Hervorming pensioenstelsel grote test voor kabinet. Dit moet je weten

Foto ANP / Koen Suyk

Vandaag moeten de staatssecretarissen Klijnsma en Weekers één van de grootste maatregelen van kabinet-Rutte II verdedigen: de hervorming van het pensioenstelsel. Het is de eerste grote test voor het kabinet in de Eerste Kamer. Dit is wat je moet weten over de plannen.

De inhoud

In de bezuinigingsplannen van het kabinet staat een lagere opbouw van de pensioenpremies centraal. Nu kan een werknemer nog 2,25 procent van zijn inkomen belastingvrij aan pensioen opbouwen. Het kabinet wil dit terugbrengen naar 1,75 procent. Doordat mensen langer doorwerken hebben ze meer tijd om voor hun pensioen te sparen, zo is de gedachte.

Petra de Koning en Erik van der Walle legden het gisteren in NRC Handelsblad uit:

“De bezuiniging komt tot stand omdat de aftrekbaarheid van pensioenpremies lager wordt. Daarvoor wordt het zogeheten Witteveenkader – waarin de aftrekbaarheid wordt geregeld – aangepast. Omdat mensen langer doorwerken – de AOW-leeftijd wordt in 2021 67 jaar – hebben zij meer tijd om voor hun pensioen te sparen, zo is de redenering. In 2015 leidt dat ertoe dat de maximale opbouwpercentage 1,75 wordt, in plaats 2,15 nu. Wie meer wil sparen kan dat doen, maar dat is niet meer aftrekbaar. Door die verminderde aftrekbaarheid stijgt bij alle werknemers het belastbaar inkomen. En dat leidt tot grotere inkomsten voor de fiscus. Daar komt nog bij mensen die meer dan 100.000 euro verdienen extra worden gekort. Voor het deel boven de ton mogen zij helemaal geen premie meer aftrekken.”

Staatssecretarisssen Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Frans Weekers van Financiën. Foto ANP / Martijn Beekman

De omvang

Het pensioenplan behoort tot de grootste bezuinigingen die Rutte II wil realiseren. De hervorming van het pensioenstelsel levert vanaf 2015 structureel 1,5 miljard euro op en in 2017 eenmalig 3 miljard euro. Als de senaat de plannen afwijst, is dat een grote tegenvaller voor de lange termijndoelstellingen van het kabinet-Rutte II. De hervorming is de eerste serieuze bezuiniging die de Eerste Kamer behandelt.

De politiek

In de Tweede Kamer stemde deze zomer de hele oppositie tegen de pensioenhervorming. Volgens onze politieke redactie stellen zij grofweg drie eisen:
1) Regel dat er garanties komen dat de premie gaat dalen.
2) Schaf de excedentregeling af (zie hieronder).
3) Maak een alternatief dat mensen, als zij dat willen, tegen gunstige voorwaarden extra pensioen kunnen opbouwen.

De oppositie maakt zich vooral zorgen over de vraag of de pensioenfondsen hun premies wel daadwerkelijk verlagen.

“Veel fondsen kampen nog met geringe financiële buffers en voelen weinig voor lagere premies. En die fondsen, geleid door de sociale partners, mogen dat autonoom beslissen. Als de premies niet worden verlaagd, betekent dat voor werknemers een lastenverzwaring. Die zien immers hun belastingaftrek teruglopen. De oppositie vraagt zich vooral af waarom het kabinet geen garanties heeft gevraagd dat de premies daadwerkelijk dalen.”

Excedentregeling als goedmakertje
In het sociaal akkoord hebben de sociale partners naar een aanvullende pensioenregeling gezocht: de zogeheten excedentregeling.

“Het kabinet had 250 miljoen euro beschikbaar gesteld om de opbouw van pensioenen iets te versnellen, als goedmakertje voor de bezuiniging. De excedentregeling blijkt in de praktijk bij een modaal salaris tot een extra pensioenuitkering van slechts 13 euro per jaar te leiden.”

Het kabinet nam afstand van de sterk bekritiseerde regeling door het plan als los wetsvoorstel aan de Kamer voor te leggen. Het ziet ernaar uit dat het plan in de Eerste Kamer wordt weggestemd. De steun van coalitiepartijen VVD en PvdA in de Eerste Kamer is niet eens zeker. Ook de Raad van State was zeer kritisch over deze regeling, alsmede de hele wet.