikanen dagelijks lezen over nieuwe privacy-schendingen door de overheidsdienst NSA, is online veiligheid een heikel thema. „Hoe kunnen we Amazon nemen, maar niet de NSA? Op de hoogte blijven, maar niet zo hulpeloos onze iPhones updaten? Als we dat niet kunnen – als het internet óf voor ons óf tegen ons is – dan zal het polariserende karakter van de War on Terror slechts een warming up blijken voor de komende sociale strijd om de macht van technologie (en haar meesters) over de intieme details van ons dagelijks leven. Onze anti-tech-hipsters spelen met vuur. Maar ze verwoorden een geheim verlangen dat diep in ons brandt.”

    • Ilse van Heusden