Gezocht: werk voor jongeren...

Premier Rutte presenteerde gisteren in de Rotterdamse haven 10.000 extra leer-werkplekken voor jongeren.

Premier Mark Rutte en ‘ambassadeur jeugdwerkloosheid’Mirjam Sterk gisteren tijdens hun werkbezoek aan Q8 in de Rotterdamse haven.

Het was bijna alsof premier Mark Rutte zelf had gebeld met ondernemers: of ze alsjeblieft meer zogenoemde ‘leerbanen’ voor jongeren wilden aanbieden, met geld erbij van de overheid. Gisteren tekende hij in de Rotterdamse haven een afspraak met het bedrijfsleven over ruim tienduizend extra leer-werkplekken.

„Als je bedrijven erover belt”, zei Rutte, „krijg je eerst een kwartier lang gescheld over wat wij in Den Haag allemaal fout doen. Maar daarna hoor je: ‘Oké, we doen mee’. Want zo zijn we in Nederland. Die jongen gasten moeten aan het werk en als we in het land de handen ineenslaan, krijgen we dingen voor elkaar.”

Rutte tekende de afspraak gisteren samen met de ministers Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) en Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA). In de zaal zaten bedrijfsleiders, directeuren van brancheorganisaties en vakbondsbestuurders. Er was een borrel, er waren hapjes en volgens de dagvoorzitter van de ‘jeugdtop’ over de leerbanen, georganiseerd door Asscher, kon er nu eens met een roze bril naar de wereld gekeken worden. Want het was niet niks: tienduizend mogelijkheden erbij voor jongeren om in een bedrijf een vak te leren en een paar jaar te werken.

De bijeenkomst was al begonnen net voordat Rutte en zijn ministers er waren – met een veel minder vrolijk verhaal van Mirjam Sterk, oud-Kamerlid voor het CDA en nu ‘ambassadeur jeugdwerkloosheid’ namens de regering. Er komen wel extra leerbanen, waar de overheid aan meebetaalt uit een pot van bijna 700 miljoen voor verschillende soorten banenplannen. „Maar”, zei Sterk, „er zijn het afgelopen jaar ook 14.000 leerbanen verdwenen.”

Er zijn nu nog 123.000 van zulke werkplekken. De nieuwe (10.094) zijn alleen nog maar toegezegd. Mirjam Sterk zal bedrijven bezoeken en de brancheorganisaties aan hun beloftes proberen te houden.

Na de bijeenkomst vertrekt de ene helft van de zaal met Rutte in een bus naar olieraffinaderij Kuwait Petroleum Europoort (Q8), om jongeren in leerbanen te ontmoeten. De andere helft gaat met Asscher en Bussemaker naar de Nederlandse vestiging van de Zweedse bedrijfswagenfabrikant Scania. Onderweg vertelt Willem Olthof, directeur van de branchevereniging voor de timmerindustrie (NBvT), dat timmerbedrijven tot 2009 zo’n drie- tot vierhonderd leerlingen in dienst hadden. Nu nog maar vijftig.

Maar ook van de timmerlieden zelf zijn er steeds minder: het aantal werknemers in de houtindustrie zakte de afgelopen jaren van 14.000 tot net onder de achtduizend. „En elke maand gaat het met honderd naar beneden”, zegt Olthof. Door de crisis. „We hadden in 2011 een klein knikje omhoog, maar toen begon het in Griekenland weer te donderen en stortte het bij ons ineen.”

De timmerindustrie heeft een banenplan gemaakt, zoals elke bedrijfssector nu kan doen om geld te krijgen van de overheid. Daar hoort het plan bij om jongeren driehonderd extra leerbanen te bieden. „Maar het zal nog niet meevallen om die te vinden”, zegt Olthof. „Wie wil er in deze tijd voor de bouw gaan werken?”

Na de uitstap naar Scania en Q8 komt een medewerker van Olthof vertellen dat de timmerindustrie de driehonderd werkplekken wil combineren met een ‘plaatsmakersregeling’, waardoor oudere werknemers worden „aangemoedigd” om de timmerbedrijven te verlaten.

En zo kan het ene banenplan het andere in de weg zitten: vorige week nog presenteerde minister Asscher in Amsterdam een ‘actieplan’ om werkloze 55-plussers aan een baan te helpen, ook met geld van de overheid. Asscher zei toen dat hij tegen regelingen is waardoor oudere werknemers vervroegd uittreden, maar in het sociaal akkoord met vakbonden en werknemers was wel afgesproken dat het kan – onder voorwaarden.

„Wij zouden het ook wel willen”, zegt Ronald van Driel van het vakcentrum Savantis voor stukadoors en schilders. „Want we zitten met een grijze stolp. Bijna de helft van onze werknemers is tussen de 45 en 55 jaar. Maar we hebben gezien dat het, door alle voorwaarden, veel te ingewikkeld is om te regelen.”

De stukadoor- en schildersbedrijven hebben nu al drieduizend leer-werkplekken voor jongeren en ze hebben toegezegd er de komende jaren vijf- tot zevenhonderd extra te bieden, omdat ze er geld voor krijgen. Oudere werknemers worden ingezet als ‘leermeester’.

Veel vertegenwoordigers van bedrijfssectoren zeggen in Rotterdam hetzelfde: zonder het extra geld van de overheid hadden ze het niet gedaan.

Asscher is er trots op. „Het zijn Middeleeuwse toestanden in de goeie zin van het woord: meester, gezel, leerling. Nederland en landen als Duitsland en Oostenrijk zijn er groot mee geworden. Dat wordt nu in ere hersteld.”

    • Petra de Koning